Slachtoffers mensenhandel vaak miskend

(Novum) - Slachtoffers van mensenhandel die in vreemdelingenbewaring zitten, worden vaak niet als zodanig herkend door de autoriteiten. Dat komt omdat de Dienst Justitiële Inlichtingen het liefst zo min mogelijk buitenstaanders toelaat in de centra voor vreemdelingenbewaring. Dat concludeert het Verwey-Jonker Instituut, dat onderzoek deed naar de positie van slachtoffers van mensenhandel, werkzaam in de seksindustrie, in Nederland.

Een ander probleem dat tijdens het onderzoek naar boven kwam, is dat de slachtoffers te weinig informatie krijgen over de mogelijkheid om aangifte te doen voordat ze in bewaring worden genomen.

Wanneer ze aangifte zouden doen, hebben ze recht op een tijdelijke verblijfsvergunning. De Immigratie- en Naturalisatiedienst moet hierover binnen een dag beslissen, maar die norm wordt in tachtig procent van de gevallen niet gehaald. Dat zorgt voor problemen bij het zoeken naar opvang.

De politie signaleerde in 2006 naar schatting drieduizend slachtoffers van mensenhandel in de seksindustrie. Dertig procent was jonger dan 18 jaar. Na onderzoeken en verhoor, bleek de constatering in duizend gevallen juist te zijn.

Het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut, een onafhankelijk bureau voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek, past binnen de Monitor Mensenhandel. Die brengt periodiek de positie van slachtoffers van mensenhandel, werkzaam in de seksindustrie, in Nederland in beeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden