Slachtoffers van apartheid klagen multinationals aan

(Trouw)Beeld AFP

75.000 apartheidsslachtoffers maken zich op voor een unieke rechtszaak in New York. Ze klagen vijf internationale bedrijven aan: : Ford, General Motors, Daimler, IBM en Rheinmetall. De multinationals deden destijds zaken met Zuid-Afrika. „Dit moet een les zijn voor iedereen die zaken doet met schurkenstaten.”

De zwarte Zuid-Afrikaan Mpho Masemola werd in 1982 als zeventienjarige scholier opgepakt en zonder vorm van proces twee maanden gevangen gezet, omdat hij geen pasboekje bij zich had. De jeugdige activist organiseerde boycots en was ’betrokken bij een verboden organisatie’. In 1985 werd hij veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf op het beruchte Robben Island. Daar bracht hij ook een jaar in de isoleercel door.

Masemola, nu 44 en werkloos, heeft nog dagelijks last van de martelingen waaraan hij werd onderworpen. „Terwijl ik met je praat heb ik nog moeite mijn telefoon vast te houden, vanwege de elektrische schokken die ik heb gekregen in mijn vingers.” Ook aan zijn geslachtsdelen kreeg hij stroomstoten toegediend en hij is geslagen met ijzeren pijpen, gedwongen om uren in een felle lamp te kijken en bestookt met traangas – ook in zijn cel.

Masemola lijdt aan post-traumatische stress, hoge bloeddruk, oogproblemen en neurologische storingen. „Dat komt doordat er nog metaalsplinters in mijn hersenen zitten, een gevolg van beschietingen door de politie.”

Masemola is één van de 75.000 slachtoffers van apartheid die nu proberen om vijf grote internationale ondernemingen voor de rechter te krijgen. Het gaat om de autofabrikanten Ford, General Motors en Daimler, de Duitse wapenfirma Rheinmetall en computergigant IBM.

Zij hebben destijds wapens en militaire voertuigen geleverd aan de Zuid-Afrikaanse veiligheidsdiensten, alsook de computersystemen en software voor de op ras gebaseerde pasboekjes. Die pasjes bepaalden in welk gebied iemand mocht zijn.

„De bedrijven zijn daardoor medeplichtig aan de gepleegde misdaden”, stelt advocaat Charles Abrahams. „Deze ondernemingen hebben het regime gesteund en daarmee financieel geprofiteerd van de apartheid en van de mensenrechtenschendingen die ermee gepaard gingen.”

De multinationals hebben hiervoor ook nooit verantwoording afgelegd voor de Truth and Reconciliation Commission, aldus de advocaat. Dit post-apartheidstribunaal was een cruciaal instrument voor herstel en verzoening.

Abrahams: „Het hof heeft bepaald dat we moeten aantonen dat de bedrijven doelbewust, met opzet, het apartheidsregime in stand wilden houden. Maar wij stellen dat ’kennis hebben van’ al genoeg is om medeplichtig te zijn. Iedereen die tijdens de apartheid zaken deed met Zuid-Afrika, wist waar apartheid voor stond en wat er gebeurde.”

Onder de apartheid zijn tussen 1960 en 1990 meer dan 80.000 tegenstanders zonder vorm van proces tot drie jaar gevangen gezet, aldus de aanklacht. Onder hen waren minstens 10.000 vrouwen en 15.000 kinderen jonger dan vijftien jaar.

Zuid-Afrika’s regeringspartij ANC houdt de veiligheidsdiensten alleen al tussen 1990 en eind 1993 verantwoordelijk voor meer dan 12.000 burgerdoden en 20.000 gewonden. Het International Strafhof heeft de apartheid dan ook aangemerkt als een misdaad tegen de menselijkheid.

In de procesvoering vertegenwoordigt Mpho Masemola de categorie slachtoffers van martelingen. Daarnaast zijn er nog drie categorieën: slachtoffers van onwettige moord, van onwettige inhechtenisneming en van wrede/inhumane behandeling.

Bij elkaar gaat het om 75.000 mensen, verenigd in twee groepen die het proces aanspannen: de Khulumani-groep, die 45.000 slachtoffers telt en de Ntsebeza-groep, die uit 30.000 mensen bestaat. „In zijn aard en omvang is deze rechtszaak uniek”, aldus Abrahams, die een van de advocaten van de Khulumani-groep is.

De eisers moeten nu nog één obstakel overwinnen, voordat hun zaak naar de rechter kan. De aangeklaagde ondernemingen hebben beroep aangetekend. Zij voeren aan dat ze destijds hebben gehandeld in overeenstemming met het Amerikaanse buitenlandbeleid.

Maar de regering van de Verenigde Staten heeft het New Yorkse Hof van Beroep in een brief verzocht dit beroep te verwerpen. Amerika stelt dat alleen de regering zélf uitspraken mag doen over haar buitenlandpolitiek; het gerechtshof heeft in deze geen jurisdictie.

„Die uitspraak heeft onze kansen om de zaak voor de rechter te brengen enorm doen keren”, zegt Abrahams opgetogen. „We hadden altijd wel het idee dat we een sterke zaak hadden, maar de verklaring van de Amerikaanse regering zal sterk in ons voordeel werken.”

Ook Mpho Masemola is blij. Onze zaak komt nu echt op stoom. God staat aan onze kant, onze gebeden beginnen verhoord te worden. We zien eindelijk licht aan het einde van de tunnel.”

Als de zaak voor de rechter komt, gaat het niet alleen om een eventuele ’significante’ schadevergoeding voor de slachtoffers, aldus Abrahams. „Het gaat er vooral om een duidelijke norm te stellen voor grote ondernemingen, hoe die zich dienen te gedragen als ze zaken doen met schurkenstaten.”

Masemola: „Het gaat ons niet om het geld. Ik ben nooit in het verzet gegaan om rijk te worden. Geld kan het onrecht jegens ons niet ongedaan maken. Het moet vooral een les zijn voor alle bedrijven die zich verrijken door te collaboreren met juntaregimes die hun volk uitbuiten. Denk aan Burma, Irak, de Democratische Republiek Congo, Zimbabwe. Dat mag nooit meer gebeuren.”

Johannesburg, 2 augustus 1989. Hoewel de autoriteiten vaak hard optraden, protesteren jongeren tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika. (FOTO AFP)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden