Review

Slechts een vage foto herinnert aan de ontmoeting van Furtwüngler en Chaplin

Maarten Asscher: Strindbergs dood. Verhalen. Prometheus, Amsterdam; 136 blz. - ¿ 24,90.

Er moet meer over te zeggen zijn, het vage beeld van Joyce die een maand lang in Nederland verblijft, zou aangevuld en verlevendigd moeten worden met meer feiten en achtergronden. Onder de vijf ansichtkaarten die Joyce van hieruit verstuurde, is er een van het Czaar Peterhuisje in Zaandam. Heeft hij dat bezocht? Ja, zijn handtekening in het gastenboek bewijst het. Ellmann rept er niet over. Hij lijkt bovendien de honderden haringeters die Joyce bij maanlicht zou hebben gezien, niet als een realiteit te beschouwen. Toch is het dat wel geweest, want het slaat op de enorme commotie, en eetlust, die de aankomst van de nieuwe haring teweegbracht; de kranten spraken zelfs van een rage.

Naarstig speurwerk kan zo een dorre alinea leven in blazen. Ik denk dat Maarten Asscher, de schrijver van de verhalenbundel 'Strindbergs dood', wel genoten zal hebben van deze gedetailleerde Joyce-Forschung, al doet hij iets dergelijks niet op de wijze van de wetenschap, maar op die van de kunst. Ook hij baseert zich op realiteit, op bestaande personages, op studies, op lokaties en voorvallen die geverifieerd kunnen worden. Maar binnen die realiteit ontwikkelt hij een kwestie die de verbeelding vrij spel geeft.

Een goed voorbeeld vormt het laatste verhaal, dat eigenlijk meer het skelet van een verhaal is. Het laat duidelijk zien welk procédé er achter schuilgaat. Twee mensen worden geïntroduceerd die ook echt bestaan hebben: de dirigent van de Berliner Philharmoniker Wilhelm Furtwüngler en de filmspeler Charlie Chaplin. Als de eerste in de winter van 1931 van Engeland, waar hij op tournee is geweest, terugreist naar het continent, treft hij op het Londense station een grote menigte aan die de boottrein naar Hoek van Holland uitzwaait. Al die mensen zijn niet voor hem gekomen, maar voor Chaplin die ook met deze trein reist.

Tot zover lijkt het me allemaal nog historisch (de bronnen worden trouwens vermeld, maar dat zegt niet alles) en misschien is zelfs de poging, ondernomen door de secretaresse van Furtwüngler, om hem samen met Chaplin op de foto te krijgen niet uit de lucht gegrepen. Maar in het vervolg krijgt de verbeelding steeds meer de overhand en op het eind wordt met terugwerkende kracht de realiteit ervan ondermijnd:

“Het afscheid van de twee zal al even hartelijk zijn geweest als hun kennismaking. Furtwüngler en zijn orkest vervolgden hun concertreis per trein via Den Haag, terwijl Chaplin doorreisde naar Berlijn, waar hij onder andere een vriendschappelijke avond zou doorbrengen in de bescheiden woning van Albert Einstein en zijn vrouw. Slechts een vage zwart-witfoto herinnert aan de onwaarschijnlijke ontmoeting op Nederlandse bodem van Furtwüngler en Chaplin. En misschien bestaat die foto niet eens, en moet ons geestesoog het tafereel geheel op eigen kracht te voorschijn vormen. Met enige inspanning lukt dat ook wel, want het geestesoog kan zich uitstekend met de controleerbare werkelijkheid meten. Goed beschouwd doet het er zelfs niet toe of Wilhelm Furtwüngler en Charlie Chaplin elkaar ooit in het echt hebben ontmoet, laat staan in Hoek van Holland. Het gaat om het beeld, om dat stukje van ons geestelijk netvlies waarop de onwaarschijnlijkheid van de werkelijkheid juist overlapt wordt door de mogelijkheid van de verbeelding.”

In de andere vijf verhalen gaan feiten steeds vloeiend over in verzinzels, in speculaties en mogelijkheden. Zwaar of gewichtig zijn nooit, het blijft een soort divertissement, dit vertellen, en al hebben ze hier en daar naar de opzet wel iets gemeen met de verhalen van Borges of van Kis, een dergelijke allure bereiken ze nooit en daar streven ze stellig ook niet naar.

Het titelverhaal draait om een schilderijlijst waarop staat: Strindbergs död, oftewel: Strindbergs dood. Het schilderij zelf ontbreekt. De vraag is dan natuurlijk hoe dat er uitgezien zou kunnen hebben en of het misschien nog ergens te vinden is. De voor de hand liggende gedachte dat het hier om de schrijver August Strindberg gaat, blijkt na enig onderzoek onjuist: de titel heeft betrekking op diens petekind, Nils Strindberg, die omgekomen is bij een ballonvaart richting Noordpool. De verrassende ontknoping mag ik niet prijsgeven, maar ik kan wel zeggen dat wat de schilderijlijst moest omramen geheel in overeenstemming is met Strindbergs dood.

Aantrekkelijk en lenig verteld is ook het verhaal over de Malta Railway Company en het raadselachtige slot van het gedicht dat Malta's nationale dichter geschreven heeft toen de spoorlijn werd opgeheven, in 1931. Hetzelfde geldt voor het griezelige verhaal over de vuurtorenwachter van het kanaaleilandje Inkhou. De man was daar in eenzaamheid van 1899 tot 1912 tewerkgesteld en had naar verluidt het boze oog. Verondersteld wordt dat hij de schepen die hij “met zijn demonische blik had nagekeken” te gronde richtte. Ook dit verhaal heeft een fantastische frappe, die nauwelijks kan worden voorzien.

Het derde eiland dat als lokatie voor een verhaal dienst doet is Argentère, in de Middelllandse Zee. Daar beheert iemand een buitengewoon geheimzinnige bibliotheek, in alle opzichten een denkbeeldige, waarvan de hoofdpersoon onverwacht als beheerder wordt aangesteld.

Ten slotte is er dan het geestige verhaal over de sigaar van Gustav Mahler. Op een papiertje in het doosje waarin de sigaar bewaard wordt, staat geschreven: “Deze cigaar heb ik den 22en October 1903 ontvangen van den Heer Dr. Gustav Mahler, bij gelegenheid der tweede Hollandsche uitvoering zijner IIIde Symphonie - J. Martin S. Heuckeroth.” De sigaar gaat in rook op, zoals het hele verhaal en het meeste wel in deze bundel.

Asscher laat herhaaldelijk blijken dat de oplossing van het raadsel in feite minder bevredigend is dan de zoektocht zelf, die op mogelijkheden is gericht. Vandaar dat 'Strindbergs dood', waarin het geheim van de lege lijst wordt ontdekt, eindigt met: “En als mensen me weer eens vragen waar toch het bijbehorende schilderij is gebleven en waar die intrigerende titel naar verwijst, dan zal ik antwoorden dat ik het niet weet, maar dat er vele mogelijkheden zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden