Slapen in de hoop dat het ooit weer gaat regenen

Zelden was het zo droog in zuidelijk Afrika als het afgelopen jaar. Alleen al in Mozambique dreigt voor 1,5 miljoen mensen hongersnood. Alarmbellen gingen er later af dan in de buurlanden. In Nederland gaat het Rode Kruis geld inzamelen voor de getroffen landen.

Er hangt een stofwolk in de gortdroge, onverharde straten van Chigubo in zuidelijk Mozambique. Zandstof dat opwaait, dat overal tussen gaat zitten, dat schuurt in de keel en prikt in de ogen. Verdorde struiken herinneren her en der nog vaag aan de regen die ooit in het gehucht met driehonderd huisjes moet zijn gevallen. Maar het zand heeft ondertussen al zeker een jaar vrij spel. De omgeving bij Chigubo is verworden tot een halfwoestijn.

De zussen Matilde (44) en Lina (34) Chauqug kunnen zich niet herinneren wanneer er voor het laatst een echte bui viel in hun dorp. Het regenseizoen loopt in Mozambique normaal gesproken van oktober tot april. Dit jaar viel er niets.

Een gevolg van El Niño, zeggen klimatologen, het natuurfenomeen waarbij opwarmend oceaanwater rond de evenaar het weer op veel plekken in de wereld beïnvloedt. Niet dat de zussen Chauqug weten hoe dit klimaateffect in elkaar steekt, maar de gevolgen kennen ze ondertussen maar al te goed. "De oogst is mislukt", zegt Matilde. "En van mijn zeven koeien zijn er nog slechts twee over."

De andere vijf verhongerden. "Het vee heeft niets te eten", zegt Matilde. Ze wijst naar de zandvlakte om haar heen waarop geen gras meer groeit en die akelig snel opwarmt in de ochtendzon. De zomer op het zuidelijk halfrond zou voorbij moeten zijn, maar het kwik zal in Chigubo vandaag opnieuw stijgen tot ruim 35 graden.

Niet alleen het vee, ook de mensen lijden honger. Niet voor niets zitten de zussen Chauqug aan de rand van hun dorp te wachten. Dit is de plek waar het World Food Programme (WFP) vandaag zakken maïs uitdeelt. Matilde krijgt er één, Lina een halve. Matilde heeft negen monden te vullen, Lina vijf.

"We doen er ongeveer twee weken mee", zegt Lina. Dat is te kort. Het WFP komt maar eens per maand langs in het dorp, dat alleen via een zandweg van 150 kilometer te bereiken is. "De andere twee weken slapen we veel", vult Matilde aan. "Om zoveel mogelijk energie te sparen."

Het WFP probeert, net als veel andere hulporganisaties, de voedselcrisis in Mozambique enigszins te verlichten. Maar de zakken graan lijken een druppel op een gloeiende plaat. Er zijn honderden dorpen als Chigubo, en er is niet genoeg geld om die allemaal van voedsel te voorzien. Zeker 1,5 miljoen mensen in de zuidelijke helft van Mozambique hebben noodhulp nodig, maakte de overheid onlangs bekend. Dat zijn vijf keer zoveel mensen dan de maanden ervoor werd verondersteld.

Terwijl buurland Zimbabwe al begin dit jaar de noodtoestand uitriep, ging Mozambique er lang vanuit dat de voedselcrisis wel meeviel. "Wij waarschuwden al tijden voor droogte", zegt Cláudio Julaia, noodhulpanalist bij de Verenigde Naties in de Mozambikaanse hoofdstad Maputo. "Maar Mozambique heeft de eerste maanden van het jaar doorgaans juist last van overstromingen. De regering was vooral bang voor een teveel aan regen. Met droogte had zij weinig ervaring en hield zij dus geen rekening."

Pas na uitvoerig onderzoek op het platteland bleek hoe schrijnend de situatie in Mozambique is. Te laat eigenlijk, want het grootste deel van de internationale hulpgelden is nu al toegewezen aan landen die eerder alarm sloegen: Zimbabwe, Malawi, Madagaskar, Lesotho en Zambia. Problematisch, meent Julaia, want een droogte van deze omvang heeft Mozambique nog niet eerder meegemaakt. "De ergste droogte tot nu toe was die van 1983", zegt hij. "Toen hadden 800.000 Mozambikanen voedselhulp nodig. Nu het dubbele aantal."

En droog zal het de komende maanden blijven. "Pas in oktober, als een nieuw regenseizoen aanbreekt, kunnen we weer proberen iets te verbouwen", weet Matilde. Dat wil zeggen: als de effecten van El Niño tegen die tijd echt voorbij zijn en het regenseizoen zijn naam weer eer aandoet.

Niet alleen droog, ook extreem heet

Door het extreme weer mislukte dit jaar de oogst op veel plekken in zuidelijk Afrika. Ook de van origine Zweedse bananenboer Erik Swerup produceerde in het eerste kwartaal van dit jaar maar liefst twee volle maanden helemaal niets. Voor hem was echter niet zozeer de droogte het probleem, zegt hij. De Limpop-rivier, die langs zijn boerderij in Guijá in Mozambique stroomt, is gelukkig niet drooggevallen. Hij kon irrigeren. De hitte was een groter probleem. "Het was regelmatig boven de 50 graden", legt hij uit. "Te warm voor bananen."

De Verenigde Naties schatten dat 400.000 grootschalige en kleinschalige boeren in Mozambique problemen ondervinden van de extreme hitte en droogte.

Voedselprijzen in het land verdubbelden daardoor het afgelopen jaar. Omdat ook alle buurlanden van Mozambique met droogte kampen, is het niet eenvoudig om voedsel te importeren. In heel zuidelijk Afrika zullen dit jaar minstens tien miljoen mensen voedselhulp nodig hebben volgens het World Food Programme.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden