Slachtingen en lofzangen

De essayist Piet Meeuse noemt in zijn jongste prachtbundel Oud Nieuws Johannes van Patmos de invloedrijkste schrijver van de laatste tweeduizend jaar.

De openbaring van Johannes of de Apocalyps is het laatste boek van de christelijke bijbel. ,,Het is het bijbelboek waarin een boekje wordt opengedaan over Gods bedoelingen met deze wereld. En wel heel letterlijk, want wat Johannes beschrijft is een reeks visioenen waarin het Ultieme Boek, een zevenvoudig verzegelde boekrol, wordt geopend.'

May Meurs schrijft in het Algemeen Doopsgezind Weekblad dat de tekst van de Openbaring 'elke verbeelding en uitbeelding tart'. In zijn beschrijving van de Eindtijd wisselt Johannes 'weerzinwekkende slachtingen' af met 'lieflijke lofzangen.'

Meurs behandelt enkele kunstenaars die hebben gepoogd Johannes' beelden weer te geven. De vijftiende-eeuwse grafieken van Albrecht Dürer zijn het beroemdste. Maar de barokke kunst van Dominikus Zimmermann in de Beierse kerk Die Wies mag er ook zijn. ,,Daar staat hoog boven het altaar het Lam op het zevenvoudig verzegelde boek, gereed om het Goddelijke geheim te openbaren.

De spanning wordt pas echt krachtig in het plafondfresco van Die Wies. (...) Met het verbreken van de zegels krijgt het Hemelse tableau een onheilspellende dynamiek en wordt er meedogenloos afgerekend met al het kwaad.'

In het Amerikaanse Christianity Today betoogt de mennoniet J. Nelson Kraybill dat we Johannes' Openbaring niet moeten aangrijpen om te zeuren over de precieze volgorde van de wederkomst van Christus, de grote Rampspoed, het millennium en het Nieuwe Jeruzalem.

De ware bedoeling van de christelijke leer over de toekomst is ons op te roepen tot moedige trouw aan Jezus in ons huidige leven. Voor een goed begrip moet je de Openbaring zien in het licht van de tijd waarin het is geschreven. Nelson Kraybill concludeert dat de Openbaring zo vol is van poëzie en beeldentaal dat je de precieze betekenis van elk beeld niet voor eens en altijd kunt vastspijkeren.

Wel kun je je een voorstelling maken van de geest waaruit het boek geschreven is en je afvragen wat de auteur zou vinden van hedendaagse verschijnselen. Bijvoorbeeld van de gigantische winsten op Wall Street tegenover de schrijnende armoede in een groot deel van de wereld. Of van rijke landen die terugbetaling eisen van de schulden van arme landen.

Wat zou Johannes trouwens hebben gevonden van onze nationale trots: het liberale euthanasiebeleid? In het Centraal Weekblad wijdt de Groningse hoogleraar sociale geneeskunde, Doeke Post, een beschouwing aan de wetsvoorstellen inzake euthanasie van de ministers Borst en Korthals. Hij haalt de Duitse journaliste Annette Birschel aan die in het Friesch Dagblad van 1 september schreef: ,,Ondanks zorgwekkende aantallen en tendensen vermijden de Nederlanders in hun debatten over leven en dood oordelen te vellen.'

En: ,,Merkwaardig genoeg houden de protestantse kerken zich in de ethische debatten bijna volledig stil. De reformatorische kerken hebben geen markante persoonlijkheden in huis, noch eenduidige opvattingen over euthanasie en abortus.' Post vindt dat de constateringen van Birschel 'ons zeker tot denken moeten aanzetten'.

Zijn kritiek richt zich vooral op het voorstel een wettelijke status te geven aan wilsbeschikkingen waarin men verklaart onder bepaalde omstandigheden medisch gedood te willen worden. Bijvoorbeeld als men dement is geworden. Een arts zou dan, met een beroep op die vroeger geschreven verklaring, een demente oudere mogen doden.

Post vindt dit onaanvaardbaar. Dan dreigt immers het door Birschel omschreven gevaar: Een klimaat waarin zieken tot sterven worden gedwongen, 'omdat de gezonden hun lijden niet verdragen of omdat de behandeling te duur is'.

Het roomse Een-twee-een gaat kort in op de hoorzitting die de Tweede Kamer op 22 november hield over de euthanasie-voorstellen. Psychiater A. van Dantzig was daar ook aanwezig. In het voorjaar had Van Dantzig nog gezegd dat het gebrek aan goede zorg het leven van oude mensen zo ondraaglijk maakt dat legalisering van euthanasie voor demente patiënten onvermijdelijk is.

Tegen de Tweede Kamer zei hij: ,,Je moet als verpleeghuisarts wel heel sterk in je schoenen staan om tegen een demente te zeggen: 'mevrouw, uw tijd is gekomen, dat staat in uw schriftelijke wilsverklaring'.'

Sterk in je schoenen staan? Dat klinkt wel erg positief. Ik zou zeggen: Je moet wel een door en door gevoelloos, bureaucratisch onmens zijn om zoiets te doen. Maar hoe moet je dan de ministers noemen die dat mogelijk maken?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden