SINGAPORE

'Onze banen' verdwijnen naar Azië, zo is de angst in Europa. Eerst verdween het eenvoudige werk, maar allengs wordt hoogwaardiger arbeid overgenomen door de snel tot ontwikkeling komende Aziatische landen. In Singapore lachen ze om die klacht: ook bij ons verdwijnen de productie-units, zeggen de economische plannenmakers daar. Hun reactie: ze reizen de fabrieken vooruit de regio in, trekken alles uit de kast om hun inwoners op te leiden en zorgen dat Singapore in trek blijft als woon- en werkplaats bij buitenlanders. Een planeconomie met de markt als leidraad.

'Smeren van de markt' is de missie, vertelt Daniel Selvaretnam, directeur bij EDB, boven een grote mok zwarte thee met melk - erfenis uit de Britse koloniale tijd. In 1961 kreeg Singapore zelfbestuur. In 35 jaar tijd is de stadstaat gegroeid van een gemiddeld jaarinkomen per inwoner van 2 000 gulden naar bijna 50 000 gulden - meer dan in Nederland.

“De Nederlander dr. A. Winsemius, heeft de blauwdruk voor ons succes geleverd”, vertelt Selvaretnam. Diverse hoge Singaporezen hebben zijn begrafenis, net vorige week, bezocht, weet hij. “Onze premier Goh Chok Tong is nog twee maanden geleden bij hem langs geweest.” De adviezen van Winsemius heeft Singapore nu niet meer nodig. “De laatste tien jaar hebben we het allemaal zelf bedacht”, lacht de EDB-directeur.

Hij wijst op de gelijkenissen: Singapore wil toegangspoort voor Azië zijn, Nederland heeft die ambitie voor Europa. Beide havens strijden om wie het grootst is. De luchthaven Changi Airport wil zijn moderne aanpak exporteren, Schiphol idem dito. Singapore Airlines is de oogappel van de regio, vanwege goede service en efficiency. KLM kijkt dat likkebaardend af.

Ook in Singapore verdwijnen de eenvoudige banen naar elders. In tegenstelling tot Nederland, wordt er geen traan om gelaten. Van de wat eenzijdige focus op elektronica had men eigenlijk toch al zijn bekomst nu de omzet zo dramatisch is ingezakt als gevolg van een prijsoorlog. Over het hele jaar houdt de economie van Singapore nog een groei van 6 procent. Iets waar Nederland bij zou staan te juichen, maar voor de Aziatische stadstaat is het minnetjes.

Met de verdere mondialisering van de economie zal het verdwijnen van eenvoudige arbeid versterkt doorzetten. “Daar moet je niet bang van worden”, geeft Selvaretnam Nederland mee. “Het heeft geen zin te vechten tegen de markt. Als bedrijven iets willen, moet je dat niet proberen tegen te houden. Dat red je toch niet. Je kunt beter kijken waar je kansen wel liggen.”

Singapore heeft die verplaatsing van simpeler werk geïncorpereerd en tot overheidsbeleid gemaakt. Onder het mom van 'co-investeringen' gaat EDB mee met bedrijven de grens over. Daarnaast is een heel programma opgezet om high-tech fabrieken binnen te halen. De bemoeizucht van de overheid gaat ver: ze bouwt innovatiecentra, verandert onderwijsprogramma's, plukt hoog opgeleide mensen van over heel de wereld en deelt kwistig subsidie uit.

Zelfs de vakbonden staan onder overheidscontrole, al heet dat anders. “De secretaris-generaal van de vakbond wordt gekozen. Toevallig is dat steeds iemand die minister is”, Selvaretnam. “Dat is handig. Als werknemers iets willen, kunnen ze het via hun eigen top doorschuiven naar de regering. Hoeven ze het niet uit te vechten op de werkvloer. Wij houden niet zo van conflicten, we lossen het liever op in overleg.”

Het woord planeconomie bevalt hem niet: “Het grote verschil tussen wat wij hier doen en de planeconomie in bijvoorbeeld Rusland, is dat wij het niet opnemen tegen de markt. Ons uitgangspunt is: Wat wil de markt.”

Groei van de economie, daar gaat het de beleidsmakers in Singapore om. Alles staat in dienst daarvan. De planners tonen zich specialisten in het zoeken van kansen om de economie vooruit te helpen. Maar waar Europese beleidsmakers bij de uitvoering gehinderd worden door praktische bezwaren, lastige belangengroepen en oude maatschappijstructuren, kunnen ze in Singapore ongehinderd uitvoeren wat achter de regeringstafels is bedacht.

Als het landsbelang ermee is gediend dat mensen afzien van een eigen auto, dan gebeurt het zo. Klachten over beperkte ruimte voor individuele wensen, krijgen de inwoners niet gemakkelijk over hun lippen. Het collectieve belang wordt boven het individuele geplaatst, en dat is de norm. De beloning voor die volgzaamheid is enorme welvaartsgroei.

Daardoor is Singapore inmiddels verre van goedkoop. Dus heeft de overheid zijn doelen bijgesteld: het hoogste doel is nu bedrijven te lokken die een hoge toegevoegde waarde hebben. De sectoren waarin Singapore wil scoren zijn met grote precisie afgestemd op de markt, onder meer via een adviesraad waar alle grote bedrijven in zitten (ook de Nederlandse L. van Wachem van Shell is lid).

Helder formuleert EDB-topman Philip Yeo op een moderne promotie cd-rom wat de bedoeling is: 'Een thuis ver van huis' bieden aan multinationals. Er zitten 4000 multinationals in Singapore. De stad wil meer: ze wil dat deze concerns van Singapore hun regionale hoofdkantoor maken én hun denktank voor Azië. Europeanen en Amerikanen kunnen vanuit Singapore Azië veroveren.

Ze komen inderdaad in rap tempo: BMW doet Azië nu vanuit Singapore, Rhone Poulenc, Levi's, MTV Asia en Siemens Components, om maar een paar grote te noemen.

En ook research- en ontwerpafdelingen arriveren bij de vleet: Philips gaat versneld onderzoek overbrengen, en meldt dat concurrenten als Sony, Motorola en Siemens hetzelfde doen.

De goed geregisseerde lokroep van Singapore is niet te ontlopen.

SINGAPORE WIJST CONCERNS DE WEG NAAR CHINA

Eenvoudig werk verdwijnt naar omliggende lage-lonenlanden. De Singaporese overheid loopt voor de vertrekkende meute aan. “Wij kunnen Aziatische markten openen voor westerse concerns.” Wong Wee Kim, onderdirectrice van de plan-divisie van de Economic Development Board, legt in promotiefolder-taal uit waarom Singapore zo geschikt is als draaipunt in de regio: “De omringende landen zien ons niet als bedreigend. Ze zullen ons er niet snel van verdenken dat we als neokolonialen bezig zijn. Daarvoor zijn we veel te klein. Daarbij hebben we met onze groei en leiderschap in de regio faam verworven. Veel landen zien ons graag komen. Liever ons dan Japannners bijvoorbeeld.”

Het troetelkindje van nu is het Chinese project: in Suzhou wordt een enorm industriepark neergezet, daar is al voor 50 miljard gulden via Singapore in geïnvesteerd. Daaronder dus menige in Singapore gevestigde onderneming.

Op een half uurtje varen in Indonesië gebeurt hetzelfde, zij het kleinschaliger. Daar kunnen de fabrieken naartoe verplaatst worden als de productie in de stadstaat te duur wordt. Ook in Vietnam is Singapore aan het ontwikkelen geslagen, net als in India (Bangalore). “We zijn nieuwe gebieden aan het naar voren duwen. Voor industrie die hier niet wil zitten en die hier ook niet kan bestaan. Wij houden heus een rol want servicen van die fabrieken dat kunnen ze vaak niet in die regio's. Dat moet vanuit beter ontwikkelde gebieden. Ons uitgangspunt is: hoe kunnen we bedrijven helpen om concurrerend te zijn. Niet door ze hier vast te binden, maar door ze te helpen de regio in te gaan. Daar zijn de markten, daar zijn de werknemers. Singapore is klein, er wonen 3 miljoen mensen. Hier kun je dus echt niet zoveel producten kwijt.”

“Waarom wij een voorsprong konden opbouwen op andere Aziatische landen? De meeste landen hadden tot 1985 restricties op investeringen van buitenaf. Singapore is sinds 1965 open geweest. Wij kijken wat de markt wil, en proberen daarmee te helpen. Dat is alles”, luidt haar eenvoudige verklaring.

TOL EN DURE VERGUNNINGEN HOUDEN AUTO-OVERLAST BEPERKT

In Singapore kun je tot diep in de nacht veilig buiten lopen. Bedelaars, junks en dieven zijn uitzonderlijk. Het leefklimaat is, praktisch gezien, comfortabel. Reden waarom multinationals zich er graag vestigen. De betrouwbaarheid kent een prijs: onvrijheid. Wie zich een meter buiten de zebra waagt, moet niet gek opkijken als een plots opdoemende agent met een handgebaar correctie afdwingt. Een dubbeltje te weinig betalen voor de metro en dichte deuren voorkomen dat de grijstrijder het station verlaat. Het gebrek aan vrijgevochtenheid leidt tot saaiheid maar op verkeersgebied heeft het een weldadige uitwerking: alles rijdt. Dit 'wonder' is afgedwongen door de transportautoriteiten, legt A. Menon, die daar werkt, uit.

“Singapore is in 1975 al begonnen met een tolsysteem. We hebben weinig grond en veel mensen, dus dan moet je wel. We hebben het toen gebracht als één pakket: én tol én forse uitbreiding van het openbaar vervoer, waardoor mensen echt een alternatief geboden werd.” Voor 2 dollar ben je met metro en bus het hele eiland over. In de spits met de auto de stad in kost 3 dollar tol. Vanuit kleine hokjes in de berm wordt gecontroleerd of de auto's hebben betaald. “Toch nam het autoverkeer zo sterk toe dat in 1990 quotering moest worden ingevoerd,” aldus Menon. Wie een auto wil, moet nu eerst een vergunning kopen. Ze zijn zo schaars dat ze nu 60 000 gulden 'doen'. Dat is zoveel geld dat zelfs de doorgaans volgzame Singaporezen erover klagen. “Mensen vinden tol gemakkelijker te accepteren dan de quotering”, geeft Menon toe. Om het autogebruik verder te ontmoedigen, gaat de stad de tol elektronisch maken. Volgend jaar komen er aftasters boven de weg. Die boeken de tol af van een chipkaart in de auto. Camera's leggen wanbetalers vast. Per weg en afhankelijk van de drukte kunnen de tarieven verhoogd worden. “Als er straks nou minder mensen met de auto de stad ingaan, kan het aantal vergunningen voor auto's omhoog. En als dat gebeurt, worden die vergunningen weer goedkoper. U ziet, het is een kwestie van vraag en aanbod.”

AFGEDWONGEN VERNIEUWING: UNIVERSITEIT BOUWT CHIPFABRIEK

Op prominente plaatsen in boekwinkels prijken ze: de werken die opwekken om creatief te zijn en innovatief te denken. Was het eerst hard werken en keurig de regels naleven, nu worden de 3 miljoen inwoners van Singapore opgeroepen tot speelsheid en vernieuwing. Op zijn Aziatisch innoveren is niet alleen iets nieuws bedenken. Er komt in één adem achteraan: en dat idee vertalen naar de markt. De manier waarop een heel volk tot vernieuwing wordt aangezet, is in Nederland ongekend: de 'leer' van minister Wijers is nog niet tot verplichte leerstof op scholen verklaard.

In Singapore heeft de universiteit een hele fabriek gebouwd voor het maken van chips. Niet gericht op massaproductie, maar om de studenten te onderwijzen. “Het was een kwestie van de kip en het ei”, vertelt Daniel Selvaretnam, economisch planner van de overheid. “We hebben in Azië veel elektronica-industrie. We kopen chips in en monteren die in een framewerk. Dat maken van chips is erg kapitaalintensief, zo'n fabriek kost wel 1 miljard gulden. Nu Singapore zich meer richt op industrie met een hoge toegevoegde waarde, willen wij chips maken. Maar de bedrijven komen niet omdat ze menen dat hier niet genoeg kennis aanwezig is.” De opleiding voor engineers werd aangepast. En voor het maken van chips werden nog krassere maatregelen genomen: er kwam een hele productie-unit. Omdat Singapore zich ook wil onderscheiden als research- en innovatiestad worden universiteiten gestimuleerd om een soort TNO's op te richten, instituten die in opdracht van bedrijven technische bepalingen kunnen doen.

“Ook hebben we onze immigratiepolitiek aangepast. We zijn in het buitenland gaan zoeken naar hoog opgeleide Aziaten. Hun hebben we gevraagd of ze ervoor voelden terug te komen naar Azië. We zorgen voor gemakkelijke vergunning-procedures, zodat ze bijvoorbeeld snel een huis krijgen.” In een jaar tijd wist Singapore zo 4000 hoog gespecialiseerde buitenlanders naar de stadstaat te halen. “Je moet de markt soms een beetje helpen”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden