Slachtoffer zijn past niet in zelfbeeld van topsporter

PAPENDAL - Het probleem van seksuele intimidatie en seksueel geweld binnen de breedtesport is vergelijkbaar met hetgeen op dit gebied gebeurt in andere maatschappelijke sectoren. In de topsport speelt daarbij vooral het grote belang dat de sport heeft voor zowel pleger als slachtoffer een voorname rol. Dat blijkt uit een onderzoek dat het bureau TransAct in opdracht van NOC-NSF heeft uitgevoerd.

Binnen de breedtesport ligt het gedrag van de plegers in het verlengde van de cultuur en machtsverhoudingen bij verenigingen. Sport is bij veel clubs een mannendomein waar vrouwen getalsmatig in de minderheid zijn, zowel als sporters maar zeker als coaches en bestuursleden. Seksistisch gedrag wordt vaak als 'normaal' geaccepteerd; vrouwen die omgangsnormen aan de orde stellen, krijgen weinig steun. Gebruik van alcohol speelt, in tegenstelling tot in de topsport, een duidelijke rol.

Seksueel misbruik wordt in de totale sport niet als zodanig geaccepteerd, maar aan de andere kant wordt er nauwelijks tegen opgetreden. Een groot deel van de veertien voor het onderzoek geïnterviewde slachtoffers -zowel mannen als vrouwen- heeft intern bij verenigingen het probleem aangekaart. Nimmer volgden straf- of tuchtrechtelijke maatregelen.

Waar in de breedtesport grensoverschrijdend gedrag veel voorkomt tussen sporters onderling, geldt het probleem in de topsport vooral de pupil/coach-verhouding. Zoals duidelijk werd in de affaire Peter Ooms, de judocoach die door enkele van zijn oud-kampioenen met succes bij de rechter werd aangeklaagd wegens ongewenste intimiteiten. De zaak veroorzaakte zoveel ophef, dat NOC-NSF eindelijk besloot serieus werk te maken van het probleem. Het opstellen van een gedragscode vormde een eerste aanzet, het onderzoek waarbij veertien slachtoffers uit breedte- en topsport werden geïnterviewd is het vervolg. Het rapport 'Rode kaart of carte blanche' moet als basis dienen voor een beleid gericht op het voorkomen van seksueel misbruik.

Bevestigd wordt het beeld van de afhankelijkheidsrelatie tussen coach en pupil, zoals die in de affaire Ooms naar voren kwam. En die door buitenstaanders soms moeilijk is te begrijpen: hoe is het mogelijk dat ongewenst gedrag van een coach zo lang kan voortduren? Voor een deel heeft dat te maken met een 'topsportspecifieke factor', namelijk het sterke karakter, vereist om de top te bereiken. Kwetsbaarheid voortkomend uit ambitie. Topsport vergt inzet, uithoudingsvermogen en spirit, met name volwassen topsporters voelen zich onafhankelijk en autonoom. Slachtoffer zijn past niet in hun zelfbeeld, ze zien zichzelf als een sterk mens dat haar eigen leven stuurt.

Door het belang dat aan het bereiken van de top wordt gehecht, kan een coach een absolute machtspositie krijgen. Niet alleen ten opzichte van de sporter, maar ook binnen verenigingen of bonden. Daar ligt het fundament van de machtsuitoefening van trainers die tot ongewenste situaties kan leiden. Vaak zijn er maar weinig coaches die de sporter op topniveau kunnen trainen. “De sporters raken als het ware gevangen in het dilemma tussen hun behoefte aan veiligheid en hun streven topprestaties te leveren”, concludeert onderzoekster Marianne Cense.

Misbruik begint geleidelijk, de trainer verschuift langzaam zijn grenzen. Cense: “Dit maakt het misbruik voor de sporters moeilijk te herkennen en maakt dat ze zich mede-verantwoordelijk voelen, omdat ze eerder dingen hebben toegestaan.” Slachtoffers zijn veelal kwetsbare sporters, omdat ze door gebrek aan vrienden of een slechte band met de ouders in een isolement verkeren. Dit isolement wordt door de plegers versterkt, door het leven van de topsporter te controleren. Misbruik heeft een heel verwarrend effect op de sporters. Ze hebben behoefte aan de aandacht van de trainer (vaak de vaderfiguur) en twijfelen of misbruik normaal is. Met name de angst om de sport te verliezen, de aandacht van de trainer te verliezen of niet te worden geloofd, speelt een grote rol. Het misbruik stopt veelal als de sporter ouder wordt en mondigheid en onafhankelijkheid toenemen.

Een van de in het onderzoeksrapport aanbevolen preventiemaatregelen is het voorkomen dat plegers weer in een positie komen waarin gelegenheid is een vertrouwensrelatie met kinderen op te bouwen. Uit literatuur blijkt dat de kans op herhaling meer dan 25 procent is. Ook verhoging van straf- en tuchtmaatregelen kan de drempel tot misbruik verhogen. Een gedragscode waarin de norm wordt gesteld voor wat wel en niet acceptabel is in de omgang met sporters is gewenst, evenals een 'open cultuur' binnen verenigingen, waardoor over intimidatie en grensoverschrijdingen kan worden gesproken. Ook moet vanuit clubs begeleiding worden geboden aan sporters die minder weerbaar zijn of een geïsoleerde positie binnen de club hebben. De almachtpositie van de trainer moet worden beperkt (meer trainers op een team, ouders meer betrekken bij de training, toezicht) en op trainersopleidingen dient meer aandacht te komen voor omgangsvormen.

Ook zijn er preventieve maatregelen die aansluiten bij het emancipatiebeleid binnen de sportsector. Hier stuit Cense echter op een tegenstelling. Ze stelt dat de instroom van vrouwelijke trainers en sporters een positieve invloed zal hebben op de cultuur binnen teams en verenigingen; een opwaardering van de vrouwensport draagt ertoe bij dat klachten van vrouwelijke sporters meer serieus worden genomen. Maar ook:

“Naar aanleiding van de theorie van Elias over gevestigden en buitenstaanders is een tendens te voorspellen van een toename van seksuele intimidatie binnen sporten en verenigingen waar vrouwen in opmars zijn. Seksuele intimidatie kan dan worden gezien als bevestiging van de machtspositie van mannen, in tijden van onzekerheid daarover.”

Cense pleit voor kwantitatief en grootschaliger onderzoek hiernaar. Zoals ze nog met vele andere vragen zit zoals de omvang van het probleem, de motieven van de plegers, zijn vrouwen vaker slachtoffer dan mannen, overkomt het vooral jonge sporters, zijn er risicofactoren die veel meer voorkomen dan andere?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden