Sleutelfiguur in de avantgarde/De literaire bekroning van Arthur Lehning komt veel te laat

AMSTERDAM - De bekroning van het literaire werk van de 99-jarige Arthur Lehning met de P.C. Hooftprijs komt veel te laat. De hoogtijdagen van Lehnings roerige politieke leven en literaire werk liggen namelijk al vóór de Tweede Wereldoorlog.

ONNO BLOM

Arthur Müller Lehning, zoals hij officieel heet, verwierp als adolescent de denkbeelden van zijn Duitse ouders, leden van de Zeister Hernhutter-gemeenschap. Hij werd al snel, onder invloed van de geschriften van de Russische anarchist Bakoenin en ex-dominee Bart de Ligt, een anti-militarist en anarchist. De jonge, bevlogen Arthur ging geschiedenis en economie studeren in Rotterdam en zette dat in het begin van de jaren twintig in Berlijn voort. Die stad, waar de kunsten bloeiden, de Duitse expressionisten en de Dada-beweging zich manifesteerden, trok hem aan als een magneet. Samen met zijn vriend Hendrik Marsman, over wie hij 'De vriend van mijn jeugd' en later 'Marsman en het expressionisme' schreef, trok hij ernaar toe.

De Berlijnse invloed is goed te merken in het internationale tijdschrift 'i 10', dat Lehning in januari 1927 oprichtte. Kunstenaars als als Piet Mondriaan, Wassily Kandinsky en Kurt Schwitters, maar ook Menno ter Braak, Slauerhoff en Marsman droegen aan 'i 10' bij.

Lehning was niet alleen in de internationale avantgarde een sleutelfiguur geworden, maar ook in de politiek. Hij was actief geworden in de anti-militaristische beweging en werd in de jaren dertig benoemd tot secretaris van de anarcho-syndicalistische Internationale Arbeiders Associatie in Berlijn. Na de brand in de Rijksdag in 1933 moest Lehning vluchten. Hij ging naar Spanje, waar de anarchisten op de drempel van de Spaanse Burgeroorlog de touwtjes in handen hielden. “Dit is het wereldhistorische uur van Bakoenin,” juichte Lehning.

Toch zou ook zijn verblijf in Spanje eindigen in een vlucht. “Voor het eerst was de arbeidersklasse in verzet gekomen tegen het fascisme en het werd een grote catastrofe,” stelde hij teleurgesteld vast. In 1939 reisde Lehning naar Engeland, waar hij radio-uitzendingen voor de BBC maakte. Na de oorlog publiceerde hij in Nederlandse tijdschriften als 'De Vlam' en 'Libertinage'. Maar net zo belangrijk als zijn eigen stukken en essays, die zijn gebundeld in 'De draad van Ariadne', 'Prometheus' en 'Het recht van de opstand' vond hij zijn vertaling en uitgave van het werk van zijn politieke held Bakoenin. Het tekent Lehning dat hij de idealen uit zijn jeugd trouw is gebleven. Nog in de Huizinga-lezing van 1976 toonde hij zich onveranderd strijdbaar. Maar nu pas, een jaar voor hij honderd wordt, krijgt Lehning de P.C. Hooftprijs. Het is een terecht, maar veel te laat gekomen eerbetoon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden