'Sisi nidio kanisa - wij zijn de kerk' Een doorsnee rooms-katholieke parochie in Oost-Afrika

NAIROBI - Het is Jumapili ya 4 ya kwaresima, de vierde zondag van de vasten. In de rooms-katholieke parochiekerk van St. Theresa vermengt de zoete geur van zweet zich met het prikkelend aroma van de wierook. Ingeklemd tussen twee ebbenhouten matrones wiegt de verslaggever wat ongelukkig mee op het staccatoritme van de drum die het gezang van de gelovige menigte begeleidt. “Sisi nidio kanisa - wij zijn de kerk.”

St. Theresa ligt op het snijpunt van twee buurten: Mathari, de oudste en ergste sloppenwijk van de Keniase hoofdstad, waar 130 000 mensen in niet te beschrijven omstandigheden leven, en Eastleigh (300 000), tot voor kort een redelijk welvarende middenstandswijk, maar door forse instroom van Somalische vluchtelingen nu snel bezig te verpauperen. Aids en armoede scoren hoog in de parochie van St. Theresa.

Het is zondagmorgen en 'dus' zit het witte, langwerpige kerkgebouw bomvol: vrouwen, meisjes, jonge kinderen, ook opmerkelijk veel mannen, een categorie die in andere parochies vaak liever uitslaapt dan de zondagsdienst bezoekt. Wat opvalt aan de levensgrote beelden van Christus en zijn Moeder, die het eenvoudige altaar flankeren, is het feit dat ze blanke gezichten hebben.

Voor de vier geestelijken die aan de parochie verbonden zijn, is het op deze dag 'Hochbetrieb'. Elke week kerken hier ruim zevenduizend mensen, verdeeld over vier missen. Daarvan wordt er slechts een in het Engels opgedragen, want tachtig procent van de kerkgangers verstaat niet meer dan 'yes'en 'no'. De rest gaat in het kiswahili, de lingua franca in een stad (twee miljoen inwoners) die een smeltkroes vormt van stammen, talen en culturen.

De priesters - Missionarissen van Afrika, van oudsher Witte Paters genoemd - zijn allen blank. Voor katholiek Nairobi eerder regel dan uitzondering, want aartsbisschop Maurice Otunga is beducht dat zwarte geestelijken de regionale tegenstellingen in de stad alleen maar zullen vergroten.

Terwijl het evangelie-verhaal wordt voorgelezen voert een groep parochianen een toneelstukje op dat de tekst moet verduidelijken voor het bepaald niet bijbels geschoold publiek. De hele kerk leeft zicht- en hoorbaar mee. Dat geldt ook voor de preek die de priester als een volleerd acteur voor het voetlicht brengt. Met sterk wisselende intonaties en brede gebaren, zijn woorden illustrerend middels eenvoudige prenten die, voor iedereen zichtbaar, hoog aan weerszijden van het altaar zijn opgehangen.

En al mogen volgens een Vaticaans voorschrift uit 1970 Afrikaanse gelovigen de kerkelijke preek niet meer vocaal onderbreken, toch krijgt af en toe het temperament de overhand. Zoals onder heel deze dienst de motoriek zich niet echt laat inperken door canonieke voorschriften. De volwassenen klappen, juichen, swingen hand in hand. Op de altaartreden spelen kinderen. In een grote tas wordt het ingezamelde geld voor in de kerk opgesteld. Jonge Keniase nonnen (hagelwit habijt, korte, zwarte sluier) delen de communie uit. Katholiek Afrika anno '94.

Na afloop van de mis zegt Beatrice Njau (41), huisvrouw, moeder van drie kinderen en lid van het kerkbestuur: “Ik vind dat Rome veel te weinig toelaat. Waarom vinden ze nou niet goed dat priesters tijdens de dienst traditionele Afrikaanse kleding en hoofddeksels dragen? Ook moet men niet zo afwijzend staan tegenover zaken als 'healing' en 'het boze' bezweren. Dat zijn zaken die diep verankerd liggen in onze cultuur.

We hebben in St. Theresa overigens niet eens zo veel te klagen. Hier wordt meer dan in andere parochies met inheemse vormen geexperimenteerd. Er zou echter liturgisch nog meer moeten mogen. Anders is er het gevaar dat mensen weglopen, richting onafhankelijke Afrikaanse kerken.''

Maar John Onesfor (41), loodgieter, getrouwd, eveneens drie kinderen, plaatst een kanttekening: “We moeten ook weer niet te snel willen lopen, anders vallen wij even hard op ons gezicht als bij jullie in West-Europa is gebeurd. De vernieuwingsgezinden holden daar zo hard, dat de rest van de gelovigen hen niet kon bijhouden en de kerk uitliep. Ik vind dat we vernieuwingen geleidelijk moeten invoeren.”

Samuel Macharia (22), onderwijzer, vult aan: “En je moet niet vergeten dat sommige culturele aspecten die jullie westerlingen als 'typisch Afrikaans' beschouwen, door veel jongeren hier als ouderwets en achterhaaldfolkloristisch worden gezien.”

Macharia worstelt overigens met een ander probleem: “Veel priesters staan te ver af van het concrete, alledaagse leven van de gelovigen. Ze praten veel over de geest maar te weinig over het lichaam. Ze vergeten dat niet iedereen kan voldoen aan de hoge morele maatstaven die de kerk stelt en hebben te weinig compassie met 'zondaars': gescheiden mensen, ongehuwde moeders, hoeren, aidspatienten.

Dat vind ik jammer, want de kerk moet mensen inspireren, niet demotiveren. Om dit te kunnen dient ze middenin de sociale, culturele en religieuze werkelijkheid te staan. Anders zou je hier op den duur dezelfde situatie kunnen krijgen als in het Westen, waar kerk en christendom zich naar de rand van de samenleving hebben laten dringen.''

“Toch”, zegt Francisca Owino (23) die computerkunde studeert, “vind ik het belangrijk dat in een tijd waarin ook bij ons in Afrika allerlei traditionele waarden onder druk staan, promiscuiteit (vooral onder mannen) nog steeds hoogtij viert, corruptie en politiek onrecht de publieke moraal aantasten, meningsverschillen via grof geweld worden beslecht, er tenminste een instelling overblijft, de kerk, die ondanks alles de morele waarden onverbiddelijk hooghoudt, er niet mee schippert. Zodat mensen, ook jongeren, zich er aan kunnen vasthouden.”

Wat volgens Beatrice Njau niet wegneemt dat de r.-k. kerk soms met twee maten meet. “Enerzijds wordt de tweede vrouw van een man wegens polygamie de toegang tot de sacramenten geweigerd - wat kan zij er aan doen dat de familie haar als tweede echtgenote heeft uitgehuwelijkt - terwijl anderzijds kerels die er in het geniep meerdere liefjes op na houden, met een vroom gezicht ter communie kunnen gaan. Dan zeg ik: kerkleiding, hier zit iets goed fout.”

Hetzelfde geldt volgens Phriscah Thiongo (46, lerares) voor het inheemse huwelijk. De r.-k. kerk blijft de geldigheid ervan hardnekkig ontkennen, onder het motto dat het moment van getrouwd zijn niet samenvalt met het hebben van de eerste geslachtsgemeenschap maar pas veel later, als de bruidsschat is afbetaald en er kinderen zijn geboren. Het kerkelijk huwelijksrecht blijkt echter een abstractie die haaks staat op de praktijk. De meeste Afrikanen zien het kerkelijk huwelijk in zijn huidige vorm als vreemd aan de eigen cultuur, als buitenlandse import. Gevolg: Tachtig procent van hen trouwt niet of pas veel later in de kerk.

Phriscah Thiongo: “Het moet toch mogelijk zijn daar een liturgische mouw aan te passen. Want ook in dit geval zijn het vaak de beste gelovigen die men zo buitensluit.”

In de koelte van de ruime pastorie zegt Father John Lemay (62): “De kerk vervult een belangrijke sociale functie in het leven van de mensen hier. Ze komen vaak ontworteld en angstig uit het platteland in de stad aan, op zoek naar werk. Hun familie en stamverband hebben ze achtergelaten. Ze voelen zich eenzaam en onveilig, losgeslagen van hun sociale en culturele achtergrond. De kerk geeft hun het gevoel ergens bij te horen, helpt het vacuum opvullen.”

“Met Pinksteren vragen we de mensen tijdens de dienst om ieder in zijn/haar eigen taal en op eigen manier te bidden. Dat maakt het Pinksterwonder ineens aanschouwelijk. Het doet hen beseffen dat ze, ondanks alle verschillen qua stam, taal en cultuur, toch tot dezelfde geloofsgemeenschap behoren. In veel Afrikaanse landen is de kerk de enige nationaal samenbindende factor.

Lemay, geboren in Montreal, stond tussen 1971 en 1986 aan het hoofd van het befaamde pastoraal instituut in Eldoret (Noord-Kenia). Daar werkte een groep talentvolle priesters en religieuzen aan het doorvoeren van de ideeen van Vaticanum II. Lemay stelt: “Wat er in Oost-Afrika aan doorwerking plaatsvond kwam via ons.”

Het instituut werd echter constant dwarsgezeten door een meerderheid van de Oostafrikaanse bisschoppen, “die van Kenia voorop”. Ze verdachten directeur en medewerkers er (ten onrechte) van niet rechtzinnig in de leer te zijn. Tenslotte werd het instituut gemuilkorfd en de leiding overgeplaatst. Lemay houdt vol: “Eldoret heeft het leven van de kerk in dit deel van Afrika ingrijpend veranderd, in progressieve zin.”

Lemay, nu pastor van de St. Theresa-parochie, zegt met grote stelligheid: “De kern van de katholieke kerk in Afrika bestaat uit de zogenaamde kleine christelijke gemeenschappen. Dat zijn groepjes gelovigen die door de week in hun eigen buurt bij elkaar komen voor gebed en bijbelstudie, en ook charitatieve en sociale activiteiten. Op die manier is het christendom niet iets dat zich beperkt tot de zondag, maar wordt het geloof een levende realiteit, een concrete belevenis van alledag, ook buiten de kerk.”

Onze parochie telt 25 gemeenschappen, die samen zo'n duizend leden hebben. Ze staan onder leiding van leken die door de groep zelf zijn gekozen. De gemeenschappen vormen de ruggegraat van het leger vrijwilligers dat de zaken in St. Theresa draaiende houdt. Ze zijn ondermeer zeer actief bij de volwassenenkatechese, bereiden de kinderen voor op hun eerste communie en adolescenten op de doop. Ik vind die gemeenschappen cruciaal voor de toekomst van de rooms-katholieke kerk in Afrika.

Het is daarom teleurstellend dat in de voorbereidende fase van de Afrika-synode het fenomeen van de kleine kerkelijke gemeenschappen nauwelijks aandacht heeft gekregen. Ondanks het feit dat de bisschoppen van zowel Oost- als West-Afrika er zeer voor zijn. Rome ziet ze kennelijk als varianten van de door de paus zo fel bekritiseerde basisgemeenschappen in Latijns-Amerika. Ten onrechte. Stond bij laatstgenoemde de politiek-sociale verandering centraal, bij de kerkelijke gemeenschappen is dat meer een afgeleide. Ik hoop dat de Afrikaanse bisschoppen dit Rome duidelijk kunnen maken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden