Skopje schudt het stof af

Over twee jaar moet de restauratie van Skopje voltooid zijn. Eindelijk is de Macedonische hoofdstad dan verlost van de grauwsluier die de verwoestende aardbeving van 1963 en het decennialange communisme achterlieten.

Skopje. Ik kwam er voor het eerst in 1999, toen ik vanuit Macedonië voor NOS-radio verslag deed van de oorlog in Kosovo. Een grijze, grauwe, stoffige stad, typisch communistisch opgezet. Honderden betonnen flats, tientallen zwartbruine overheidsgebouwen, stokoude, stinkende bussen en hobbelige straten, waar hier en daar wat asfalt lag. Of wat daar op moest lijken. Sombere mensen in donkere kleding. Geen stad om lang te blijven.

Dat was tóen. Hoe anders ziet de stad er nu uit. Vorig jaar was ik er voor het eerst sinds die gespannen tijd weer terug en ik keek mijn ogen uit. De betonnen flats zijn er uiteraard nog steeds, maar ook: prachtig gerestaureerde pleinen en kerken, moderne winkels, draadloos internet... Er worden miljoenen geïnvesteerd om de stad, waar ongeveer een miljoen mensen wonen en die zo rijk is aan historie, weer aantrekkelijk te maken voor toeristen.

In 1963 werd 80 procent van de stad Skopje verwoest door een enorme aardbeving. Zo'n duizend mensen kwamen erbij om het leven. De klok van het oude, vervallen station staat nog steeds, als stille getuige, stil op het tijdstip van die ramp: zeventien minuten over vijf in de ochtend van 26 juli 1963. In het gebouw is nu het museum van Skopje. Er is, gek genoeg, geen tentoonstelling over die allesvernietigende beving te zien, maar je vindt er een eenvoudige presentatie van archeologische vondsten.

Liever ga ik naar buiten, want op een steenworp afstand van het oude station is het centrale plein Plostat. Hoog op zijn paard kijkt Alexander de Grote, een van de beroemde grondleggers van het Macedonische rijk, uit over de stad en de rivier de Vardar, die dwars door het centrum van Skopje kronkelt en waar de inwoners in de zomer de broodnodige verkoeling vinden. Overdag glinstert het standbeeld in de zon, 's avonds is het zachtgeel verlicht, net als de rest van het grote plein. In de verte ligt het Skopsko Kale, een fort uit vermoedelijk de elfde eeuw. Gelegen op het hoogste punt in de oude stad.

Vanaf het plein wandel ik, een bedelaar ontwijkend, over de eveneens in oude glorie herstelde stenen brug uit de vijftiende eeuw, naar de Turkse wijk. Skopje telt vele nationaliteiten. Uiteraard Macedoniërs, maar bijvoorbeeld ook Albanezen en Roma. De Turken wonen in het oudste deel van de stad, Stara Carcija, dat als door een wonder vrijwel ongeschonden bleef tijdens de aardbeving Ik slenter eerst over de markt met z'n verse groenten en fruit. En daarna door de nauwe straatjes van 'klein Istanbul' langs de honderden winkeltjes, waar sieraden, schoenen en bruidskleding worden verkocht. Even verderop laat een jongen zich scheren.

Op bijna iedere straathoek kringelt rook naar boven. Bedrijvige handen keren vlees op de grill. Het is tijd voor de lunch en dat kun je het beste doen op een van de vele terrassen in de Turkse wijk. Ik ontmoet hier mijn vriend, de Nederlander Peter Bosse, die al 25 jaar in Skopje woont en mijn steun en toeverlaat was tijdens de Kosovo-crisis. Met hem schrijf ik een reisgids voor Macedonië, die in januari verschijnt.

We nemen plaats tussen de andere gasten. Het is druk, want niet alleen toeristen, maar ook inwoners van Skopje komen hier graag eten, vanwege de kwaliteit en de prijs. Wij eten samen voor 350 dinar (zo'n vijf euro) kebab (kleine stukjes gekruid rundvlees) en drinken een glas Macedonische witte wijn.

"Weet je dat hier op Goede Vrijdag een wonder is gebeurd?" De Balkan staat bekend om zijn mooie verhalen, maar mijn vriend stelt zijn vraag serieus. Een icoon zou tijdens de restauratie plotseling de oorspronkelijke kleur hebben teruggekregen.

Het geloof is diep verankerd in Macedonië, met de orthodoxe christenen (67 procent) als dominante groep. Moslims (30 procent) bezetten de tweede plaats. Er zijn ontelbare, vaak prachtige kerken en kerkjes, en sinds het jaar 2000 staat er een metershoog kruis op de heuvel,net buiten Skopje. 's Avonds is dat verlicht, en dus niet te missen. Wie naar dit 'Millenniumkruis' wil, kan voor 100 dinar (1,50 euro) de in 2009 door Oostenrijkers aangelegde kabelbaan nemen.

Halverwege de heuvel, onder het kruis, staat Manastir Sveti Pantelejmon. Het is een mooie, kleine orthodox-christelijke kerk. Ik bewonder de eeuwenoude muurschilderingen in het kerkje, dat waarschijnlijk begin negende eeuw werd gebouwd. Er is uiteraard een restaurant bij, want ze houden hier van eten. De Joegoslavische oud-president Tito zou hier een regelmatige gast zijn geweest, vertelt een vriend die me hier naartoe heeft gebracht. We bewonderen het uitzicht over Skopje, met in de verte besneeuwde bergtoppen.

Terug in de stad lopen we door de belangrijkste winkelstraat, Makedonija BB. Er zijn hier opmerkelijk veel moderne winkels waar de reclames van bekende internationale merken je toeschreeuwen. Een Duitse telecomgigant zorgt bij veel restaurants voor gratis wifiverbinding, maar liever luister ik naar de live-muziek tijdens ons diner. Ik houd wel van Slavische muziek, daarom kies ik voor restaurant Lira, even buiten het centrum. Wat een sfeer en gezelligheid en wat een contrast met de moderne restaurants in het centrum. Hoewel, ook hier is gratis draadloos internet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden