Slecht nieuws voor Nederlandse bedrijven, Polen werken liever thuis

Op het moment zijn Oost-Europese arbeidsmigranten goed voor maar liefst 250.000 banen in Nederland. De pijn zal vooral voelbaar zijn bij agrariërs. Beeld ANP

Oost-Europese arbeidsmigranten gaan liever in eigen land aan de slag. Personeelstekort in Nederland is het gevolg.

De vaste banen liggen er voor het oprapen, lonen stijgen er explosief en overheden gooien met een belastingverlaginkje hier en een subsidietje daar alles in de strijd om burgers te bekoren. Afreizen naar het verre Nederland voor een paar maanden flink buffelen en een karig onderkomen? De gemiddelde Pool, Bulgaar of Roemeen bedankt er steeds vaker voor. Het economisch bureau van ABN Amro voorspelt dan ook dat het aantal Oost-Europese arbeidsmigranten de komende jaren geleidelijk afneemt. Met alle gevolgen van dien voor de Nederlandse economie.

Op het moment zijn Oost-Europese arbeidsmigranten goed voor maar liefst 250.000 banen in Nederland. Het gros (vooral Polen) is actief in de logistiek, de tuinbouw en de industrie. Vallen deze buitenlandse krachten weg, zeggen de economische onderzoekers van de bank, dan komen bedrijven in die toch al in de knel geraakte sectoren verder in het nauw. Nu al klaagt bijna een kwart van de Nederlandse bedrijven over een personeelstekort.

Duurder personeel

De pijn zal vooral voelbaar zijn bij agrariërs. Alleen al in de glastuinbouw maakt bijna een derde van de bedrijven gebruik van Oost-Europese krachten. Haken zij af, dan zijn boeren aangewezen op duurder en moeilijk te vinden Nederlands personeel.  Of op prijzige robots die nog niet op de markt zijn.

Hetzelfde staat ook de industrie te wachten. Daar vervullen Oost-Europeanen nu vijf procent van alle banen. Maar als hun aantal zal slinken, zullen Nederlandse bedrijven zich genoodzaakt zien een deel van hun productie naar het buitenland te verplaatsen. Wat de Nederlandse industrie weer minder efficiënt en nog duurder maakt.

Nog even terug naar het waarom van het Oost-Europese vertrek. In Roemenië zagen burgers hun loon vorig jaar met 30 procent stijgen. Het minimumloon schoot er in een paar jaar tijd met 140 procent omhoog. Tegelijkertijd zorgden overheden ervoor dat energiekosten met subsidies behapbaar bleven.

Zo’n 1500 kilometer verderop in Polen gingen de lonen eveneens flink omhoog. Moest de gemiddelde Pool het vijftien jaar geleden – voor toetreding tot de Europese Unie – vooral doen met flexibele contractjes, tegenwoordig strooien bedrijven met vaste contracten. Mensen met een kleine portemonnee zagen het minimumloon de afgelopen jaren met 40 procent stijgen.

Ondanks die forse stijging zitten sociale minima in Oost-Europa nog altijd ver onder het Nederlandse minimumloon. Maar, zegt econoom Nora Neuteboom van ABN Amro, de kosten in Polen en Roemenië liggen veel lager. “Dus qua koopkracht is het verschil niet heel groot. Daarbij is een vaste baan in eigen land ze meer waard dan een sprong in het diepe in het verre Nederland.  Hier moeten arbeidsmigranten het toch veel hebben van seizoensbaantjes.”

Lees ook:

Wat zou een Pool hier nog sappelen?

Roemenen en Bulgaren nemen de plaats van goedkope Polen in binnen de Nederlandse bouw en transportsector.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden