Sint-Pietersberg / Stilstand in natuurbeleid

Het geld voor de natuur lijkt op. Het demissionaire kabinet koopt tot 2004 geen grond meer die door boeren binnen bestaande en toekomstige natuurgebieden te koop wordt aangeboden. Ook voor milieumaatregelen om de kwaliteit van de natuur te verbeteren, zijn er geen financiële middelen. De Sint-Pietersberg bij Maastricht toont wat dit kan betekenen.

door Hans Schmit

Aan de Luikerweg ligt, komend vanuit Maastricht aan je rechterhand, een perceel landbouwgrond. Het is niet echt groot: 1,2 hectare, zo'n anderhalf voetbalveld.

Het stukje grond is eigendom van een Belgische boer die een landbouwbedrijf heeft in Vlijtinge, zo'n tien kilometer over de grens. Hij verbouwt op het perceel op de Sint-Pietersberg mais en bieten en gebruikt daarbij de wettelijk toegestane hoeveelheden mest en bestrijdingsmiddelen.

Dat is knap vervelend. Want het perceel ligt als een enclave binnen het sinds 1974 beschermde natuurmonument Sint-Pietersberg. Die mest- en gifstoffen spoelen uit en waaien over naar de omgeving. En dat kun je missen als kiespijn in een natuurgebied dat bestaat uit kalkgraslanden, schrale graslanden en hellingbossen.

Natuurmonumenten, beheerder van honderd hectare van de Sint-Pietersberg, wil die 1,2 hectare dan ook graag aan het natuurgebied toevoegen om zo de negatieve effecten op de natuur te verminderen. De onderhandelingen met de Belgische eigenaar over de verkoop verliepen al een aantal jaren moeizaam. Hij wil met de opbrengst zijn bedrijf in Vlijtinge met dezelfde oppervlakte kunnen uitbreiden.

Hoewel de grondprijzen in Nederland en België nagenoeg gelijk zijn, komt hij met de opbrengst van zijn perceel op de Sint-Pietersberg niet uit. Want in België zijn de kosten van de notaris en de overdrachtsbelasting een stuk hoger dan in Nederland. De afgelopen maanden echter zijn de partijen wat dichter bij elkaar gekomen en de verkoop leek binnen afzienbare termijn zijn beslag te krijgen.

Leek. Want minister Veerman (landbouw en natuurbeheer) deelde afgelopen week de Tweede Kamer mee dat het geld voor het aankopen van gronden voor natuur op is. De kraan is dichtgedraaid; het is armoede troef in het natuurbeleid. Het niet aankopen van die enclave heeft direct gevolgen voor de natuur op de Sint-Pietersberg, waarvan de overheid dertig jaar terug vond dat deze zo waardevol was dat het gebied een wettelijk beschermde status moest krijgen.

Het Nederlands deel van de Sint-Pietersberg is onderdeel van een zeven kilometer lang kalksteenplateau tussen de Maas en het riviertje de Jeker, zegt Suzanna de Groot, medewerkster van Natuurmonumenten voor de Sint-Pietersberg. In het gebied wordt al eeuwen kalksteen gewonnen - in de Romeinse tijd in dagbouw, vanaf de zestiende eeuw vooral voor eigen gebruik en sinds de jaren twintig van de vorige eeuw op industriële schaal.

Suzanna de Groot: ,,Al in de zestiende eeuw kwamen botanici speciaal naar de Sint-Pietersberg voor de bijzondere planten die er groeien. Het is het meest noordelijke verspreidingsgebied voor soorten uit Zuid-Europa. Dat komt omdat de kalksteen warmte vasthoudt: je hebt veel langer hogere temperaturen dan in de omgeving. Er groeien bijzondere kalkgrasplanten als duifkruid, zonneroosje, bergsteenthijm, bergnachtorchis en soldaatjes.''

,,Op de Sint-Pietersberg zijn negen belopen dassenburchten, er leven wezels, er komen bijzondere sprinkhanen voor zoals de sikkelsprinkhaan, we hebben de koninginnepage, de grootste dagvlinder, hazelwormen - en sinds vijf jaar een paartje oehoes, de grootste uil van Europa. In september zijn vier jongen uitgevlogen. Ondergronds, in de gangen, overwinteren vijftien van de negentien Nederlandse vleermuissoorten.''

,,Het gebied, dat tegen Maastricht aan ligt en veel recreanten uit de stad trekt, telt vijf hectare kalkgrasland - een vijfde van het totale areaal in Nederland. Het beheer is erop gericht deze uit te breiden en de her en der liggende postzegels aan elkaar te plakken. De kalkgraslanden op de hellingen en de schraalgraslanden op het plateau worden begraasd door een kudde mergellandschapen. Die beteugelen de verruiging en zorgen dat het gras zo'n tik krijgt dat kruiden de kans krijgen te bloeien en zaad te vormen. Dat zaad nemen de schapen met hun hoeven en vacht weer mee naar andere plekken.''

Die kruiden en zeldzame planten verdwijnen echter door het uitspoelen en overwaaien van meststoffen en bestrijdingsmiddelen. Het is daarom van groot belang landbouwenclaves uit natuurgebieden te halen, zegt Frans Holla, medewerker vastgoed van Natuurmonumenten: ,,Op de Sint-Pietersberg betekent het niet kunnen kopen van die enclave naast milieuschade ook dat we landbouwverkeer houden, dat bieten en mais moeten worden geladen, dat landbouwschade door konijnen wordt geclaimd. Als we dit stukje hadden kunnen kopen, konden we het gebied herinrichten, met integrale begrazing, ontharding van de weg en het centraliseren van de parkeervoorzieningen.''

Het grootste probleem met enclaves is dat je een gebied niet als een geheel kunt beheren, zegt Frans Holla. En beheer is het behoud op lange termijn. Holla: ,,Als minister Veerman zegt dat de bestaande natuur al beschermd is, klopt dat niet. Neem het IJzerenbos bij Susteren. Dat is een gigantische legpuzzel van percelen waar we al tientallen jaren tijd, geld en energie in steken om snippers te verwerven. Er zit een perceel bij van 700 vierkante meter met, ten gevolge van vererving, dertig eigenaren. Je kunt pas beheren op een manier waar de natuur baat bij heeft wanneer je alle percelen in bezit hebt. Pas dan kun je de waterhuishouding goed regelen, tot integrale begrazing komen en de recreatie zoneren.''

Door het opschorten van de aankoopplicht van gronden die boeren te koop aanbieden binnen de ecologische hoofdstructuur (EHS) is het natuurbeleid zoals dat sinds 1990 wordt gevoerd tot stilstand gekomen, zegt Robert Moens van Natuurmonumenten. De bezuiniging op het natuurbeleid is onevenredig zwaar en tast de gezonde leefomgeving aan waar alle Nederlanders recht op hebben, vindt Natuurmonumenten. En met haar een brede groep maatschappelijke organisaties waaronder de ANWB, Staatsbosbeheer, De Landschappen, Vogelbescherming en het Wereld Natuur Fonds. Dit weekeinde zijn ze een publieksactie begonnen om duidelijk te maken dat de natuur in Nederland beter verdient dan wat het kabinet wil.

Het komende jaar heeft onderhandelen over aankopen geen zin meer, zegt Robert Moens, want: ,,De Dienst Landelijk Gebied (DLG) van het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij die de gronden koopt en overdraagt aan terreinbehereden organisaties als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en De Landschappen kan geen verplichtingen meer aangaan. Er is geen toekomstperspectief. En dat is extra pijnlijk omdat we op een omslagpunt zitten.''

,,Boeren waren altijd tegen, maar zijn nu in toenemende mate bereid te verkopen. Boeren binnen de EHS die hun bedrijf willen beëindigen en hun grond willen verkopen, zien hun pensioenplannen in rook opgaan. Boeren binnen de EHS kunnen hun bedrijf niet uitbreiden - en nu kunnen ze zich ook niet meer elders vestigen, waar ze hun bedrijf wel zouden kunnen uitbreiden, omdat hun grond niet meer gekocht mag worden. Zij zien hun economische perspectieven verdwijnen. Veel gronden zijn buiten de EHS aangekocht om te kunnen ruilen tegen gronden daarbinnen, maar die ruil kun je dus ook niet meer maken.''

Stilstand in het natuurbeleid is achteruitgang. Moens: ,,De vermesting, verdroging, verzuring en versnippering gaan door, natuurwaarden gaan verder achteruit. Terwijl het grondbeslag voor andere doeleinden gewoon doorgaat, waardoor het aankopen van grond alleen maar moeilijker wordt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden