Slachtoffers als procespartij

Teun de Groot, de zoon van de door Heinrich Boere vermoorde fietsenmaker, was blij dat hij als medeaanklager kon optreden. ( FOTO CHRIS KEULEN ) Beeld Chris Keulen
Teun de Groot, de zoon van de door Heinrich Boere vermoorde fietsenmaker, was blij dat hij als medeaanklager kon optreden. ( FOTO CHRIS KEULEN )Beeld Chris Keulen

Het Nederlandse Burgercomité tegen Onrecht wil dat slachtoffers of hun nabestaanden naast het Openbaar Ministerie gaan optreden als medeaanklager in een strafproces. Goed plan, zegt een Duitse officier van justitie. „Maar verwacht er niet te veel van.”

’De balans moet worden hersteld”, vindt voormalig Kamerlid Joost Eerdmans, tegenwoordig wethouder in Capelle aan den IJssel. „Ik heb veel te maken met nabestaanden van ernstige geweldsdelicten en dan hoor je verhalen over de martelgang die zij moeten maken als slachtoffer in een strafproces. Dat moet hoognodig veranderen.”

Eerdmans is voorzitter van het Burgercomité tegen Onrecht, dat sinds vorig jaar opkomt voor nabestaanden en slachtoffers van ernstig geweld. Het comité bepleit invoering van het Duitse systeem van ’Nebenklüger’. In rechtszalen in Duitsland mogen slachtoffers of hun nabestaanden vragen stellen aan een verdachte, een verklaring afleggen en zelfs strafeisen formuleren in een requisitoir.

In Duitsland hebben slachtoffers als Nebenklüger een vrij stevige positie in het strafproces. Die plek als volwaardige procespartij heeft vooral een heilzaam effect. Voor de bewijsvoering zijn de medeaanklagers niet nodig, zegt de Duitse Oberstaatsanwalt Ulrich Maass. „Het strafproces is en blijft in de eerste plaats een zaak van het Openbaar Ministerie.”

De hoofdofficier uit Dortmund was aanklager in het proces tegen de Nederlandse oorlogsmisdadiger Heinrich Boere, die eind maart door het Landgericht in Aken voor drie moorden is veroordeeld tot levenslang.

In die zaak waren er twee Nederlandse medeaanklagers, zonen van burgers die door Boere in 1944 waren geliquideerd. Ook in het proces in München tegen de vermeende nazikampbewaker John Demjanjuk hebben een overlevende en nabestaanden van kampslachtoffers zich gevoegd als Nebenklüger. Het zijn er 23, de meesten van hen zijn Nederlander.

Teun de Groot (76) uit Heiloo was twee maal aanwezig in de rechtszaal in Aken waar Heinrich Boere, de moordenaar van zijn vader, werd berecht. Hij was erbij op de eerste en de laatste zittingsdag. Zijn belangen werden tijdens de vijf maanden waarin het proces zich voortsleepte vertegenwoordigd door advocaat Detlef Hartmann uit Keulen.

„Ik weet eigenlijk niet eens wie Hartmann heeft betaald”, zegt De Groot. „Ik heb het hem niet durven vragen. Maar ik ben erg blij dat ik deze kans heb gekregen om als medeaanklager op te treden. Het is echt een heel goed idee als dit ook in Nederland zou worden ingevoerd.”

Hartmann zelf is met vakantie, maar volgens een collega betaalt de Duitse overheid de rechtsbijstand van medeaanklagers. „Strikt genomen moet Boere betalen nu hij is veroordeeld. Maar omdat hij geen geld heeft zal de Bondsrepubliek Duitsland voor de kosten opdraaien.”

Volgens De Groot heeft zijn advocaat bijgedragen aan de veroordeling van Boere door ter zitting met nieuwe documenten te komen uit Maastrichtse politiearchieven over de betrokkenheid van de SS’ers bij een razzia in het noord-Limburgse Helden-Panningen. Officier Maass spreekt dat tegen. „Nee, die documenten hadden niet zo veel betekenis voor het eindoordeel. Het was een bijzaak.”

Toch is Maass geen tegenstander van slachtoffers als procespartij. „Het biedt het slachtoffer de mogelijkheid zijn eigen belangen te verdedigen. De nabestaanden kunnen bijvoorbeeld tijdens het strafproces bewijs vergaren dat ze later nodig hebben bij een civielrechtelijke procedure voor schadevergoeding.”

De regels zijn in Duitsland vrij strikt, naast de slachtoffers zelf, kunnen alleen hun ouders of eventuele kinderen als mede-aanklager optreden. Dat betekende in de zaak-Boere, dat de kleinzoon van de Bredase apotheker Fritz Bicknese, die in 1944 door de SS’er werd vermoord, niet als ’Nebenklüger’ werd toegelaten. Uiteindelijk trad een broer van het slachtoffer op als medeaanklager.

Kleinzoon Maarten Bicknese uit Etten-Leur volgde de zaak op de voet, hij was ook met zijn oom bij de uitspraak. Hij vindt dat de nabestaanden tot hun recht zijn gekomen in de strafzaak. „Voor de familie is de zaak bevredigend verlopen.”

Officier Maass vindt het systeem prima, maar wijst er op dat er soms door slachtoffers als procespartij wordt ’overgereageerd’. „We hebben dat ook in het proces tegen Boere gezien, de twee advocaten van de medeaanklagers trachtten er een politiek getint proces van te maken door zwaar de nadruk te leggen op de fascistische sympathieën die zij Boere toedichtten. Dat heeft mij wel een beetje gestoord. Als Openbaar Ministerie wilden wij de zaak toespitsen op de drie moorden, waarvoor Boere in 1949 ook in Nederland was veroordeeld. De medeaanklagers strooiden zand in de raderen door de zaak veel breder te willen trekken. Maar in de kern blijf ik het een goede zaak vinden dat slachtoffers in Duitsland een serieuze rol spelen tijdens het strafproces. Als ik zelf slachtoffer zou zijn van een mishandeling, een ernstige belediging, een moordpoging of een vrijheidsberoving, zou ik, denk ik, ook willen deelnemen aan de berechting van de daders.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden