Slakken op het liefdespad

,,Hoe planten slakken zich voort? In eerste instantie denk ik aan eitjes, maar ik heb nooit van slakkeneitjes gehoord. Brengen zij dan hun jongen levend ter wereld? Maar waarom zie je dan nooit pasgeboren minislakjes? En hoe zit het met de slakkenhuizen? Een van mijn dochters meent dat slakken met een klein huisje geboren worden en dat dit later meegroeit. U merkt: ik wandel in raadselen'', schrijft een lezer uit Driebergen.

Een heleboel vragen tegelijk, die wellicht bij meer lezers leven en aanleiding zijn om weer eens iets over slakken te schrijven.

In onze tuin leven veel slakken. Ze doen er weinig kwaad aan de wilde planten. De gewoonste zijn de tuinslakken met een roze of geel, bruinzwart gebandeerd huisje en de wat grotere segrijn-slakken met een donkerbruin, lichtgevlekt huisje. Dan zijn er nog tientallen soorten met een huisje dat niet groter is dan een dubbeltje: het behaarde slakje, het ammonshorentje, de kelderslak, de lookslak, het boerenknoopje, het glanzig agaathorentje, om er maar een paar te noemen. Ook leven er naaktslakken, van die zwarte met een oranje kruipzool en ook bruine met panterstippels en strepen.

Al die landslakken zijn herma-frodieten (van de godennamen Hermes en Aphrodite): ze zijn tegelijkertijd mannetje en vrouwtje, hebben dus zowel een penis en zaadklieren als een vrouwelijke opening en eierstokken. Bij zeeslakken komt het voor dat jonge dieren mannelijk zijn en bij het klimmen van de jaren steeds vrouwelijker worden, totdat zij tenslotte eieren leggen. Spontane seksuele ombouw dus.

Liefdesgod

De hermafrodiete slakken kunnen zichzelf niet bevruchten. Twee slakken paren door bij elkaar hun penis in te brengen. Dat gaat niet zomaar. Ook slakken hebben gevoelens. Er vindt eerst een uitgebreid voorspel plaats, dat aan een trage dans doet denken. Wijngaardslakken richten zich op met de kruipzolen tegen elkaar. Vervolgens schieten ze elk als de liefdesgod Amor een echte pijl in elkaars lijf. Die pijl is een spitse kalknaald van een centimeter lang ' duidelijk te zien als je parende huisjesslakken uit elkaar haalt, wat me kort geleden per ongeluk is gebeurd. Ik zal ze nooit opzettelijk in hun liefdesspel storen.

Die liefdespijl schijnt de prikkel te zijn om tot paring over te gaan. Bij tuinslakken, segrijnslakken en heesterslakken gaat de paring ongeveer eender. Ook daar komen liefdespijlen aan te pas. Het ontvangen sperma wordt in het slakkenlijf bewaard tot de eieren rijp zijn.

Slakkeneitjes

Slakken leggen eitjes, tamelijk grote zelfs, met een ondoorzichtige kalkachtige schaal. Ze graven een kuiltje in de grond, waar een kluitje eieren in komt te liggen. Bij waterslakken zoals posthoorn en poelslak zijn die eieren zo doorzichtig dat je de ontwikkeling van de embryo's door de eiwand heen kunt volgen. Doe maar eens wat waterslakken in een glazen pot. Op zeker moment plakt er wel een zo'n gelatineachtige eierkluit tegen het glas. Met een vergrootglas is de hele ontwikkeling te zien. Je kunt de nog niet uitgekomen slakjes zelfs al zien bewegen.

In deze tijd van het jaar krioelt het in onze tuin van de jonge huisjesslakken. Tuin- en segrijn-slakken van twee of drie millimeter kruipen bij regenweer tegen de ramen op en bij droog weer zitten ze tegen de schuurdeur of op de stammen van heesters en bomen geplakt. Hun huisjes zijn nog doorschijnend, maar bij de jonge tuinslakjes is al een donkere spiraalband te zien.

Ook zien we in de tuin niet zelden jonge naaktslakken. De grootste naaktslak is de tijgerslak, in onze tuin heel gewoon. Die wordt wel vijftien centimeter lang en is vooral in schemering en nacht actief. In het voorjaar zien we uitsluitend jonge dieren van maar een paar centimeter, als ze helemaal uitgestrekt rondkruipen.

Meegroeiend huisje

Het feit dat de jonge slakken al meteen een teer, maar echt huisje hebben, betekent dat het met de slak meegroeit. Het huisje wordt gevormd door de mantel, een klierrijke huidplooi, die het hele dier omhult. Bij huisjesslakken is het de voering van de schelp. De voornaamste bouwstof van die schelp is kalk, die de slakken met hun plantenvoedsel opnemen en die ze ook wel van kalkrijk gesteente, klei en zelfs muren halen.

Het ontwerp van een slakkenhuis is geniaal. Het kan naarmate de slak groeit tot in het oneindige aan de mondrand worden uitgebouwd. Elke winding van het spiraalvormige huis is groter dan de vorige. Soms vind je een huisjesslak die zijn huis net aan het uitbreiden is. Dan is de mondrand heel fragiel, terwijl juist die mondrand normaal het dikst en sterkst is. Klieren in de rand van de mantel produceren conchioline, dat de gekleurde opperhuid van het huisje vormt, en andere klieren zorgen voor de kalksubstantie van het huisje zelf. De dwarse ribbels in een slakkenhuis, het best te zien bij de wijngaardslak, zijn groeilijnen, die de uitbreidingen van het huisje markeren.

De voorouders van de naaktslakken hebben ooit een huisje gehad, waarvan nog wat inwendige kalkkorrels zijn overgebleven onder het mantelschild, dat het voorste deel van hun lijf bedekt. In de loop van hun evolutie is het huisje verdwenen. Voor hun leefwijze woog blijkbaar het nadeel van de ontbrekende bescherming van een huisje op tegen het voordeel van een leniger lichaam, dat door kleine openingen kan kruipen.

,,Nu ik erover nadenk, weet ik eigenlijk ook niet, hoe wormen zich voortplanten'', schrijft de lezer uit Driebergen. Dat vertel ik dan nog wel eens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden