Sjamanisme tussen trance en theater

Het woord sjamaan is afgeleid van saman, een woord uit de taal van de Evenken, een Siberisch volk, en verwijst naar iemand die weet. Het gaat hierbij om religieuze, esoterische kennis die de sjamaan in trance verkrijgt. In de wetenschappelijke literatuur bleef het begrip sjamanisme een tijdlang gekoppeld aan Siberië, maar gaandeweg werd het breder toegepast. In de tentoonstelling en de begeleidende catalogus komen ook voorbeelden uit Indiaans Amerika en Indonesië aan de orde. Bovendien wil het museum de lijn doortrekken tot aan de moderne tijd. Zijn de grootsteedse paddo-trippers en neo-heksen de nieuwe sjamanen?

De sjamaan als religieuze institutie vinden we traditioneel bij archaisch levende volkeren, waar de relatie met de natuurlijke omgeving tastbaar en direct is. Goden personifiëren er bepaalde aspecten van de natuur, en men ervaart de omgeving zelf als levend en bezield. Dieren, planten, stenen en ook voorwerpen kunnen een ziel hebben. Deze kan zich tegen de mens keren en bijvoorbeeld ziekte veroorzaken, maar zij is ook aanspreekbaar en vatbaar voor beïnvloeding. Sjamanen worden geacht om, door een combinatie van een speciale gave en jarenlange training, deze machten te bespelen. Grote sjamanen genieten veel aanzien en zijn in de wijde omgeving bekend.

De volken van de Siberische vlakten combineren jagen en verzamelen met rendierhouderij. Dieren, wild en tam, spelen in de traditionele Siberische kosmologie dan ook een belangrijke rol. Bij de Evenken, jagers en rendierhouders in Centraal-Siberië, had de sjamaan hulpgeesten in de gedaante van rendieren en vissen. Die hielpen hem als hij in trance was en konden boodschappen overbrengen van de sjamaan naar de hogere machten, zoals Moechoenyn Doendoe, de Meester van de Aarde of Tegomag, de Meester van de steppe. Agressieve dieren, zoals de wolf en de hermelijn, personifiëren ziekten. Sommige beesten, zoals de beer, stonden als stamvader aan de basis van de gemeenschap, terwijl lang overleden voorouders, conform het cyclische wereldbeeld van de Evenken, weer beerachtige trekken kregen.

Siberische sjamanen doorlopen lange en zware initiatierituelen voordat ze hun praktijk mogen uitoefenen; contact met bovennatuurlijke machten is gevaarlijk en de bijzondere kwaliteiten van de sjamaan worden bepalend geacht voor het welzijn van de gemeenschap. Kern van de sjamanistische methode is de zogenaamde zielenreis, waarbij de ziel van de sjamaan zich losmaakt van het lichaam en de spirituele wereld van goden en geesten binnentreedt. De sjamaan ervaart dit als vliegen en neemt de wereld vanuit een vogelperspectief waar. Om zijn ziel 'op reis' te sturen brengt de sjamaan zichzelf in trance.

Voor de Siberische sjamanen is vooral het langdurig ritmisch beslaan van de trom - soms gecombineerd met bewustzijnsverruimende middelen zoals de vliegenzwam of, tegenwoordig, wodka - instrumenteel voor het opwekken van een extatische toestand. Een aantal van deze trommen staat opgesteld aan het begin van de tentoonstelling. De bezoeker moet, om de tentoonstelling te bereiken, echter eerst over een hoge loopbrug balanceren die de zielenreis symboliseert.

Vervolgens daalt men door een groot gat in de hemel - een trom - neer op de tentoonstellingsvloer. Na deze reis komen we aan in een oerlandschap van de geest. We zien grote troms, beschilderd met grillige figuren, dieren en geometrische patronen. Er staan verschillende kostuums: lange leren jassen, behangen met amuletten en ijzeren staafjes om kwade geesten te verdrijven, met ijzeren maskers en hoofddeksels in de vorm van een gewei, of met vleugels, die de sjamaan zouden laten vliegen tijdens zijn reis.

Opgesteld zijn ook andere hulpmiddelen; ratels, spiegels waarmee de sjamaan in de wereld van de geesten kan kijken, houten beelden die soms herkenbaar zijn als tijger of beer maar ook onherkenbare, wezensvreemde gedrochten. Deze hulpgeesten van de sjamaan zijn niet geraffineerd in uitvoering maar ruw gehouwen; prototypische voorbeelden van hersenschimmen uit een andere wereld.

De verzameling uit Sint Petersburg is rijk en uniek in haar soort en komt in de speelse vormgeving goed tot haar recht. Misschien is de grote rijkdom van de collectie mede te danken aan het feit dat een aantal verzamelaars politieke bannelingen waren; ze waren verplicht lange tijd in de meest afgelegen streken te bivakkeren. Een voorbeeld is A. V. Adrianov, die in 1913 wegens 'politieke onbetrouwbaarheid en revolutionaire agitatie' voor drie jaar naar het geïsoleerde Narym werd gestuurd. Hij werd een gedreven verzamelaar, die ook na zijn verbanning verzamelreizen bleef maken. De kern van de sjamanistische collecties van het museum werd al aan het einde van de 19de eeuw bijeengebracht door A. A. Makarenko, eveneens een banneling, die jaren bij de Evenken verbleef. Aangevuld met hun uitgebreide veld-aantekeningen (een schetsboek van Makaranko is op de tentoonstelling te zien) kon het wereldbeeld van de sjamanen in grote lijnen worden gereconstrueerd.

Vanaf het begin van de onderzoekingen naar sjamanistische praktijken heeft de vraag of het hier ging om buitengewone verschijnselen of om boerenbedrog de gemoederen beroerd. Tot aan de negentiende eeuw waren de, toen uitsluitend Russische onderzoekers, weliswaar onder de indruk van de verrichtingen van de sjamaan, maar zij schreven deze toe aan duivelse krachten. Later werden de toverkunsten van de sjamanen 'ontmaskerd' als bedrog. Sjamanen waren niets anders dan slimme goochelaars, buiksprekers, zenuwzieken met (wanneer het vrouwen betrof) seksuele obsessies - die de bevolking genadeloos zouden uitbuiten.

Tegenwoordig wordt er genuanceerder omgesprongen met deze moeilijk grijpbare materie. Auto-suggestie, hypnose en telepathie worden aarzelend als verklaringsmogelijkheden naar voren geschoven. Daarnaast ziet men de sjamaan ook als psycholoog, die sociale en persoonlijke spanningen kan ontladen.

Voor de antropoloog is het waarheidsgehalte minder interessant. Het gaat hem vooral om de inheemse ervaringswereld. En dan geldt, dat wanneer iets als waar wordt ervaren, dit ook werkelijke gevolgen heeft voor de desbetreffende samenleving. Antropologen hebben wel onderzocht hoe de sjamaan zelf tegen zijn methoden aankijkt, bijvoorbeeld wanneer hij een ziekte bestrijdt door steentjes uit het lichaam van de patiënt te halen.

Reimar Schefold, die op het eiland Siberut (Indonesië) de praktijk van de sjamaan meemaakte, sneed het onderwerp van de steentjes - onder vier ogen - aan. Hem werd verteld dat de sjamaan deze weliswaar zelf inbracht, maar dat het er niet om ging het publiek om de tuin te leiden. Het doel was om de geesten, die voor de ziekte verantwoordelijk waren, wijs te maken dat de door hen ingebrachte ziekte nu uit het lichaam was verwijderd.

Mark Munzel, houdt in een bijdrage aan de catalogus (onder de titel: 'Liegen de sjamanen') een pleidooi om de sjamaan te zien als entertainer. Iemand met onbetwistbare religieuze en geneeskundige functies, maar ook een acteur die, net zo goed als zijn publiek, weet dat de werelden die hij oproept slechts in de geest bestaan.

Ook in het westen is men geïnteresseerd geraakt in traditionele geneeswijzen en sjamanistische technieken. Dit is mede het gevolg van de New Age-beweging, die bij de formulering van haar spirituele inzichten rijkelijk put uit tal van niet-westerse geloofsvoorstellingen.

In deze potpourri rijzen sjamanistische clubjes als paddestoelen (en vaak met behulp van paddestoelen) uit de grond. Stadssjamanen geven cursusen waarin, middels sjamanistische technieken, 'zelfverwerkelijking' en 'herstel van de harmonie met de natuurlijke krachten van de schepping' wordt gezocht. Alexandra Rosenbohm, gastconservator en samenstelster van de catalogus, doet met stijgende verbazing verslag van weekend-indianen in Duitsland. Heuse tentenkampen worden opgezet, waar vrijetijdsindianen beschermgeesten zoeken en de buffeldans naspelen. Maar welke weekend-indiaan zou zijn eigenhandig gevangen en gedode totemdier de tong afsnijden, om deze als amulet te gebruiken? - zoals wordt beschreven voor een Noord-Amerikaanse sjamaan.

Op dit gebied lijkt er, als we op de tentoonstelling afgaan, van een Europese traditie weinig meer over te zijn. De middeleeuwse heksen zijn wel beschouwd als de representanten van een sjamanistische erfenis. Hun kennis van kruiden en hun visioenen, opgewekt door de consumptie van de psychotrope vliegenzwam zijn in ieder geval karakteristiek voor het sjamanisme.

Maar als de, op de expositie getoonde moderne, kinderachtig aandoende beeldjes van vliegenzwammen en bijbehorende kabouters iets zeggen, dan is dat wel dat deze traditie is doodgebloed. Misschien zoeken we het wel in de verkeerde hoek. Is het tegenwoordig niet de wereld van de hightech, van computers en van virtual reality, die we slecht kunnen doorgronden en waar we ons afhankelijk van voelen, waaraan we een (semi)-religieus gehalte toekennen - zoals de Siberische stammen dit doen aan hen omringende wildernis? In deze technische jungle hebben ook wij begaafde specialisten nodig om ons de weg te wijzen. Van het archaïsche sjamanisme zijn we dan wel ver afgedwaald.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden