Sleutelaar in hart en nieren

Frans Schotte 1946-2016

Hij zat graag in zijn garagebox te klussen. Onnoemelijk veel uren gaf hij aan de restauratie van een paar Heinkel-scooters, een jeugdliefde van ruim een halve eeuw oud. Als de garagedeur openstond, had hij altijd schik in een praatje met wie er langskwam. Zo kende hij praktisch iedereen in de drie flatgebouwen aan de Dr. Plesmansingel in Amstelveen, en iedereen kende hem. Dus het was niet zo vreemd dat de buren hem drie jaar geleden aanwezen tot voorzitter van de bewonerscommissie die zou moeten meedenken over de ingrijpende renovatie van hun flats.

Dat hij daar zo goed geaard was, lag minder voor de hand. Hij was gebakken aan Amsterdam en de verhuizing naar de naburige slaapstad Amstelveen was 36 jaar geleden een stap die veel groter was dan de tien kilometer op de teller. Waar waren de humor en de gezelligheid die hij gewend was in de oude Amsterdamse straten? Waar waren de winkeltjes en bedrijvigheid?

Frans Schotte was een stadsjongen, opgegroeid aan de Jacob van Lennepkade in de Kinkerbuurt. Zijn vader had werk als drukker in Den Haag gevonden en hij treinde elke dag op en neer, want de moeder van Frans wilde voor geen goud weg uit Amsterdam. Frans zat graag aan brommers te sleutelen, dus het werd de ambachtsschool waar hij voor automonteur leerde. Hij was altijd te vinden voor vrolijkheid, zoals bij de wandelvereniging DSV, Door Straatfeesten Verenigd.

Toen hij op de leeftijd van veertien jaar en negen maanden zijn leerplicht had vervuld, ging hij werken in een garagebedrijf. Later zou hij toch nog zijn diploma halen op de avondschool.

Hij stond eens bij zijn werk op de stoep toen er een meisje op de brommer stopte. Ze kenden elkaar van de wandelvereniging en ze maakten een praatje en een afspraakje. Op zijn scooter gingen ze naar het Leidseplein, en een volgende keer naar Zandvoort. Als zij na haar werk op de administratie van een groothandel in gordijnstoffen de hond uitliet in het Vondelpark, wandelde hij mee. In de weekeinden aten ze om beurten bij elkaars ouders. In maart 1970 verloofde hij zich met Anita Peterssen. Het was een heel weekeinde feest in haar moeders woning.

Van trouwen kon nog geen sprake zijn, want er was geen woning te vinden in de stad. Ze dachten even om een winkel over te nemen, een bakker of een stomerij, alleen om de woning die erbij hoorde. Maar de overnamekosten waren te hoog. Toen Frans z'n oma naar een verpleegtehuis moest, zagen ze een kans. Ze zouden zich op haar adres laten inschrijven, zodat ze na een tijdje recht zouden hebben op haar huurwoning. De huisbaas vond dat prima en de trouwerij werd aangekondigd voor september 1971.

Twee dagen voor het huwelijk overleed oma. De bruiloft was sober en ingetogen. Ook al was hun opzetje van inwoning bij oma niet meer mogelijk, ze betrokken toch haar woning aan de Lijnbaansstraat in de Jordaan. In december kwam de brief dat ze er illegaal woonden. In april kwam deurwaarder met een breekijzer, vergezeld van verhuizers en een paar politiemannen. Toen ze officieel waren uitgezet, knipten ze het hangslot open en brachten wat rotanstoeltjes en een matras naar binnen. In oktober kwam dezelfde deurwaarder weer. Ze hadden al een mandje met de kat en vier jonkies klaarstaan op de trap. "Laat die maar staan", zei de deurwaarder. "Jullie komen toch weer terug."

Inderdaad. De huisbaas maakte stennis bij de gemeente en na anderhalf jaar kwam de woonvergunning.

Ze kregen een jongen en een meisje, Jeroen en Susan. Voor de kinderen was het een fijne en levendige buurt. De Lijnbaansstraat loopt dood, dus er is weinig verkeer. Een pluspunt was de banketbakkersschool, waar je om vier uur de baksels van de leerlingen kon kopen.

Na negen jaar werd de woning te krap voor het gezin met drie katten en een hond. Als ze gingen slapen, moest de eethoek worden verbouwd. Inmiddels werkte Frans voor een garagebedrijf in Amstelveen, dus daar zouden ze zich kunnen inschrijven voor een woning.

Aan de Dr. Plesmansingel vonden ze een vierkamerflat in een rustig plantsoen. Frans was verkocht toen hij een inloopkast met de centrale verwarming zag. Op die drie vierkante meter zou hij zijn eigen domein krijgen. Hij was gegrepen door de eerste thuiscomputers, ook al waren internet en e-mail nog onbekend. Ook was hij zendamateur, die met zijn radio contact legde met verre werelddelen. In zijn kast kon hij dat ongestoord doen.

Ze waren nog niet verhuisd toen hij op weg naar zijn werk met de brommer op een losliggende tegel stuitte. Hij viel en zijn bovenbeen werd verbrijzeld. Na een maand ziekenhuis en nog een maand revalideren, kwam hij thuis te zitten, in de Amstelveense flat die Anita en de kinderen hadden betrokken. Hij zou niet meer onder auto's kunnen kruipen en op zijn knieën zitten. Anita ging weer werken. Frans was thuis voor de kinderen en haalde op de 'moedermavo' diploma's voor Engels, wiskunde en aardrijkskunde. Honderden sollicitaties leverden niets op. Tot hij schreef op een advertentie voor buschauffeur bij Centraal Nederland. Het was een onaantrekkelijke deeltijdbaan: 's morgens vroeg twee uur rijden en weer twee uur in de avondspits.

Dat heeft hij vijf jaar gedaan. Toen het busbedrijf een centrale verkeersleiding opzette, was hij een van de zes mensen uit 250 sollicitanten die daarvoor werden aangenomen. Zijn computerervaring en zijn radiobobby waren een aanbeveling. En zijn humor die spanning kon breken.

Vanuit een centrale in Uithoorn bestierden hij en zijn collega's het netwerk van buslijnen. Als er iets misging, werden ze op de proef gesteld. Zoals bij de Volendamse cafébrand in de nieuwjaarsnacht van 2001, toen honderden slachtoffers naar ziekenhuizen moesten worden gebracht. Of een half jaar later toen een dansfestival in Spaarnwoude voortijdig eindigde in stromende regen en tienduizenden mensen tegelijkertijd op een bus stonden te wachten. "Met jou wil ik liever geen dienst draaien", zei een collega tegen Frans. "Want bij jou gebeurt er altijd wat."

En als er niets gebeurde, dan zorgde Frans voor vertier. Zo hackte hij de bedrijfscomputers om aan te tonen dat de beveiliging ondeugdelijk was.

Het bedrijf groeide met fusies uit tot Connexxion. Er kwamen meer centrales en Frans gaf cursussen voor nieuwe verkeersleiders. Hij had het zo naar zijn zin dat hij niets voelde voor vervroegd pensioen op z'n 57ste, wat destijds nog werd gepropageerd. Even overwoog hij zich te verzetten tegen de 'vrijwillige' regeling, maar ook de vakbond adviseerde eieren voor zijn geld te kiezen. Het kon alleen maar minder worden.

Als gepensioneerde stortte hij zich op klassieke scooters, zijn computers en andere apparaten. Elke centimeter muur van zijn garagebox en zijn inloopkast was gevuld met ordelijk gerangschikte spullen en snoeren. Hij kreeg ook plezier in koken: soep, kroketten en gehaktballen die hij graag maakte voor zijn vier kleinkinderen. Het alledaagse eten liet hij over aan Anita.

Toen de flatgebouwen drie jaar geleden gerenoveerd zouden worden om ze energiezuinig te maken, kwamen Frans en Anita namens de zestig huishoudens in de bewonerscommissie voor overleg met de woningbouwvereniging. Ze dachten dat ze over een kleurtje hier of daar zouden praten, maar dat viel anders uit. Voor Frans als voorzitter werd het bijna een volle baan om minstens zeventig procent van de bewoners en ook de eigenaar op één lijn te krijgen over isolatie, huurverhoging, ventilatie, energiebesparing, waarborgsommen, grotere balkons en de aanleg van liften.

Na drie jaar praten en negen maanden verbouwen was het allemaal gelukt en kon Frans deze zomer breeduit plaatsnemen op zijn grote balkon. Hij heeft er maar drie keer gezeten. Pijn in zijn zij verontrustte hem, want hij had nooit ergens last van. Hij bleek leukemie te hebben, maar er was hoop. In september vierden Anita en Frans hun 45-jarige huwelijk in het AMC-ziekenhuis. Zijn 70ste verjaardag was de laatste dag van zijn chemobehandeling. Het leek goed te gaan. Maar de kuren hadden veel in zijn lichaam verwoest. In twee weken tijd ging hij hard achteruit. Toen de hele familie zich om zijn bed verzamelde, was hij zich daar niet meer van bewust. Het was verdrietig, toch werd er ook gelachen. Dat zou hem goed hebben gedaan.

Frans Schotte werd op 8 september 1946 geboren in Amsterdam. Daar stierf hij op 19 oktober 2016.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Met zijn humor wist hij spanning te breken. Dat kwam van pas als het netwerk van streekbussen in 't honderd liep.

Frans Schotte, links met zijn vrouw Anita op een gerestaureerde Heinkel-scooter.

Hij hackte de computers van zijn werkgever om aan te tonen dat de beveiliging niet deugde

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden