Naschrift

Sjef de Jong (1931-2018) had aandacht nodig als zuurstof

Beeld Dana Ploeger

Hij noemde zichzelf weleens museumdirecteur. Als eigenaar van het kleine particuliere Dickens Museum in Bronkhorst was Sjef de Jong dat zeker, maar het gaf ook weer hoe hij zichzelf graag een rol toedichtte. 

Sjef stond het liefst op het podium en genoot van aandacht, dat was zijn zuurstof. Die theatrale kant had hij ook nodig, zeker toen het leven rake klappen uitdeelde en hij moeilijk een manier vond om die te verwerken. Sjef kon zijn emoties het beste uiten met het vertolken van de karakters die Charles Dickens in de negentiende eeuw optekende. Die waren hem zo lief.

Jozef Hendrikus Theo (Sjef) de Jong werd geboren op 5 januari 1931 in Den Haag, in een rooms-katholiek gezin met twaalf kinderen. Het was een gegoed middenstandsgezin, zijn vader had een groothandel in tabaks- en zoetwaren. Het was wel een wonderlijk stel: moeder Rosa van Tilborg kwam uit België, was muzikaal, kunstzinnig en klein van stuk. Zijn lange vader Jitte de Jong kwam uit Friesland en was een strenge man.

In het gezin had Sjef het niet makkelijk. Hij was de rebel, het buitenbeentje. Iedereen vond hem een druktemaker: hij haalde streken uit en maakte veel kabaal - later dacht hij dat hij misschien ADHD had als jongetje. Hij kwam regelmatig in opstand en botste hierdoor met zijn autoritaire vader en oudere broers, van wie hij weleens een pak slaag kreeg als hij het te bont maakte.

Liefjes

Sjef werd al jong naar een katholiek jongensinternaat in Brabant gestuurd. Eenmaal weer thuis liep hij een keer weg, maar hij werd in Duitsland opgespoord door een privédetective van zijn vader, die hem weer thuis bracht. Door al die kritiek op hem moest en zou hij zich bewijzen; laten zien dat hij iemand was, dat hij ertoe deed. Hij ging werken en tegelijkertijd bedrijfseconomie studeren in Rotterdam. Hij werd werkstudent, zoals dat heette. Dat was een heerlijke tijd voor vrijheidsdier Sjef. Hij reed in zijn eentje op de motor naar Spanje, mocht graag avondenlang met vrienden filosoferen en speelde jazz in Erroll Garner-stijl op de piano.

 De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld Dana Ploeger

Sjef was een knappe verschijning en had genoeg liefjes, maar de ware vond hij niet. Tot hij op zijn 31ste de stijlvolle, charmante Marijcke van Steen ontmoette. Zij was zeven jaar jonger en had al verkering, maar Sjef maakte er flink werk van en bestookte haar met bloemen, bonbons en jazzplaten. Hij won haar hart en in 1964 trouwden ze. Hij werkte toen al enkele jaren als econoom in de tabaksindustrie, maar de maatschappelijk geëngageerde vader van Marijcke raadde hem aan de zorgsector in te gaan en zo werd hij in 1970 directeur van het St. Josefziekenhuis in Doetinchem.

Het stel kreeg drie kinderen: Dirk, Heleen en Charlotte. De muzikale, creatieve Marijcke zorgde voor de kinderen, richtte het huis smaakvol in en en ontwikkelde zich kunstzinnig als poppenmaakster. Sjef liet de dagelijkse gezinszaken graag aan zijn vrouw over; hij hield vooral van de leuke kanten van het ouderschap, zoals paashaas spelen met Pasen.

Visionair

Sjef ging echt zijn eigen gang. Als hij 's ochtends in het ziekenhuis orde op zaken had gesteld, kwam hij rustig om elf uur weer even naar huis om een uur in bad te liggen en daar zijn trouwe sigaar te roken. Zo verdween zijn stress, want piekeren over hoe het ziekenhuis kwalitatief beter moest, deed hij volop. Sjef was een creatieve visionair. Zijn progressieve ideeën beschreef hij in zijn proefschrift 'De maatschappelijke waarde van de onderneming' waarop hij in 1976 promoveerde.

Zijn uitgesproken, moderne blik op de organisatie van de zorg sloot echter niet altijd aan bij de artsen in zijn ziekenhuis. Vooral met de medische staf en het bestuur had hij mot. Beter kon hij overweg met de technici en het keukenpersoneel, met wie hij vaak koffie dronk - met iets lekkers erbij. Hij begeleidde de fusie tussen het St. Josefziekenhuis en het Wilhelmina Ziekenhuis dan ook op zijn eigen manier: met veel aandacht voor de medewerkers.

In 1980 werd hij gevraagd directeur te worden van het Regionaal Ziekenfonds Twente. Hiervoor verhuisde het gezin naar een woonboerderij in Varsseveld, die hij in een opwelling kocht. Enkele maanden later voltrok zich een ramp: Marijcke overleed onverwacht aan een hersenbloeding. Ze was 42. Het fundament onder zijn bestaan stortte in.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld theo kock

De opvoeding van de kinderen - toen 16, 12 en 10 jaar - kon hij niet aan. Sjef werd stuurloos en raakte zo depressief dat hij zich liet opnemen in een psychiatrische instelling. De kinderen werden ieder apart opgevangen door vrienden en in pleeggezinnen. Later noemde Sjef deze periode van drie jaar "de zwartste bladzijde uit mijn leven".

Daarna nam Sjef de zorg van zijn twee schoolgaande dochters weer op zich. Zoon Dirk studeerde toen al. Hij besloot een nieuw leven op te bouwen en kocht een oude stadsboerderij in het Achterhoekse stadje Bronkhorst. In die periode vond hij ook zijn nieuwe vrouw, de Twentse Alie Krabbenbos, met wie hij trouwde. 

Hij genoot weer van het leven en maakte volop grapjes. Sjef ging steeds meer tijd stoppen in het verzamelen van spullen van Charles Dickens. Als tiener had hij zich al herkend in David Copperfield, later raakte hij gebiologeerd door de komische situaties uit de 'The Pickwick Papers' en zo had hij al jaren met enkele Britse vrienden een eigen Pickwick-club. Hij herkende in Dickens de humor én de strijd voor de zwakkeren, het ageren tegen de bovenklasse en het aanpakken van maatschappelijk onrecht.

Gekkigheid

In Bronkhorst begon hij zijn Dickens-verzameling uit te stallen. Eerst alleen op de deel, maar later nam de curieuze verzameling van spullen en levensgrote poppen het hele huis in beslag: het Dickens Museum. In een Victoriaans theatertje gaf de extraverte Sjef lezingen aan toeristen - busladingen vol. Hij speelde niet dat hij Ebenezer Scrooge uit de 'A Christmas Carol' was. Nee, hij was het geworden met zijn sik, zwarte jas, wandelstok en hoed. In die figuur kon hij de wat norse kant van zijn karakter kwijt en het leek alsof hij via Scrooge de moeilijke dingen uit zijn leven kon verwerken. "Al zit je op de bodem, er is altijd wel weer iemand aan wie je hulp kunt vragen", vertelde hij bezoekers.

Beeld Dana Ploeger

Sjef trad veel op en organiseerde het Dickensfestival, dat later navolging kreeg in Deventer. Tot na zijn tachtigste ademde hij Dickens; het museum betekende alles voor hem. Alie hielp hem maar wat graag en samen genoten ze van alle hectiek en gekkigheid. Maar bij Sjef ging de leeftijd opspelen en toen hij geen opvolger voor het museum kon vinden, stemde hem dat somber. Hij kreeg complicaties van zijn diabetes, kon voor het eerst in jaren niet meedoen aan de Nijmeegse Vierdaagse en zijn depressiviteit stak weer de kop op. Sjef verdwaalde in zijn eigen gedachten, maar nu lukte het hem niet zichzelf opnieuw uit te vinden, zoals hij wel als jonge knul en als vijftiger voor elkaar had gekregen.

Vorig jaar werd het museumpand verkocht, maar hij kreeg gelukkig nog net het mee dat zijn hele Dickens-collectie vanaf dit najaar zal worden tentoongesteld in Het Land van Jan Klaassen in Braamt. Dat gaf veel opluchting. Hij ging zelfs nog een keer kijken in de schuur die nu omgebouwd wordt tot het nieuwe Dickens Museum. Zijn ogen lichtten weer even op en hij deelde zelfs nog enkele ideetjes. Zijn creativiteit zat er nog. Korte tijd later stierf Sjef de Jong.

Jozef Hendrikus Theo (Sjef) de Jong werd geboren op 5 januari 1931 en overleed op 10 februari 2018 in Doetinchem.

In de rubriek Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Lees hier meer naschriften.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden