Sir Harrison Birtwistle volgt Cees Nooteboom tot in alle plekken.

De naam (Sir) Harrison Birtwistle zal niet bij iedere klassieke muziekliefhebber meteen een belletje doen rinkelen. Toch is de in 1934 geboren Engelsman waarschijnlijk een van de meest gespeelde componisten ter wereld. En is hij in zijn geboorteland een gelauwerd kunstenaar. Dat een groter publiek hem hier niet kent, komt misschien omdat hij op het eerste oor moeilijk te plaatsen is. Zijn muziek beweegt zich tussen uitersten, is nu weer eens energiek en woest, dan weer eens lyrisch, wisselt zelfs vaak van stemming binnen een stuk. Ook zijn taal is moeilijk te plaatsen: Birtwistle verenigt het beste uit de traditie met de laatste verworvenheden van de hedendaagse muziek. Ieder werk is een klinkend 'labyrint' (naast 'ritueel' en 'mythe' een belangrijke term in zijn oeuvre), een voortdurende afwisseling van herkenbare lyriek en noestige complexiteit waar niemand een plattegrond van bezit.

Terra incognita dus, ruig terrein waarop Stichting Prime en het Noord Nederlands Orkest (NNO) een pionierstocht hebben uitgezet, in de vorm van een Harrison Birtwistle Festival dat vanaf donderdag op diverse locaties in de stad Groningen plaatsvindt. Na het vorige festival met Arvo Pürt als centrale componist is Birtwistle een avontuurlijke keuze. Maar lef hebben ze daar wel in het noorden, getuige bijvoorbeeld de Nederlandse première bij het NNO van een orkestwerk van Xenakis, gecombineerd met Haydns 'Schöpfung'.

Voor Birtwistle zelf lijkt die Nederlandse aandacht al bijna vanzelfsprekend, als je hem zo aan de telefoon hoort spreken. Hij vertelt dat zijn muziek hier veel wordt gespeeld en dat hij komend jaar ook huiscomponist is bij het Holland Festival. Een bijzondere band met Nederland (,,Waar ligt Groningen, by the way?“) heeft hij ook door zijn bewondering voor de schrijver Cees Nooteboom, een kunstenaar die hij naast dichter Paul Celan en de schilders Paul Klee en Francis Bacon als geestverwant beschouwt. ,,Nooteboom schept eenzelfde soort wereld als ik“, aldus Birtwistle. ,,Ook Nooteboom, die trouwens precies even oud is als ik, houdt van het ritueel en hervertelt archetypische verhalen en mythes op een nieuwe manier. Ik ontmoette hem voor het eerst in Amerika, toen ik werkte aan 'The Last Supper'. Ik was op zoek naar beeldende kunst over dit onderwerp uit de zeventiende eeuw, de periode waarin kunst realistisch wordt. Ik vertelde dat tegen Nooteboom, die me onmiddellijk meetroonde naar een boekhandel en me een boek liet zien over de Spaanse kunstenaar Zurbarán. Hij sloeg de spijker op zijn kop: de drie motetten die de drie visioenen begeleiden in 'The Last Supper' komen rechtstreeks van Nooteboom.“

Na die ene ontmoeting heeft Birtwistle de schrijver nooit meer in den lijve ontmoet. Iedere keer als de componist in Nederland is, blijkt Nooteboom elders. Dat hinderde Birtwistle niet om de Nederlander de afgelopen jaren in zijn voetsporen te volgen: ,,Hij schreef een geweldig boek over Spanje, 'De omweg naar Santiago', dat ik helemaal heb nagereisd. Na lezing van zijn werk bezocht ik tot nu toe alle plekken die hij in zijn boeken beschreef.“

Het thema van de hervertelde mythe en het labyrinth komen bij uitstek terug in Birtwistle's nieuwe opera over de Griekse minotaurus waaraan hij op dit moment werkt, en die in 2008 in Covent Garden onder Antonio Pappano in première gaat. Het gebruik van archetypische verhalen, zoals in de opera's 'Punch and Judy' en 'The Mask of Orpheus' heeft volgens Birtwistle grote voordelen: ,,Je hoeft het verhaal niet meer aan het publiek uit te leggen, omdat je dat als min of meer bekend mag veronderstellen. Alles wat je doet is dus een verrijking van het oorspronkelijke onderwerp. In films worden verhalen al snel psychologisch. Dat wil ik niet in mijn opera's. Ik ben alleen geïnteresseerd in de basisgegevens.“

Het labyrinthische van de muziek komt tot uiting in Birtwistle's non-lineaire opvatting over tijd. De componist denkt niet van A naar B, maar werkt veeleer in vlakken zoals een beeldend kunstenaar zou doen. Vandaar zijn schatplichtigheid aan schilders als Bacon en Klee: ,,Mijn muziek is een ruimte waarin je gevangen zit, omgeven door buitenmuren. De enige plek waar je heen kunt gaan is naar het midden. En weer terug. Hoe je dat doet moet je zelf uitzoeken, want iedereen maakt zijn eigen kaart van het doolhof. Kunst is voor mij een spel, met een hoog complexe, geformaliseerde structuur. Een ritueel, zo je wil, te vergelijken met een buitenlander die naar Engels cricket kijkt. Een spel gaat overigens niet noodzakelijkerwijs over winnen of verliezen. Je kunt ook tegen jezelf spelen. Dat is wat ik doe met componeren.“

Kunst een spel? Gaat muziek bij Birtwistle dan niet over het leven zelf? ,,Jawel, maar het leven is ook een spel. Het is het spel dat we spelen met onze intermenselijke verhoudingen. Nietwaar?“ Maar zijn werk beweegt zich toch tussen expressieve uitersten? ,,Zoals ik zelf ben!“, zegt de componist voor ik de vraag heb kunnen afmaken. Op de achtergrond roept zijn vrouw dat het tijd is om boodschappen te gaan doen, voor de winkels sluiten. Lachend herhaalt Birtwistle zijn laatste antwoord, als conclusie van een gesprek als een doolhof: ,,Just like I am! Like me!“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden