Slavin van de heer des huizes

Nederlandse onderzocht undercover rechteloosheid huishoudhulp in Saoedi-Arabië

Het is geen standaard juridisch onderzoek. Gekleed in een abaya, de traditionele kledij van een vrouw in Saoedi-Arabië en de Emiraten, de mp3-speler met muziek van Destiny's Child onder de hoofddoek verborgen, dook Antoinette Vlieger onder in de wereld van Aziatische huishoudsters in het Midden-Oosten. In Indonesië en op de Filippijnen vroeg ze vrouwen wat hen werd beloofd; in Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten onderzocht ze de praktijk. Tussen verwachtingen en realiteit gaapt een diepe kloof. De vrouwen eindigen in veel gevallen als huisslaven.

Tijdens de verdediging van haar proefschrift beeldde Vlieger gisteren haar werkwijze uit. Ze deed zich in Riaad en Jeddah voor als zwangere vrouw van een expat, op zoek naar een huishoudster. Ze bleek alles te kunnen maken. Typerende quote van een bemiddelingsbureau: "Ze werkt de hele tijd, iedere dag. Je haalt haar op van het vliegveld en dan stop je haar in je huis en doet de deur op slot. Na twee jaar maak je de deur open."

Als Vlieger vroeg naar de contracten die de vrouwen thuis hadden getekend, kreeg ze reacties als: "Dat is daar en dit is Saoedi-Arabië. Hier hebben we onze eigen regels en de regels zijn dat ze geen rechten heeft. Het spijt me, maar als ze bij jou in huis komt, is ze jouw slaaf." In de officiële wetgeving tellen huishoudsters in Saoedi-Arabië en de Emiraten niet eens als werknemers. Ze werken in huis, waar de man de ultieme machthebber is en de overheid geen regels voorschrijft.

Het regent daardoor conflicten. De meeste gaan over salaris, al zijn de verwachtingen van de huishoudsters niet eens zo hoog. De Arabische werkgevers verwachten echter voor 200 dollar per maand fulltime arbeid: gemiddelde werkdagen van 17 uur, maar wel 24 uur per dag beschikbaar, 7 dagen per week. Ook zijn er meningsverschillen over taken (wel of niet voor kinderen zorgen, wel of niet koken), over het feit dat ze nooit alleen het huis uit mogen, en vaak twee jaar helemaal niet naar buiten mogen. Om nog te zwijgen van seksueel misbruik of van gevallen waarin ander werk is beloofd dan de vrouwen krijgen.

Bij zo'n ruzie heeft de huishoudster een probleem, want waar moet ze naartoe? Naar de arbeidsrechter mag ze niet, want ze valt niet onder de arbeidswet. Er wordt nooit iemand voor uitbuiting veroordeeld, en niet betaalde salarissen worden vrijwel nooit uitgekeerd. De politie is er ook niet echt te vertrouwen. Bovendien is slechts de heenreis betaald, de terugreis moet verdiend worden en haar paspoort is door de werkgever in beslag genomen.

Wie is weggelopen heeft bovendien geen slaapplaats meer en moet in het illegale circuit aan de slag onder nóg slechtere werkomstandigheden. Sommige vrouwen stappen zelf over op illegale activiteiten als prostitutie of het stoken van alcohol, anderen worden daartoe gedwongen. Het alternatief is een berooide terugkeer, of deportatie.

Niet alleen de Aziatische dienstbodes hebben een probleem, stelt Vlieger. Conflicten over huishoudelijk werk zorgen voor spanningen binnen de gesloten Arabische families, en kosten de maatschappij geld voor opvang, juridische strijd of criminaliteit. Een gezin dat problemen krijgt met een huishoudster heeft een andere nodig, wat opnieuw bemiddelingskosten met zich breng, plus de kosten voor het inwerken van de nieuwe hulp. Beter - en op den duur goedkoper - zou het zijn als er over en weer duidelijke afspraken lagen, als conflicten laagdrempelig kunnen worden beslecht.

"Dat is een breder kenmerk van mensenhandel", zegt Vlieger. "De winst is voor een kleine groep, de kosten worden voor een belangrijk deel gedragen door de maatschappij. De economische gevolgen van slechte regulering van zulke dienstverlening zijn groot. Als je dit toont, stimuleert dat landen om mensenhandel harder aan te pakken. Dat geldt in Saoedi-Arabië of de Emiraten, maar ook hier. Als Oost-Europese seizoenarbeiders beter gereguleerd hier komen, ontstaan minder juridische conflicten - of erger. Dat is misschien een nadeel voor enkele uitzendbureaus, maar een voordeel van de rest van de samenleving."

Zwarte jurk: bij hoogleraren een statussymbool
Antoinette Vlieger verdedigde haar proefschrift in een oranje abaya, haar All Star gympen staken onder de stof uit. "Deze schoenen had ik in Saoedi-Arabië ook altijd aan, als de geheime dienst dan kwam tilde ik m'n abaya op en kon ik hard wegrennen." De twee paranimfen aan haar zijde droegen een zwarte abaya, inclusief sluier.

De reden? "Enerzijds om vrienden en familie te laten zien hoe ik erbij liep, anderzijds om een punt te maken. Sommige zwarte jurken, zoals van hoogleraren of rechters, verhogen de status, terwijl bij een abaya juist sprake is van een lagere status. Dat vind ik vreemd." Maar is zo'n type jurk met sluier niet een weerslag van de onderdrukte positie van vrouwen? "Kledingstukken onderdrukken niet, dat doen mensen. Als vrouwen verplicht worden er een te dragen, zoals in Saoedi-Arabië, ben ik er tegen. Maar in bijvoorbeeld de Verenigde Arabische Emiraten is het een vrije keuze. Er zijn zelfs modetrends in, het is echt niet altijd opgelegd. De vrouwen zijn boos over een rechtssysteem dat niet werkt, of dat ze niet mogen autorijden, maar die abaya dat boeit ze niet. Waarom zouden wij er dan wel moeilijk over doen?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden