Review

Sir Simon heerst in Aix

Ook Aix-en-Provence lag aan Eva-Maria Westbroeks voeten. In ’Die Walküre’ zong de sopraan zich naar de Wagneriaanse frontlinie. Bayreuth wacht!

’Gilt nicht’. In de handgeschreven partituur van Bruckners Zevende symfonie staan die woorden bij een bekkenslag in het Adagio gekrabbeld. Twijfel omtrent authenticiteit en bedoeling van die toevoeging is er alom en meestal laten dirigenten die bekkenslag – de enige in de anderhalf uur durende symfonie – weg. Zo niet Sir Simon Rattle. In een machtige uitvoering met de Berliner Philharmoniker, woensdagavond in het spiksplinternieuwe Grand Théâtre de Provence in Aix-en-Provence, kwam de verpletterende climax in het Adagio keihard aan – inclusief bekkenslag. Hoezo ’gilt nicht’?

Het was niet de enige manier waarop Rattle zich in het Festival d’Aix-en-Provence als heer en meester over zijn troepen liet gelden. Sinds hij er vorig jaar aan de voet van Cézanne’s berg Sainte Victoire voor 10.000 mensen Mahlers Vijfde symfonie uitvoerde, is hij met zijn Berlijnse orkest de nieuwe held op het prestigieuze festival. Vorig jaar begon Rattle in Aix ook aan een vierjarig project: Wagners ’Der Ring des Nibelungen’.

Dit jaar was in die cyclus ’Die Walküre’ aan de beurt en à raison van 350 euro per kaartje kon de liefhebber zich nestelen in de rode stoelen van het nieuwe, goed klinkende muziektheater van architect Vittorio Gregotti. Daar passen om en nabij 1400 mensen in, net zo veel als op de cour van het aartsbisschoppelijk paleis, waar sinds 1948 de grote operavoorstellingen van Aix in de openlucht plaatsvinden. Dit Théâtre de l’Archevêché wordt niet opgedoekt, maar in steeds natter wordende tijden – ook in Aix – is een overdekt theater wel zo praktisch.

Zo kon de première van een nieuwe enscenering van Mozarts ’Le nozze di Figaro’ afgelopen zondag vanwege de regen niet doorgaan – de première van de simpele, maar doeltreffende productie van Vincent Boussard werd twee dagen verschoven. De jonge Daniel Harding, ooit assistent bij Rattle, leidde de Mozart-opera met groot inzicht, waarbij hem het fantastische Mahler Chamber Orchestra ter beschikking stond.

Boussard liet de graaf en gravin beiden blootsvoets het toneel opkomen; hun bedienden zijn rijk geschoeid. Ook elders blijkt dat Boussard de sociale (wan)verhoudingen in dit verhaal nauwgezet bestudeerd heeft; de vele subtiele details in zijn voorstelling spraken boekdelen. Boussards personenregie is fenomenaal; alle karakters komen optimaal tot leven op de bühne. De verstoppartijen en ontmaskeringen gaan volgens het boekje, er hoeft niet gewurmd en gewrongen te worden om het verhaal van Beaumarchais in een intellectueel concept te duwen. De kouwe auto-salon waarin de Amsterdamse ’Nozze’ zich dit seizoen afspeelde is hier héél ver weg. In het lege rococo-decor en met schitterende kostuums van Christian Lacroix speelden en zongen de zangers fris van de lever. Echte uitschieter in de voorbeeldige cast was de jonge sopraan Kate Royal als gravin: een ravissante verschijning met een stem om te zoenen. Een ontdekking.

Een ontdekking – voor de liefhebbers in Aix althans – was ook Eva-Mari Westbroek als Sieglinde in ’Die Walküre’. Ruim een jaar na haar verbluffende titelrol in Sjostakovitsj’ ’Lady Macbeth van Mtsensk’ in Amsterdam, klopte zij hier aan de poort van het Wagner-Walhalla. Westbroek had de eerste akte van ’Die Walküre’ al eens in Berlijn gezongen; concertant, met Plácido Domingo als Siegmund en gedirigeerd door Rattle. In Aix debuteerde zij scenisch in de rol en maakte daar duidelijk waarom Londen en Bayreuth haar dolgraag als Sieglinde willen hebben. In beide operacentra zal zij de rol volgend jaar zingen.

Daarmee toont Westbroek zich een meer dan waardige opvolgster van de legendarische sopraan Gré Brouwenstijn, die in in de jaren ’50 en ’60 triomfen vierde in Londen en Bayreuth, ondere andere als Sieglinde. Maar met alle respect, ik geloof niet dat Brouwenstijn ooit zó vrij, zó natuurlijk en zó gaaf geklonken heeft als Westbroek op maandagavond in Aix. Ze zong werkelijk alles en iedereen in deze opera finaal het podium af. Toen Westbroek haar slotapplaus kwam halen ging het dak van het nieuwe theater er af.

Naast Westbroek was het dé avond van Rattle. Net zo gedragen, langzaam en detailrijk als vorig jaar in ’Das Rheingold’ dirigeerde hij ’Die Walküre’ in vier uur naar de verzengende slotmaten. De immense orkestrale climax na Wotans afscheid van zijn dochter Brünnhilde was een nagenoeg onnavolgbaar staaltje van perfecte dirigeerkunst. Westbroek vertelde na afloop dat alle zangers op dat moment nog steeds in de coulissen staan om te zien en horen hóe Rattle dat wonder voor elkaar krijgt.

Het koper van de Berliner Philharmoniker draaide prachtige overuren en toch wist Rattle ondanks alle decibellen – de orkestbak stond op de laagste stand – de partituur glashelder te houden. Zo kon ook Eva Johansson met haar opvallend lichte stem een heel eind komen als Brünnhilde. En Sir Willard White hoefde als Wotan niet te brullen en kon zo een ontroerend portret neerzetten van de trieste god en vader. Robert Gambill zong als Siegmund ook al zo gezond en helder.

Regisseur Stéphane Braunschweig houdt alles heel klein en simpel. Wotan speelt met tinnen soldaatjes en duikt onder tafel als zijn jaloerse vrouw Fricka verhaal komt halen. Spaarzaam, maar fraai zijn de videobeelden op de kale wanden. In het beginbeeld volgt Wotan de ontmoeting tussen zijn kinderen vanaf de zijlijn en aan het slot legt hij Brünnhilde te slapen op de rood pluchen stoeltjes waar hijzelf aan het begin van ’Das Rheingold’ op lag te dromen. Ontroerend eenvoudig!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden