Slecht weer maakt toptijden onmogelijk

hengelo – Vorig jaar was het sluitstuk het hoogtepunt van de FBK-Games. Toen werd Churandy Martina met 9,97 de snelste man ooit op Nederlandse bodem.

Gisteren leek de topman uit Curacao niet aan sprinten toe te komen. Zware slagregens in combinatie met bittere kou maakten van de 100 meter een hachelijke onderneming. Toch kweet Churandy zich met verve van zijn taak, met een triomf en ereronde in het stadion dat hij zijn ‘thuis’ noemt.

Zijn tijd van 10,15 was nog alleszins verdienstelijk, maar internationaal uiteraard nietszeggend. Zoals alle prestaties tijdens het evenement, dat de hoogste status – Diamond League - in de atletiek nastreeft.

Dat doen de organisatoren op een fundament van goede prestaties en wereldrecords uit het verleden. Maar het kan niet altijd meezitten. Gisteren waren de weersomstandigheden het grootste deel van het programma ongeschikt voor topatletiek. De eerste toeschouwers togen al huiswaarts toen het hoofdprogramma nog moest beginnen.

De springonderdelen werden uitgesteld; polshoog kon door de plotse stortbui als uitsmijter niet worden afgemaakt. „Atletiek blijft een kwetsbare sport”, concludeerde Jos Hermens, verantwoordelijk voor het deelnemersveld.

Tot overmaat van ramp konden aangekondigde olympische kampioenen niet tonen waarvoor ze waren aangetrokken. Ze moesten wegens blessures afzeggen, of ze faalden jammerlijk. Wereldrecordhouder Dayron Robles opende gisteren het bal der tegenspoed op de 110 horden met een valpartij in het zicht van de finish. Topattractie Pamela Jelimo stapte tien minuten later halverwege de 800 meter uit.

Topprestaties waren op voorhand onmogelijk. Als tijden, hoogtes of afstanden niets zeggen, kan altijd nog worden vergeleken. Voor Nederlandse atleten is dat het grootste belang van de FBK-Games, kijken waar ze in het internationale veld staan. De conclusie na gisteravond is een treurige: het merendeel van de 22 deelnemers staat nergens.

Slechts Bram Som bleef gisteren overeind in het mondiale geweld, al gaf zijn vierde plaats op de 800 meter geen reden tot uitbundigheid. Jagers op limieten – zelfs Som – bleven met lege handen. Gekwalificeerden voor de Europese kampioenschappen in Barcelona verzopen in het internationale veld of verstijfden bij de lage temperatuur.

Alleen Som dus niet. In een zeer sterk veld bleef de regerend Europees kampioen overeind, al kon hij geen stempel op de wedstrijd drukken. Hij kreeg vooral meer duidelijkheid waar hij staat op zijn weg naar Barcelona. Tactisch sprak hij van een goede race. Hij koos goed positie in de kop van het veld en schoof in de slotfase op het juiste moment naar voren. Maar hij had meer strijd willen leveren met Kaki, de Soedanees die het tempo bepaalde en won. Bovendien werd Som op de laatste honderd meter verrast door de Pool Lewandowski en de Spanjaard Olmedo, Europeanen die hij liever achter zich had gehouden.

En ook de tijd van 1.47,02 stemde hem niet vrolijk. „Voor zo’n tijd kom je niet naar Hengelo, maar het is te vroeg om daar conclusies uit te trekken. Iedereen liep hier een seconde of twee onder zijn kunnen en ik zat slechts anderhalve seconde achter Kaki. Het zou me niet verbazen als ik komende vrijdag in Oslo 1.44 loop.

Som moet zich formeel nog met een tijd van 1.46,70 of sneller plaatsen voor het toernooi waarin hij eind juli zijn Europese titel hoopt te prolongeren. Daar maakt hij zich geen zorgen over.

„Er moet nog veel werk worden verzet. Dit was eigenlijk mijn eerste specifieke 800 metertraining. Tot dusverre heb ik de voorbereiding in 1500 metertempo gedaan. Ik loop Oslo nog en daarna ga ik op trainingskamp op hoogte in Oostenrijk. Dat is een heel belangrijk blok.”

Waar Som overeind bleef, strandde zijn nationale concurrent Arnoud Okken. De atleet, jaren kampend met blessureleed, had al vroeg in dit seizoen in een knappe solorace EK-deelneming veiligstelde. Maar tussen de grote jongens in de wedstrijd waarop hij zijn hele voorseizoen had afgestemd, faalde hij hopeloos.

Joggend kwam Okken over de finish, terwijl in zijn hoofd de negatieve gedachten om voorrang streden. Zijn conclusie: „Met mijn denkpatroon heb ik mezelf uit de wedstrijd gehaald.” Negatieve gedachten dus, die na 200 meter al opkwamen toen hij zich realiseerde dat het tempo veel te hoog lag.

„Ik ging de wedstrijd in met het idee om voorin mee te strijden. Ik moest meteen versnellen en kon daardoor niet ontspannen lopen. Terwijl je een 800 meter alleen goed loopt als je de eerste ronde ontspannen doorkomt. Ik ging te veel nadenken, ik praatte mezelf de put in. Dat voelt heel loserig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden