Slager uit Tikrit

Met zijn dood aan de galg is zaterdag-morgen vroeg definitief Saddam Hoesseins rol in Irak geëindigd. Vanaf 1979, toen hij aan de macht kwam, was het land verwikkeld in militaire avonturen die verkeerd uitpakten.

Vervolg van pagina 1

Het belangrijkste deel van de naam van de Iraakse dictator en massamoordenaar Saddam Hoessein al-Majdi al-Tikrit werd meestal weggelaten. Bij Tikrit werd hij geboren. Uit Tikrit kwamen de mensen die hem een kwart eeuw aan de macht hielden. In Tikrit zal voor zijn dood, zaterdagochtend aan de galg in een gevangenis in Bagdad, bloedig wraak worden gezworen.

De Amerikanen die hem eind 2003 uit een gat in de grond haalden – en waar anders dan bij Tikrit – zijn er inmiddels achter dat Irak, ook al hebben ze het voorzien van een moderne regeringsvorm met verkiezingen waarin vrij kan worden gestemd, daarmee nog niet modern is. Voor de gemiddelde Irakees gaan bloedband, clan-verband en geloof boven alles. In die volgorde.

Onder het bewind van Saddam Hoessein was het niet anders – alleen was het toen zijn clan die het land beheerste, met een grondigheid waar Stalin zijn hoed voor af zou hebben genomen.

Dat hij de ’peetvader’ van die clan zou worden lag helemaal niet voor de hand toen Saddam opgroeide. Hij werd in 1937 geboren in Al-Awja, een boerendorpje aan de Tigris. Zijn vader stierf voor hij geboren werd – of misschien liet hij zijn gezin wel in de steek, zeggen sommige biografen.

Die zijn het over wel meer dingen niet helemaal eens, maar het lijkt erop dat Saddam in zijn eerste levensjaren werd onderhouden door zijn oom van moederskant, daarna door zijn stiefvader. Hij ging weinig naar school, omdat hij geiten moest hoeden en andere karweitjes moest doen om het gezin te laten rondkomen.

Toen het gezin naar Bagdad verhuisde, kwam Saddam in aanraking met de politiek van het Irak van de jaren vijftig. Arabisch nationalisme vierde hoogtij. In verscheidene landen, zoals Syrië, Egypte en ook Irak, was de Baath-partij actief, die streefde naar een verenigd socialistisch Arabisch vaderland. Op de middelbare school leerde Saddam Groot-Brittannië haten, ooit de koloniale heerser, het Hasjemitische koningshuis dat de Britten hadden achtergelaten, en de Verenigde Staten.

Het is nauwelijks te geloven voor wie de man de laatste decennia heeft gevolgd op nieuwsfoto’s en in journaals, maar Saddam Hoessein is geen dag een echte militair geweest. In 1957 meldde hij zich aan op de Militaire Academie in Bagdad, maar werd geweigerd omdat zijn schoolresultaten niet voldeden. Op advies van zijn oom werd hij lid van de Baath-partij.

Binnen een jaar was daar zijn werkelijke talent herkend en gebruikt. Hij kreeg opdracht een militante communist te vermoorden. Samen met zijn oom, die ervan werd verdacht de opdrachtgever te zijn, verdween hij een maand in de cel. Daarna werd hij bij gebrek aan bewijs vrijgelaten en meteen ingezet in een groter project: het vermoorden van premier Abdel Karim Kassim, een generaal die in de bloedige staatsgreep de macht had overgenomen van koning Feisal II.

Die aanslag mislukte, Kassim overleefde en Saddam zocht een goed heenkomen met een kogel in zijn been. De heroïsche geschiedschrijving van zijn regime liet niet na te melden dat hij de kogel er eigenhandig uit haalde. Hij ging – waar anders – naar Tikrit, en daarna naar Syrië en Egypte. In Bagdad werd hij, voor de eerste keer, ter dood veroordeeld.

Een paar jaar later viel dictator Kassim alsnog. De staatsgreep die Abdel Aref aan de macht bracht, was geleid door kolonel Achmed Hassan al-Bakr. Hij was een voormalig leider van de Baath-partij en, nog veel belangrijker, een neef van de moeder van Saddam Hoessein.

Terug in Bagdad maakte die zich nuttig bij het zuiveren van de Baath-partij van leden die niet de juiste lijn aanhingen. Zijn vlekkeloze loyaliteit aan Al-Bakr deed hem stijgen in de hiërarchie van het bewind.

Dat ging niet helemaal gestaag – in 1965 belandde hij net als Al-Bakr korte tijd in de gevangenis omdat hij een staatsgreep tegen Aref zou beramen. In 1966 wist hij uit de gevangenis te ontsnappen. Nadat president Aref bij een helikopter-ongeluk om het leven kwam en werd opgevolgd door zijn minder doortastende neef, was het een kwestie van tijd of Al-Bakr nam de macht over.

En toen, in 1968, scheidde nog maar één man hem van de absolute macht. Een tijd lang verdedigde hij diens positie met nietsontziende toewijding – waarbij hij in een moeite door iedereen uit de weg ruimde die zijn baas mogelijk zou kunnen opvolgen.

Ruim tien jaar later was het zo ver. Zonder verzet liet Al-Bakr zich opzij schuiven en zo begon in 1979 voor Irak het tijdperk-Saddam Hoessein.

Als president van Irak erfde Saddam een rijke oliestaat die een belangrijke rol nastreefde in de regio. Onder zijn leiding was in 1972 al de Iraakse Oliemaatschappij genationaliseerd.

De oliedollars financierden het opbouwen van een geducht leger. De Baathistische droom van eenheid met Egypte en/of Syrië mocht dan een droom blijven, dat gold niet voor het ideaal van een groot en machtig Irak, geleid door de grote en machtige Saddam Hoessein: erfgenaam van de Babylonische heersers en van de grote sultan Saladin, bevrijder van Jeruzalem en geboren in – waar anders – Tikrit.

Maar Saddam was geen sultan. Hij was, als je geen bezwaar hebt tegen wat veel bloed, een uitstekende tweede man. Eigenlijk is Irak vanaf het moment dat hij aan het hoofd van het land kwam te staan, verwikkeld geweest in verkeerd uitpakkende militaire avonturen.

Om te beginnen tegen Iran. Met hartelijke instemming van zowel de westerse mogendheden als de Sovjet-Unie – niet vaak vertoond tijdens de Koude Oorlog – viel hij een jaar na zijn machtsovername zijn buurland binnen.

Eén van de redenen was dat Iran zijn sjiitische islamitische revolutie dreigde te exporteren naar Irak, waar de meerderheid ook sjiitisch is – en in Tikrit zijn ze dat niet. En Saddam misgunde Iran zijn strategische positie aan de Sjat-al-Arab, de grensrivier tussen de twee landen waarin Eufraat en Tigris samenvloeien en die voor Irak de enige toegang is tot de Perzische Golf.

De oorlog ging niet zoals hij verwachtte. Irak had de betere wapens, maar de soldaten van Iran hadden het heilige vuur. De oorlog duurde acht jaar. Iran won het aanvankelijk veroverde terrein terug en kwam met zijn leger zelfs de grens over. Basra werd bedreigd.

Toen in 1988, vlak voordat beide partijen uitgeput een wapenstilstand sloten, de altijd onrustige Koerden in het noorden gemene zaak maakten met Iran, beging Saddam een van de beruchtste misdaden uit zijn bewind. Met gifgasaanvallen op het stadje Halabja werden duizenden burgers gedood.

Maar ook de Arabische bevolking hield Saddam krachtig onder de duim. De geheime diensten – vijf, zodat geen ervan te machtig zou worden – waren actief in elk buurthuis en elk klaslokaal. In de beruchte Aboe Graib-gevangenis werden soms vijfhonderd mensen per week opgehangen. In massagraven overal in het land liggen naar schatting 300- tot 400.000 mensen.

Aan het einde van de oorlog met Iran in 1988 keek Irak aan tegen het verlies van 200- tot 300.000 mensenlevens en honderden miljarden euro’s aan schade. Toch voelde Saddam Hoessein zich sterk. Was hij niet een voorvechter van de Arabische zaak geweest, met steun van de machtige Verenigde Staten?

Op 2 augustus 1990 trokken zijn troepen Koeweit binnen. Dat had Irak dwarsgezeten bij zijn pogingen de Opec de olieprijs te laten verhogen, en was bovendien immers altijd van Irak geweest, voordat de Britten het anders regelden.

De reactie van de wereld was echter heel anders dan Saddam verwachtte. Binnen de kortste keren stond een door de VS geleide coalitie, met toestemming van de Verenigde Naties en zelfs met militaire steun van de belangrijkste Arabische landen, klaar om de Irakezen weer naar huis te sturen. Toen ze dat niet vrijwillig deden, trad operatie Desert Storm in werking.

Zo werd de overval op Koeweit een afgang, die alleen al onder Iraakse soldaten tussen de 30- en 50.000 doden kostte. Berucht werd de ’Snelweg des doods’, waarop coalitievliegtuigen het terugtrekkende leger bombardeerden.

Dat had het einde kunnen zijn van Saddam. Maar wat zou er worden van een land waar de bevolkingsgroepen al generaties tegen elkaar uitgespeeld werden?

President George H. W. Bush had geen behoefte dat uit te vinden. In plaats daarvan werd Irak onder een streng regime geplaatst: economische sancties, herstelbetalingen, stoppen met het ontwikkelen van chemische, biologische of kernwapens.

Later werden hele stukken van het land in het zuiden en het noorden verboden verklaard voor Iraakse vliegtuigen, om te voorkomen dat ze de eigen bevolking zouden bombarderen. Want die was na het Koeweitse avontuur wel degelijk in opstand gekomen. Een sjiitische opstand die door de VS was aangemoedigd maar niet gesteund, werd bloedig neergeslagen. De Koerden in het noorden hadden meer succes. In feite had Bagdad daar niets meer te vertellen.

Saddam bleef ondertussen gewoon Saddam. Terwijl Irak verkommerde onder economische sancties, hing zijn foto op elke straathoek. Naast de roemrijke geschiedenis van het land werd in de lofzangen op zijn persoon inmiddels ook verwezen naar de godsdienst, naar zijn afstamming van de profeet Mohammed, nota bene via de lijn van diens schoonzoon, de door de sjiieten vereerde imam Ali. Maar ondertussen werd hij steeds wantrouwender en steeg het aandeel familieleden in zijn entourage.

Pas in 2001 begon zijn deel van de wereld definitief te kantelen. De aanslagen van 11 september, waar hij part noch deel aan had, waren voor de zoon van president Bush, inmiddels zelf president, aanleiding om een regime-wisseling in Irak af te dwingen. In maart 2003 begon de inval die Saddam definitief van zijn macht zou ontdoen.

Het ging de VS en hun bondgenoten – waaronder Nederland, al vocht dat niet mee – om zijn massavernietigingswapens. En toen die niet gevonden werden om het vestigen in het Midden-Oosten van een echte democratie, die de buurlanden met dat cultuurgoed zou aansteken. Naarmate de bezetting van Irak langer duurde, en het verzet uit allerlei hoeken toenam, leek de arrestatie van Saddam Hoessein wel bijvangst: niet van nut om een einde te maken aan het verzet, wel goed om te laten zien hoe een nieuwe rechtsstaat afrekent met het verleden.

Maar je kunt op zijn minst vermoeden dat het bij de inval wel degelijk om Saddam Hoessein ging. En dat hij zijn executie te danken heeft aan een later akkevietje in Koeweit, in april 1993. Door hem zou daar een aanslag zijn beraamd op toen ex-president Bush.

De jonge Bush heeft het er wel eens over gehad. En zelf heeft de gehangene het vast geloofd. Niemand wist beter hoe belangrijk familie is dan Saddam Hoessein al-Majdi al-Tikrit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden