Sinjar, stad vol vlaggen en graffiti

KDP-hoofdkwartier met vlaggen. Beeld Eddy van Wessel
KDP-hoofdkwartier met vlaggen.Beeld Eddy van Wessel

In de vorige week door de Koerden bevrijde yezidi-stad Sinjar zijn de zwarte IS-vlaggen verdwenen. Maar een nieuw conflict doemt alweer op, tussen elkaar beconcurrerende Koerden die de stad claimen - elk met hun eigen vlag.

"We zijn de zonen en dochters van dit land, en ze willen dat we vertrekken. Schande!" Commandant Raparin (37) komt net terug uit de op de islamitische groep IS heroverde stad Sinjar en arriveert in het kampje van de vrouwenbrigade van de Sinjar Beschermingsmacht aan de andere kant van de gelijknamige berg. Op een hoge militaire positie tegenover het vrouwenkamp staan twee tanks, een met de loop gericht op het kamp. De opgeworpen aarde is vers; het is onderdeel van de propagandaoorlog waarover zij zich zo boos maakt.

Terwijl de dichtstbijzijnde frontlinie, op de weg naar de IS-plaats Baaj, nog op slechts twee kilometer van de stadsgrens ligt, is in Sinjar het volgende conflict al zichtbaar, ditmaal tussen de verschillende Koerdische partijen en facties die IS verjoegen. Hun onderlinge machtsstrijd voorkwam maandenlang de herovering van de stad. De komende strijd gaat om de harten, maar vooral ook om het grondgebied van de yezidi's.

Massagraven
Sinjar viel in augustus 2014 in handen van IS, dat bijna 6000 yezidi-vrouwen, -kinderen en -mannen afvoerde naar zijn kalifaat, en een nog onbekend aantal vermoordde. Tot nu toe zijn acht massagraven geregistreerd maar nog niet onderzocht, en in het deel van de provincie ten westen en zuidwesten van de hoofdstad dat nog in handen is van IS, liggen er zeker nog meer.

Raparins kameraden, die net als zij verbonden zijn aan milities onder commando van de Turks-Koerdische Arbeiderspartij PKK, hebben hun nieuwe frontlinies daarnaartoe verlegd, vertelt ze. Hun achternamen geven de strijders niet, uit vrees dat familie thuis daardoor in de problemen kan komen.

Ondanks hun maandenlange straatgevechten tegen IS is de overwinning van de stad opgeëist door de grootste Iraaks-Koerdische partij, de KDP van de Koerdische president Massoud Barzani. Die zegt de stad in twee dagen te hebben heroverd tijdens een offensief met 7500 soldaten en met groot materieel. Daarmee kon de KDP de smet op haar naam uitwissen die was ontstaan toen haar militairen vorig jaar voor IS wegvluchtten en de yezidi's aan hun lot overlieten.

Eén vlag
Op de tweede dag van het offensief hield president Barzani een toespraak in Sinjar, waarbij hij de stad een onverbrekelijk onderdeel van de Koerdische regio van Irak noemde. Hij deed het bevel uitgaan dat er nog maar één vlag zou wapperen: de Koerdische. Daarmee bedoelde hij het Iraaks-Koerdische rood, wit en groen met de gele zon in het midden - en niet de vlaggen van de verschillende Koerdische partijen en facties.

Doeken in de straten, opgehangen tegen scherpschutters. Beeld Eddy van Wessel
Doeken in de straten, opgehangen tegen scherpschutters.Beeld Eddy van Wessel

Ter plekke blijkt hoe weinig er aan die opdracht gehoor wordt gegeven, zelfs door de KDP zelf. Op de berg zijn twee heiligdommen opgericht: een met foto's van PKK-leider Abdullah Öcalan en PKK-vlaggen met hun rode ster op een geel en groen vlak, het andere voor Massoud Barzani met de gele vlag van de KDP. Naast de officiële Koerdische vierkleur wapperen in Sinjar ook vlaggen van de vele PKK-facties, zoals de rood-gele met de adelaar van Raparins Sinjar Beschermingsmacht. En bij huizen die de KDP en haar militairen in de stad in gebruik hebben genomen hangen hele strengen kleine gele vlaggetjes.

Raparin wijst er fijntjes op dat de plek die Barzani koos voor zijn toespraak, tot kort ervoor in handen was van PKK-milities. "We hebben die plek op IS veroverd en hem een jaar lang verdedigd, tot we vorige week in de aanval gingen."

Een deceptie en een show, noemt ze die snelle verovering die de KDP opeist. "Wij waren degenen die hier vijftien maanden lang hebben gevochten. We hebben zeven maanden lang met de KDP gepraat over hoe Sinjar te heroveren. We wilden een offensief in de stad om de weerstand van IS te testen, maar ze weigerden omdat ze bang waren voor zelfmoordaanslagen op de troepen. We hebben ons daar stil over gehouden, want we vechten tegen IS, niet tegen de KDP."

Binnenwandelen
Ze vindt dat de PKK recht van spreken heeft, omdat die samen met haar Syrisch-Koerdische zuster PYD in augustus vorig jaar zo'n 50.000 yezidi's redde die de berg Sinjar op waren gevlucht voor IS, door een veilige corridor te creeren naar Syrië. Vanaf dat moment begon hun strijd tegen de radicale groep. Toen bovenop de berg een kampje ontstond, beschermden de milities daar zo'n duizend vluchtelingen. Ze infiltreerden de stad voor straatgevechten, samen met de belangrijkste Iraaks-Koerdische concurrent van de KDP, de PUK - waarvan de groene vlag overigens als een van de weinige ontbreekt in het straatbeeld.

Die gevechten hielden een jaar aan. Daardoor waren de PKK en de PUK vorige week als eersten in de belegerde stad na de nachtelijke bombardementen van de geallieerden, zegt commandant Raparin, en doodden zij de IS-strijders die nog niet waren gevlucht. KDP-militairen konden daarna bijna op hun gemakje binnenwandelen, zoals de partijzenders ook triomfantelijk hebben laten zien.

Door IS achtergelaten munitie, drugs en andere spullen in een tunnel. Beeld Eddy van Wessel
Door IS achtergelaten munitie, drugs en andere spullen in een tunnel.Beeld Eddy van Wessel

Tijdens dat jaar van felle gevechten hadden de strijdende partijen de stad in zones opgedeeld. Terwijl PKK en PUK maandenlang vooral in de stad vochten, bestookten militairen van de KDP de radicale strijders vanaf veiliger posities, zoals de hoger gelegen en zwaar beschadigde citadel.

Die situatie is na afloop van de strijd eigenlijk onveranderd, ook al ligt het centrum grotendeels in puin en staan nog slechts een paar gebouwen overeind. Zoals een voormalige bank, waar een vlag wappert van een van de PKK-facties, die van hieruit hun eigen zone bestieren.

Even verder zijn gordijnen neergevallen die tussen de straten waren gehangen tegen de scherpschutters. Die geven de grens aan, waarachter IS zich had ingegraven. En daarachter ligt weer de zone van de PUK, waar kapitein Ahmed Osman vertelt over gevechten vanaf posities aan weerszijden van dezelfde straat. "Vaak hadden we geen tijd om te eten of te drinken; zo gauw we ophielden met schieten zouden we eraan gaan."

Botten
De kapitein loopt met zijn mannen door het maanlandschap van het verwoeste centrum, en wijst her en der op lijken van IS-strijders. En ook op door honden verspreide botten van burgers die IS vorig jaar doodde en niet begroef.

Die opdeling duurt voort, maar nu zonder IS. Alleen op de belangrijke controleposten zijn alle partijen vertegenwoordigd; daar wappert de Koerdische vlag naast die van de PKK, net als op de graansilo, die onder IS het bolwerk was van scherpschutters. Commandant Raparin hecht eraan erop te wijzen dat hun vlag daar als eerste hing. En dat een scherpschutter de PKK-strijder doodde die daartoe de zwarte IS-vlag verwijderde, uren voordat de KDP een meters grote Koerdische vierkleur op de silo hing.

De KDP heeft de PKK gevraagd te vertrekken, nu Sinjar bevrijd is. "We hebben 190 van onze mensen verloren en nu moeten we weg?" reageert Delshad, een jonge yezidi die uit Duitsland kwam om zich hier bij de PKK aan te sluiten. Hij blijft, zegt hij, "tot de inwoners terugkomen en er verkiezingen komen. We zullen zien wie er wint." De PKK wil met een eigen partij aan die verkiezingen meedoen, en hij weet al hoe dat afloopt, ondanks de huidige Iraaks-Koerdische overmacht in de stad: "Zeker 75 procent van de bevolking staat achter ons." De volgende strijd is nog maar net begonnen.

Strijders van de radicaal-islamitische groep IS hadden zich totaal ingegraven in het voormalig winkelcentrum van de yezidi-stad Sinjar. Een labyrint aan tunnels loopt onder de stad door; soms alleen om de straat ongezien over te kunnen steken, maar sommige zijn honderden meters lang. Ze zijn manshoog en ongeveer een halve meter breed, en voorzien van elektriciteit en ventilatie.

Bij het front, op de weg naar Baaj. Beeld Eddy van Wessel
Bij het front, op de weg naar Baaj.Beeld Eddy van Wessel

Graffiti

IS liet op gebouwen en deuren in Sinjar niet alleen zijn zwarte vlag achter maar ook veel andere graffiti. Alle huizen markeerde het met in het Arabisch geschreven de woorden soenniet, sjiiet of yezidi. De laatste twee groepen beschouwde IS als ongelovigen, hun huizen werden leeggehaald. Andere zijn in beslaggenomen: 'overgenomen door daesh', staat er dan op, met de Arabische naam voor IS. Sommige wijken waren zo gemengd dat deze drie geloven naast en tegenover elkaar woonden. Op een soennitisch huis is 'dakhil' geschreven, waarmee de eigenaar om bescherming vroeg, blijkbaar voordat duidelijk was dat IS de soennitische woningen grotendeels ongemoeid zou laten. Soms staan er namen op de poort, wellicht van IS-aanhangers die er hun intrek hadden genomen.

Tunnels
De strijders woonden hier in uitgehakte nissen en hadden een ziekenhuisje en zelfs een werkplaats voor de landmijnen waar IS berucht om is. Ze kwamen alleen naar buiten om te vechten. Een met zandzakken versterkte tunnel vormde de verblijfplaats voor lokale IS-leiders. Het netwerk is nog niet in kaart gebracht, maar het ziet ernaar uit dat de tunnels tot buiten het centrum liepen.

Tunnels waren een specialiteit van de voormalige Iraakse dictator Saddam Hoessein, die er vanuit zijn paleizen vele liet graven. Veel IS-leiders komen uit Saddams veiligheidsdiensten en leger. Ook de taliban in Afghanistan gebruikten tunnelsystemen om te kunnen ontkomen aan Amerikaanse bombardementen. Een deel van hun aanhangers heeft zich bij IS aangesloten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden