olympische spelen

Sjinkie Knegt: rommelen, schaatsen, goud

Beeld ANP

Sjinkie Knegt is kandidaat voor een gouden medaille, maar shorttrack is een onvoorspelbare sport. Net zo onvoorspelbaar als Knegt zelf.

Sjinkie Knegt heeft veel rommel thuis. Zijn auto? Rommel. Zijn racefiets? Rommel. Zijn schaatsen? Rommel. Hij bedoelt het natuurlijk ironisch. Knegt neemt het leven niet al te serieus. Waarom zou je ook?

Op het ijs is hij De Tovenaar, De Schicht. Die laatste is de officiële bijnaam voor Knegt. Wonend in Bantega (vlakbij Lemmer), vernoemd naar zijn oom die Sjing Ting heette, geboren op 5 juli 1989. Zijn dochter Myrthe is zijn grootste fan, maar alleen omdat zoon Melle nog te jong is. Knegt is zelf de grootste fan van zijn kinderen. Je maakt hem nergens zo blij mee als met een middag thuis.

Knegt is de belangrijkste kandidaat voor een medaille in het shorttrack in Pyeongchang. In Sotsji lukte het hem, met brons op de duizend meter. Nu gaat hij op voor historisch Nederlands shorttrackgoud. Dat beseft hij wel degelijk. Ook beseft hij dat hij de kans heeft het shorttrack naar een hoger niveau te tillen. Want wat populariteit betreft loopt de sport nog ver achter.

Hups, het kastje in

Maar medailles doen hem weinig. Drie weken geleden werd hij in Dresden Europees kampioen. Zijn reactie? "Wel leuk, mooi meegenomen." En hups, de medaille verdwijnt in het kastje thuis. Het liefst vertelt hij niemand dat hij die prijs heeft veroverd.

De tekst loopt door onder het filmpje.

Het leven van een shorttracker langs de baan is raar. Een cooling down of warming up zit er niet in. Ja, alleen op het begin van de dag. Daarna volgen de wedstrijden elkaar vaak in rap tempo op. Tussendoor slijpt Knegt zijn eigen schaatsen. "En ik drink een beetje koffie. Vijf minuten voor de race ben ik nog niet gefocust hoor."

Toch kan je met Knegt best goed over shorttrack praten, als het maar niet over tegenstanders gaat. Het maakt hem toch niet uit met wie hij in de baan zit? Een Chinees, een Canadees, een Brit of een Hongaar? Soms weet hij het niet eens.

Zeker in de voorrondes is hij af en toe blanco. Dan denkt hij eigenlijk maar één ding. Dat hij zo snel mogelijk de eerste bocht moet bereiken. "Je hebt weleens een idioot die niet kan schaatsen maar wel kan starten. Daar kom je dan achter en moet je weer opnieuw beginnen. Dat wil ik niet hoor."

Als het er écht om gaat, is Knegt liever de jager die van achteruit komt. Zijn onvoorspelbaarheid is een wapen. Tegenstanders weten niet wat ze aan Knegt hebben. Hij kan binnendoor, buitenom en als hij toevallig eens op kop ligt, dan kan hij net zo goed doorrijden. Toch?

Vonden zijn vrienden mooi

Het is moeilijk de ironie te vangen waarmee Knegt in zangerig Fries zijn uitspraken doet. Nuchterheid is zijn handelsmerk, zo lijkt het, ook al is hij een gangmaker in de shorttrackselectie. Hij is de man van de prikkelende opmerking in zijn tweede familie die de shorttrackploeg is. En hij neemt geen blad voor de mond.

Saaiheid, daar moet hij niets van hebben. Twee uur luisteren naar bobo's die de olympische ploeg uitzwaaien? Knegt zei begin januari op televisie dat het allemaal veel te lang duurde. "Ik heb net anderhalf uur op een stoeltje gezeten. Dat is toch niet goed voor je? Ik heb anderhalf uur zitten slapen, bijna." Hij hoorde er veel over, vertelde hij later. Vonden zijn vrienden mooi. Dan, op zijn kenmerkende toon: "Maar het was toch ook zo?" En dat het niet zo politiek correct was? "Daar ben ik toch niet zo van."

Om de verveling tegen te gaan kocht hij in China, waar hij tijdens de wereldbeker dagenlang in zijn hotel moest vertoeven, een Legodoos met daarin een ingenieuze Volkswagen Kever met een surfplank op het dak. Niet per se zijn favoriete auto, wel leuk omdat die auto uit honderden stukjes bestond. Kon hij zich weer een tijdje zoet houden.

Bondscoach was niet blij

Ondertussen speurt hij op Marktplaats. Hij bedacht afgelopen zomer een nieuw doel: het Nederlands Kampioenschap autocross 2018. Knegt wil wel meedoen. Hij vond een auto in Limburg, en reed die op een vrije dag naar Friesland. Daar was bondscoach Jeroen Otter niet zo blij mee. Maar dat maakt Knegt niet uit. "Jeroen zei dat ik dingen moest doen die ik leuk vind."

Vraag Knegt naar auto's en hij gaat net zo ratelen als de motor die hij aan de praat wil krijgen. Twee auto's kocht hij de afgelopen maanden. Een Subaru Impreza, die hij helemaal stripte. Alleen de motor, wielophanging, versnellingsbak en veren waren goed genoeg. De andere auto gebruikte hij voor het casco. Van die twee maakt hij één nieuwe. Hij wil er zelf mee gaan racen, ook al heeft hij het nog nooit gedaan. Hoe goed is die auto dan? "Ik koop geen rommel om er laatste mee te worden."

Knegt moet even nadenken over de vraag waar hij sinds januari de meeste tijd aan besteedde: familie, schaatsen of de auto. Na vier seconden zegt hij: "De auto".

Shorttrack, dat is gewoon werk

Meestal verloopt een dag als volgt. 's Ochtends trainen, 's middags misschien ook. Knegt kookt, zijn vriendin werkt tot later. Maar na het eten zegt hij snel doei en daalt hij af naar de garage. Aan auto's sleutelen geeft hem rust. Soms is hij alleen, soms is hij met vrienden.

In de garage gaat het amper over shorttrack. Het gaat over auto's. Zoals zijn vrienden zeggen: shorttrack is ook gewoon werk, en naar het werk van de andere vrienden wordt ook niet gevraagd.

Toen hij hem net had gekocht, raakte hij vanwege drukte zijn Impreza twee weken niet aan. Ongekend lang voor de liefhebber Knegt. Zelfs zijn vrienden geloofden hem niet. "Toch was het zo. Dat ding staat er al twee weken, zei ik, nog niks mee gedaan. Knap, zeiden ze. Knap."

Sleutelen aan de auto mogen zijn vrienden eigenlijk niet. Ja, de niet-belangrijke onderdelen mogen ze best in elkaar zetten. De rest last hij zelf liever in elkaar. "Een schroef past maar op één manier. Als je last, past iets op honderdduizend manieren." Als de auto af is, moet hij natuurlijk uitvoerig worden getest. Maar op de weg is verboden. Knegt: "Ooo, een testritje op de openbare weg kan wel hoor".

Kung-Fu Knegt

Knegt gaat naar de Spelen als Europees kampioen. Hij veroverde die titel begin januari in Dresden. Het was in diezelfde Duitse stad dat Knegt vier jaar geleden nog twee middelvingers opstak tegen de tot Rus genationaliseerde Zuid-Koreaan Viktor An. Ook trapte hij weleens een kleedkamerdeur in. De shorttrackwereld reageerde meedogenloos: Kung-Fu Knegt was geboren. Hij was de belhamel uit Bantega.

Knegt leerde rustiger worden, mat zich een volle baard aan, maar een belhamel verberg je daar niet onder. Op trainingen loopt of schaatst hij vaak langs bondscoach Otter. Even een kreet, even een vraag, even een opmerking. Control freak Knegt aan het werk. Gruwelijk vervelend is het als Otter weer eens te laat het schema van die dag rondstuurt. Meestal gebeurt dat een uur van tevoren, maar dat is al te laat voor Knegt. Die wil het plan eerder hebben. Geen reden. "Ik wil gewoon weten wat ik moet doen."

Maar Sjinkie, de voornaam is inmiddels genoeg, weet prima wat hij moet doen. Het worden al zijn derde Spelen. In Vancouver, zijn eerste, kwam hij niet verder dan een elfde plek, in Sotsji verraste hij met brons. Bondscoach Otter ziet hem als de enige in de selectie die op een individuele afstand een reële kans op goud heeft.

Zijn telescoopbeen is berucht

Shorttrack is onzeker. Achtste worden of eerste, het is soms een kwestie van stom geluk. Een ander kan je simpelweg van de baan kegelen. Daarom is het ook zo knap dat Knegt zich telkens vooraan positioneert. En gaat het een keer niet, dan is er niemand die een rit zo snel van zich af kan zetten als Knegt. Shorttrackalzheimer, noemde Otter het. Knegt: "Ja, wat moet je dan. Je kan er wel in blijven hangen maar dat schiet ook niet op hè."

Hij heeft wapens, Knegt. Zijn telescoopbeen is berucht. Op het allerlaatste rechte eind kan hij zijn linkerbeen ongekend ver naar voren zwiepen. Een soort kick-finish, maar wel eentje waardoor hij net voor zijn tegenstander kan komen. Het leverde hem het wereldkampioenschap op in Rotterdam in 2015.

Voor dat telescoopbeen heeft hij snelheid nodig. Snelheid die hij bovendien inzet bij de 'Knegt attack'. Door de bocht ovaler aan te snijden (dus langer rechtdoor schaatsen en dan scherper insteken), rijdt hij een andere lijn dan zijn voorganger. Hij plant zijn aanval anderhalve ronde van te voren, laat rustig een gaatje vallen en zet daarna 'zelf weer aan'. Zo zorgt hij dat hij zeker weet dat hij meer snelheid heeft dan zijn tegenstander. Een gevolg van langebaantraining, zegt hij. Geen buitenlander doet dat. "Die hebben daar geen zin in joh."

In Bantega zit het eerste wiel inmiddels op de Impreza. De andere drie volgen na de Spelen. Want, o ja, goud winnen: dat moet ook nog eerst even gebeuren. Je zou het bijna vergeten. Niet voor Knegt, die geniet van zijn rommel: "Shorttrack, dat is het mooiste wat er is."

Lees hier meer over de Olympische Spelen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden