Slager Verrijp begrijpt niets van die pestzooi

Hoewel van huis uit opgeruimd van karakter, heeft hij maar wat vaak geklaagd over die onophoudelijke 'pestzooi' in de Riederlaan, in Rotterdam-Zuid. Totdat ook zijn winkel prooi werd van de oprukkende stadsvernieuwing. Vanaf dat moment restte voor modelslager Verrijp alleen nog de herinnering aan dertig mooie jaren, die hem geen windeieren hadden gelegd.

Gelukkig is hij 'al' 75 jaar. Dus erg lang zou hij toch niet meer te gaan hebben, weet hij zelf. De loop was er de laatste jaren bovendien behoorlijk uit. Dat lag - Verrijp weet dat zeker - niet aan de kwaliteit van z'n waren. Die werd juist alom geroemd, de carbonades en kalfsfricandeau voorop.

Nee, de slet was er in gekomen toen veel oorspronkelijke bewoners de verpauperende buurt lieten voor wat die was. En het onberedenaarbare was, dat met de stadsvernieuwing in zicht, de overgebleven 'harde kern' het eveneens voor gezien hield. Vanwege de renovatie moesten zij tijdelijk hun huizen uit en dat was voor de meesten kennelijk het moment om voor een verzorgingsflatje of een bejaardenhuis elders te kiezen.

Ook veel van de jonge stellen trokken uit de Riederlaan en omgeving. Ze gingen naar de nieuwbouwwijk Beverwaard of het oude Lombardijen, waar de huren net iets lager liggen.

Hun plaatsen werden ingenomen door mensen van voornamelijk Turkse- of Marokkaanse afkomst. En hoewel Verrijp op zich niets tegen deze mensen heeft, droegen zij wel bij aan de verminderde klandizie. "Die komen hier nou eenmaal geen biefstukje halen" , vatte hij het probleem bondig samen.

Financieel was hij al jaren niet meer afhankelijk van z'n zaak. Maar die bezorgde hem op z'n oude dag een pracht stuk afleiding en daarom piekerde hij, gezond als hij was, er niet over te stoppen. Dat was ook de reden dat hij van die stadsvernieuwing eigenlijk niets wilde weten.

Hij mopperde daarover voortdurend, maar soms was zijn verhaal tegenstrijdig. "Ik begrijp niet dat de gemeente zo langzaam werkt en dat iedereen zo lang in die pestzooi moet zitten" , zei hij dan, dit terwijl die vermeende traagheid hem persoonlijk juist bijzonder goed uitkwam.

De laatste tijd stond hij steeds vaker met sombere blik naar de sloop van de woningen tegenover te staren. Zo werd hij zich meer en meer bewust van het naderende onheil waaraan ook hij niet kon ontkomen. Nog somberder werd hij, toen z'n buurman van iets verderop, de garagehouder De Koomen, eind april onverwacht stierf. "Ik ken hem al zo veel jaren" , zei hij toen met tranen in de ogen.

Kort daarna liet de gemeente Verrijp weten dat zijn winkel in juli leeg moest zijn. Dat was maar liefst vier weken eerder dan door hem verwacht. Hij hield uitverkoop en het vlees, de blikjes soep en pakjes vermicelli waren in mum van tijd weg. Zoals ook zijn toonbank. Alleen de weegschaal hield hij zelf, als aandenken.

De winkel staat nu leeg en zelfs de verlichting brandt niet meer. Maar elke ochtend om een uur of tien is nog steeds het silhouet zichtbaar van een forse man met grijzend haar. Hij staart naar buiten, maar reageert niet op de opgestoken hand van de passant. Voor de slager had de stadsvernieuwing ook in het jaar 2 000 mogen beginnen en liefst nog later.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden