Skispringen ook bij vrouwen olympisch

Nederlands talent Wendy Vuik (22) hoopt op kwalificatie voor Sotsji 2014

Het zat er wel aan te komen, maar toch zat Wendy Vuik (22) de hele ochtend met kriebels in de buik achter haar computer, wachtend op het bericht van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). 's Middags kwam het verlossende woord van voorzitter Jacques Rogge: vanaf de Spelen in het Russische Sotsji (2014) is skispringen voor vrouwen een olympische sport.

Vorige keer, in Vancouver, werden de vrouwen nog geweigerd op het Olympisch toneel. Zelfs een gang naar de rechter bood geen soelaas. Het IOC beoordeelde het deelnemersveld als te klein en de concurrentie te zwak. Daar zat een kern van waarheid in, zegt Roel Boekel, coördinator topsport bij de Nederlandse Skivereniging (NSkiV). "Maar het niveau is gestegen, de sprongen zijn noemenswaardig, ook in vergelijking tot de mannen." Mannen springen al vanaf de eerste Olympische Winterspelen in 1924, in het Franse Chamonix. Bij de vrouwen werd pas in 1998 de eerste wedstrijd georganiseerd, in 2009 volgde de eerste WK-wedstrijd.

Ook Wendy Vuik sprong op de WK. Ze merkt dat de concurrentie is toegenomen: "Het wordt steeds moeilijker je te plaatsen." Maar de 22-jarige Rotterdamse is samen met Lara Thomae (17) de troef van het Nederlandse skispringen. Vuik eindigde geregeld bij de eerste vijftien in Continental Cups, het hoogste niveau voor vrouwen. Op de laatste WK in Oslo bereikte ze onder moeilijke omstandigheden de 23ste plaats.

Toch begon Vuik pas op haar zestiende met skispringen. Daarvoor was ze niet eens een fanatiek skiër en tot haar achttiende bleef ze voetballen. "Ik ging een keer met mijn neefje mee en vond het te gek. Al snel mocht ik mee naar het buitenland voor trainingen." Een moment waarop ze zich realiseerde ver te kunnen komen, kan ze niet aanwijzen: "Je hebt jaren dat het niet loopt, en dan ineens dat het goed gaat. Veel talenten haken in het begin af, want skispringen is een dure hobby. Als je verder komt, krijg je meer begeleiding."

Die begeleiding is in handen van de Nederlandse Skivereniging, waar al geruime tijd een volwaardig opleidingsprogramma draait. Vuik traint zo'n dertig weken per jaar in het buitenland, met haar maatje Thomae, en soms met 'de jongens' - nog te jong om mannen genoemd te worden. "Het is veel reizen: een paar weken in Duitsland en dan in Nederland weer herstellen."

Hoe dan ook, skispringen is een kleine sport in Nederland. Zeker financieel is het gat met machten als Oostenrijk groot. "Op het gebied van materialen kunnen wij nog veel progressie boeken", zegt Roel Boekel. "Voordeel is weer dat wij één bondsgericht programma volgen, met één trainer. Veel Oostenrijkse skiërs zijn gelieerd aan een skiclub en volgen daardoor twee verschillende programma's."

Vanaf december start ook een wereldbekercyclus voor de vrouwen. Aantrekkelijk door de toekenning van prijzengeld en opnames voor televisie. Vuik: "Ik hoop steeds wat plekjes op te schuiven." Over plaatsing voor de Spelen zit ze niet in: "Ik heb mijn trainer even niet gesproken, dus ik weet niet precies hoe de kwalificatie gaat. Maar ik denk dat ik al wel goede resultaten heb geboekt."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden