Slechts twee procent van de leraren getraind in aanpak radicalisering

Franse schoolklas. Beeld afp

Docenten kunnen helpen bij de aanpak van radicalisering onder jongeren. Maar in vier jaar tijd heeft slechts ruim 2 procent van hen zich laten trainen.

Veel scholen laten de trainingen over radicalisering en polarisatie links liggen, blijkt uit cijfers van de stichting School en Veiligheid (SSV). De gratis trainingen, waar docenten onder meer leren om radicalisering te herkennen, bereikten sinds 2015 vijfduizend professionals van basisscholen, middelbare scholen en mbo-scholen.

Dat is te weinig, vindt directeur van School en Veiligheid, Klaas Hiemstra. “Nederland heeft in totaal 230.000 docenten. We hebben dus nog maar een heel klein stukje gehad.”

School en Veiligheid is vier jaar geleden opgericht en was een van de maatregelen van het ministerie van onderwijs om scholen te ondersteunen bij de aanpak van radicalisering onder leerlingen. “Het gaat niet alleen om het signaleren van poten­tiële terroristen”, zegt Hiemstra. “Docenten hebben ook te maken met kinderen die stevige stellingen door de klas roepen, zoals: ‘Homo’s zijn vies, ze moeten worden opgesloten’. De docent heeft dan de neiging om ertegenin te gaan, maar daar schiet je vaak niks mee op. In plaats daarvan moet je op een goede manier het gesprek aangaan, en dat vergt vaardigheden.”

Volgens de toenmalige minister en staatssecretaris van onderwijs, Jet Bussemaker en Sander Dekker, spelen docenten een belangrijke rol in het voorkomen, herkennen én aanpakken van radicalisering. ‘Jongeren moeten het gevoel hebben dat zij ertoe doen’, schreven zij in 2015 aan de Tweede Kamer. ‘Docenten zijn bij uitstek degenen die dit contact met jongeren kunnen bewerkstelligen. Wij weten dat zij in de aanpak van radicalisering een lastige taak hebben, en willen hen daar zo goed mogelijk in ondersteunen.’

Via de stichting School en Veiligheid biedt het ministerie daarom gratis trainingen aan, waarvan scholen vrijwillig gebruik kunnen maken. Docenten leren radicalisering te herkennen én te voorkomen, door moeilijke gesprekken aan te gaan in de klas en leerlingen kritisch te laten nadenken. Hiemstra had liever meer deelnemers voor de trainingen gezien. Volgens hem rust er in het onderwijs nog altijd een taboe op radicalisering. “Scholen zeggen: dat speelt bij ons niet.”

Amy-Jane Gielen, die onderzoek doet naar het anti-radicaliserings­beleid, herkent dat. “Het is een ­taboe-onderwerp, scholen willen er niet mee geassocieerd worden. Ze zijn angstig dat ze te boek komen te staan als een school waar extremisten op zitten.”

Scholen hebben vaak niet de kennis en kunde in huis om te kunnen beoordelen of radicalisering bij hen speelt, zegt de politicoloog. Volgens haar is het te vaak gebeurd dat docenten dachten de situatie onder controle te hebben, terwijl een leerling later uitreisde. “De directe dreiging van uitreizen is nu weggevallen, maar de dreiging van radicalisering is dat allesbehalve. Naast jihadisme zien we extreem-rechts opkomen, en dat zit echt nog niet genoeg op het netvlies van scholen.”

Eng beeld

De stichting School en Veiligheid is overigens niet de enige plek waar docenten terecht kunnen voor ondersteuning. Voor de oprichting ervan in 2015 waren scholen geheel afhankelijk van commerciële aanbieders – waaronder Gielen. “Het zullen er in totaal meer dan vijfduizend zijn, maar het feit blijft dat heel veel docenten nog niet zijn getraind. En daarmee laten we echt iets liggen.”

Hiemstra sluit zich daarbij aan. “Het woord radicalisering roept bij mensen vaak een eng beeld op van terreur en aanslagen, maar het is veel breder dan dat”, zegt hij. “Het gaat ook over botsende waarden en extreme opvattingen. De polarisatie in de samenleving komt terug in de klas. Dat speelt overal, of je nu in Twente of Amsterdam zit. Daarvan kan je als school niet zeggen: Daar hebben wij niets mee te maken.”

Aantal getrainde professionals door SSV 2015-nu:

Basisscholen: 656
Middelbare scholen: 220
Mbo’s: 253
Totaal: 5392

Lees ook:

Hebben leerlingen extreme standpunten in de klas? Kap ze niet af, geef ze de ruimte

Wat doe je als docent wanneer leerlingen extreme standpunten verkondigen in de klas, of misschien wel radicaliseren?‘Het zwijgen opleggen helpt niet, ga liever het gesprek aan.’

Pubergedrag of radicalisering? Het verschil is lastig te herkennen. 

Een jongere presteert plotseling slecht op school. Hij laat zijn baard staan, zoekt ruzie met zijn ouders over ideologie en uit kritiek op de Nederlandse samenleving. Is hij aan het radicaliseren of is dit pubergedrag? Een expertisecentrum adviseert wijkagenten, jeugdwerkers en leraren over dat die vraag. 

Radicalisering kan op de meest wonderlijke plekken ontstaan. 

De Inspectie Veiligheid en Justitie waarschuwt dat vooral middelgrote en kleine gemeenten geen antiradicaliseringsbeleid voeren, terwijl radicalisering overal in Nederland voorkomt. Ook in de Overijsselse gemeente Raalte, waar een inwoner naar Syrië vertrok. De les volgens de burgemeester: radicalisering moet je uiterst serieus nemen, ook in een kleine gemeente.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden