Slachtofferschap

De Nederlandse literatuur is een wittemannenbolwerk, zegt men. Zijn het niet de vrouwen, dan zijn het wel weer de allochtonen die ondervertegenwoordigd zijn in de letteren. Zegt men. Wie is men?

Nou, De Groene Amsterdammer besteedt deze week uitgebreid aandacht aan het onderwerp. Schrijver Karin Amatmoekrim (Surinaams-Nederlands) mag als eerste een klaagzang aanheffen: de Nederlandse literatuur beperkt de blanke blik tot wat men al kent, luidt zo ongeveer haar j'accuse. Denk ik, want echt helder schrijft Amatmoekrim het niet op. Tot wie is haar betoog gericht? Tot lezers? Tot uitgevers? Literatuurcritici? Of tot columnist Jan Kuitenbrouwer, die door Amatmoekrim 'borderline racistisch' (que?) genoemd wordt, omdat hij eens opperde dat allochtonen misschien minder toegang tot de letteren zoeken dan autochtonen?

Snel verder met het tweede artikel dat De Groene aan het onderwerp wijdt. Witte mannen Daan Stoffelsen en Thomas Franssen verkennen in eerste instantie de 'harde' cijfers, waaruit blijkt dat allochtone schrijvers inderdaad minder toegang zoeken tot het literaire landschap. Kijk, daar zien we dat die borderline-racistische uitspraak van Kuitenbrouwer gewoon klopt: allochtonen sturen bijvoorbeeld veel minder teksten in naar literaire tijdschriften, toch nog altijd een belangrijke ingang tot de wereld van uitgeverijen. Dan kan Amatmoekrim de Nederlandse lezer dus wel de schuld geven, maar lezen begint pas als er ook iets te lezen valt, denk je niet?

Interessanter is dat het duo Stoffelsen-Franssen op zoek gaat naar mogelijke oorzaken voor deze 'ongelijkheid'. Taalachterstand is een verklaring, opleidingsniveau ook. En daar hebben we nou precies de crux, want voor het schrijven van een roman dien je de taal te kunnen besturen zoals een piloot een landend vliegtuig tijdens een zomerstorm: tot in de finesses. Misschien moeten we de intellectuele achterstand onder allochtonen dus eerst eens wegwerken - een taakje voor de politiek, lijkt me - voordat we de literatuur xenofoob noemen.

Juist daarom is het zo jammer dat Stoffelsen en Franssen uiteindelijk pleiten voor meer 'activerende prijzen en organisaties'. Zulke prijzen en organisaties maken gehandicapten van allochtone schrijvers, zoals de Opzij Literatuurprijs dat doet met vrouwelijke auteurs. Zulke initiatieven stimuleren slachtofferschap. En dat is ironisch genoeg dan weer een typisch Hollands trekje, want o, wat hebben we het toch zwaar en wat voelen we ons miskend in dit miserabele welvaartsland.

Jamal Ouariachi is een moeilijke naam. Mensen hebben weleens geopperd dat ik meer boeken zou verkopen als ik onder een pseudoniem als 'Philip de Vries' zou schrijven. Misschien is dat wel waar, maar moet ik daar dan voor zwichten? Ik heb er zelf voor gekozen mijn leven aan de schrijverij te wijden, dan dien ik ook zelf de verantwoordelijkheid te nemen voor het welslagen van die onderneming. Dat betekent: zo goed mogelijk mijn best doen en het vooral niet opgeven. Afdwingen dat lezers me op kwaliteit beoordelen en niet op mijn afkomst. En vooral: niet klagen. Nóóit klagen. Dat kan altijd nog, straks in het multiculturele bejaardentehuis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden