Situatie in Libië rechtvaardigt ingrijpen van andere landen

Nederland heeft met een dwaze actie op het strand van Sirte het risico genomen dat de mogelijkheden van de internationale gemeenschap tot interventie werden geblokkeerd.

Het Nederlands vermogen elk internationaal dilemma terug te brengen tot de proporties van ons eigen land is onbegrensd. Zo ook nu. Wat kan en moet de internationale gemeenschap doen om de Libische bevolking te beschermen tegen een waanzinnige tiran? Dat is de kwestie natuurlijk, maar in Nederland gaat het om een mislukte mini-actie tot evacuatie van één landgenoot.

Ook die actie zelf weerspiegelt de volksaard: Hollands-anarchistische overmoed. De excuses van de Nederlandse regering deden mij denken aan wat mijn neefje zei toen een agent hem vroeg waarom hij op zijn fiets door het rode stoplicht was gereden: ¿Omdat ik u niet zag!¿ De Nederlandse verontschuldigingen aan Kadafi waren natuurlijk geboden, maakte de minister van defensie duidelijk. ¿Logisch¿, zei hij. Dat is nog te volgen: omdat er geen enkele sprake was van een ultieme noodzaak een landgenoot uit een gebied in chaos te evacueren, mocht het Libische luchtruim alleen met toestemming worden binnengevlogen.

Maar een regering die liever niet aan Kadafi toestemming vraagt, wil vanzelfsprekend helemaal niet graag excuses aanbieden. Waarom heeft ze dan een militaire actie geautoriseerd als er geen sprake was van overmacht en wel het risico werd gelopen op zo'n manier de internationale mogelijkheden tot ingrijpen in Libië te belemmeren? Terwijl de wereld ontzet is over Kadafi's misdaden tegen de menselijkheid biedt Nederland de man verontschuldigingen aan. Komt minister Hillen ermee weg? Mijn neefje destijds niet.

Waar het echt om gaat, is natuurlijk of kolonel Kadafi weg komt met zijn misdaden tegen de eigen bevolking. Volkerenmoord zal door de Veiligheidsraad niet worden vastgesteld; het verdrag over het voorkomen en bestraffen van genocide spreekt immers van 'handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk te vernietigen' (artikel II) en dat wordt strikt geïnterpreteerd.

Humanitaire interventie vereist sanctionering door de Veiligheidsraad en met het vetorecht van Rusland en China komt die er niet. Mogelijk is wel een soort stilzwijgende goedkeuring achteraf - zoals in 1999 in Kosovo - maar dan moet een militair bondgenootschap als de NAVO in actie komen. De Arabische Liga heeft inmiddels wel om een vliegverbod gevraagd, maar dat verzoek is gericht aan de verlamde VN.

Belangrijk is intussen wel dat het Kadafi-regime internationaal geen noemenswaardige steun meer geniet. In deze situatie lijken met name de Amerikaanse president Obama en de Britse premier Cameron het eens te zijn over een keihard diplomatiek, politiek en economisch isoleren en juridisch vervolgen van Kadafi zelf en al zijn trawanten.

Wordt dit instrument consequent en doortastend ingezet, dan is effect niet uitgesloten. Maar ondertussen zal het Kadafi regime nog veel onvoorstelbaar leed kunnen veroorzaken. Daarmee zijn we toch terug bij de vraag naar militaire interventie.

Ruim vijf jaar geleden al omarmde de VN een nieuw concept dat was voorgesteld door een internationale commissie over 'interventie en statelijke soevereiniteit'. Het heet 'Responsibility to protect' en slaat op de verantwoordelijkheid van de staat voor bescherming van de eigen bevolking. Soevereiniteit - een kernbegrip in het volkenrecht - wordt hierin ook opgevat als de plicht van de staat tot bescherming van de eigen burgers. Maar als een regime dat niet waarmaakt? Dan zal in het uiterste geval moeten worden ingegrepen. Hoe? Vanwege de angst dat die regels weer zouden worden misbruikt, zal dit wel nooit officieel worden geregeld. Dat is niet erg zolang er in de praktijk maar iets mee gebeurt.

In 1939 schreef de anti-revolutionair Anne Anema, hoogleraar staatsrecht aan de Vrije Universiteit een brochure over een Hugenoten-traktaat uit 1579 waarin niet alleen het recht van verzet tegen een tirannieke overheid aan de orde komt, maar ook de plicht van andere vorsten om die opstandelingen bij te staan. Nu de Libische bevolking meedogenloos wordt onderdrukt, klemt voor ons wereldburgers de vraag 'Wat doet de internationale gemeenschap?', voor ons Europeanen 'Wat doet Europa?' en voor ons Nederlanders 'Wat doet Nederland?'.

Wij zitten met een kabinet dat liever naar binnen dan naar buiten kijkt. Afgelopen weken kwam daar die dwaze actie bij op het strand van Sirte. Aan de volksvertegenwoordiging is nu de taak om onze regering de internationale kant op te sturen, gericht op het nemen van daadwerkelijk verantwoordelijkheid voor bescherming van de mensen in Libië.

In mei verschijnt van Bas de Gaay Forman 'Political Economy of Human Rights', uitgeverij Routlegde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden