'Sinds wanneer horen arme mensen niet in de stad thuis?'

Han Lammers behoort tot een miskende generatie bestuurders. Gevleugelde woorden waren het in de zes jaar dat hij wethouder in Amsterdam was: 'overloop' en 'metro'. Maar hij was nog maar nauwelijks landdrost in de Flevopolder of zijn opvolgers maakten er korte metten mee. Deze maand neemt de commissaris van de koningin afscheid.

Daar dóen de mensen het ook voor, hoort hij regelmatig. Voor de 'goeie lucht', de veiligheid op straat, de scholen, dat de kinderen buiten kunnen spelen.

Ruim twintig jaar terug, in 1974, toen hij de PvdA-lijst trok bij de Amsterdamse raadsverkiezingen, trok hij rond met die boodschap: 'Jongens, jullie moeten buiten die stad gaan wonen!'. Hij herinnert zich het Amsterdam van die tijd als een plek waar 'veel te veel mensen op veel te weinig vierkante kilometers woonden'. De polder wenkte met z'n doorzonwoning in plaats van drie hoog achter in De Pijp. En profeet Lammers ging voorop, zoals eens Mozes op weg naar het beloofde land.

De achterblijvers verkozen de vleespotten van Egypte. 'Overloop' is 'leegloop', monkelden ze. De kersverse landdrost Lammers had er persoonlijk voor gezorgd dat zeventig procent van de huizen in Almere voor de Amsterdamse overloop gereserveerd werd. Maar zijn opvolgers hieven het woningbureautje op dat Amsterdammers aan zo'n polderwoning hielp. “Het gebeurde onder het motto dat er geen geld meer was. Maar via andere kanalen kreeg ik te horen dat men tegen het overloopbeleid was. Het is uiteindelijk anders opgelost; Amsterdammers bellen rechtstreeks naar het Almeerse stadhuis. Maar het is toch idioot dat men dat op grond van een bedachte ideologie van kleinschaligheid probeerde te dwarsbomen.”

Het Amsterdams gemeentebestuur verdedigde zich door erop te wijzen dat de stedelijke voorzieningen onbetaalbaar dreigden te worden als iedereen die het kan betalen de stad uittrekt. Burgemeester Schelto Patijn roept dat schrikbeeld weer op, nu het spant rond de nieuwe woonwijk die Amsterdam wil bouwen in het IJmeer. Als dit IJburg er niet komt, raakt Amsterdam volgens Patijn weer net zo 'leeggetreurd' als eind jaren zeventig toen de stad amper nog zeshonderdduizend, veelal armlastige, inwoners telde. IJburg als voorbehoedsmiddel voor een nieuwe kapitaalvlucht.

Lammers komt in opstand tegen zo'n manier van spreken over arme mensen: “Sinds wanneer horen arme mensen niet in de stad thuis? Want dat zeg je eigenlijk. Ik heb me altijd verzet tegen begrippen als 'de gewenste bevolkingssamenstelling'. Het is een verhulde manier om te zeggen dat je liefst overwegend rijke mensen in de stad hebt. Dat vind ik geen goed standpunt. En je stigmatiseert mensen door daar voortdurend over te klagen. Arme mensen gaan zich dan afvragen of er iets mis met ze is.”

Maar wie betaalt dan de stedelijke voorzieningen? Welvarende randgemeenten zoals Almere vertikken het. “In Almere wonen óók arme mensen. We moeten elkaar niet naar het leven staan. We moeten bij het rijk wezen. Want dát vind ik eigenlijk, dat het rijk voor zijn verantwoordelijkheid wegloopt. In de volkshuisvesting bijvoorbeeld hoort het rijk de leiding te nemen. Dat staat in de grondwet.”

Lammers, nu nog voorzitter van de Raad voor de volkshuisvesting, voorspelt binnen tien jaar een woningnood die vergelijkbaar is met die in de jaren zestig. Natuurlijk, er wordt volop gebouwd volgens de 'Vinex-afspraken' tussen rijk en gemeenten. “Maar de lage inkomens komen er niet aan te pas”, zegt Lammers, óók niet aan het eenderde deel dat bedoeld is als sociale woningbouw. “Daarvan zijn de huren zo hoog dat veel mensen dat niet kunnen betalen. Dat kan zo niet doorgaan.”

In de volkshuisvesting heerst misplaatst optimisme over het afvlakken van de bevolkingsgroei, zegt Lammers, en dat optisme is niet van vandaag of gisteren. “Dat begint al in de jaren dertig, met het Algemeen uitbreidingsplan. Men dacht toen nog één miljoen mensen te kunnen herbergen in een gebied waar Noord en Amstelveen niet op stonden. Intussen is Amsterdam uitgebreid met tweemaal dat gebied.”

Think big, not small is zijn adagium. Juist in de sociale woningbouw. “Een behoorlijke woning is echt een basisvoorziening. En dan heb ik het over góeie woningen en niet trap-op-trap-af in de Indische buurt, waar de stapelbedden hun herintree hebben gedaan.”

Hij ziet ook met lede ogen toe hoe er beknibbeld wordt op het groen in de grote stad. Alles moet vol, in het kader van de compacte stad. Zoals in de Amsterdamse westelijke tuinsteden, ooit opgezet om arbeiders licht, lucht en ruimte te geven. “Dat vind ik vreselijk. Die woningen zijn niet al te best, maar het kan ermee door - die woonruimte wordt gecompenseerd door de woonomgeving.”

Kom naar de polders, roept hij, want die zijn twintig jaar geleden met het zuurverdiende geld van de belastingbetaler voor woningbouw aangelegd. Daar is ruimte zat. Zelfs als álle papieren woningbouwplannen in de Flevopolder worden uitgevoerd, “blijft er nog zo'n ongelooflijke hoeveelheid groen over. Dat hele beboste deel van de polder is zo schitterend aan het worden en daar komt niemand aan. Die ruimte moet je houden. Dat is uniek.”

En IJburg? De milieugroepen die tegen het opwerpen van zes wooneilanden in het IJmeer zijn, vragen telkens waarom die woningen niet in de Flevopolder kunnen komen. Voor het eerst in het gesprek stokt Lammers' woordenstroom van voorwaarts en zeker weten. “Ik heb wel eens gedacht: IJburg moet niet. Almere ligt om de hoek, een paar kilometer verderop. Ik ben toch van een andere generatie: begin jaren zeventig hebben we ook de omliggende gemeenten gevraagd: willen jullie bouwen? En dat deden ze. Ik ben in de polder nog niemand tegengekomen die serieus weigert Amsterdam te helpen. Je moet die polderjongens niet onderschatten. Ze weten: we zijn ervoor aangelegd, dus we zullen ons ook als zodanig gedragen. Maar als het stadsbestuur denkt dat IJburg echt nodig is, nou ja, het is Amsterdams grondgebied. Maar dan moet er wel een heel goed woonmilieu komen. Ik denk niet dat het de ontwikkeling van Almere zal hinderen.”

De strijd tegen de ideologie van de kleinschaligheid voert Lammers ook op andere fronten. Zoals bij de dreigende opdeling van de grote steden in partjes ten behoeve van stadsprovincies, een 'onzalig plan' waar Lammers zich vorig jaar fel tegen keerde. En bij dat andere onderwerp dat jarenlang in het Amsterdamse stadhuis taboe was: de metro. Onder Lammers' bewind als wethouder stadsontwikkeling, publieke werken en grondbedrijf werd begin jaren zeventig de metro van het Centraal Station naar de Bijlmer en Diemen aangelegd. De 'Nieuwmarktrellen' tussen ME en actievoerders galmden echter zó luid na dat de uitbreiding van die ene ondergrondse lijn twintig jaar stil kwam te liggen.

Met zijn tweede vaderland, de Flevopolder, komt het goed. Zelfs met Lelystad, toch een zorgenkindje. Kinderziekten, gelooft Lammers. Mits die Zuiderzeespoorlijn er eindelijk komt en de economie een injectie krijgt van het rijk. “Lelystad verdient steun. Ze hebben niet met geld lopen smijten. En Lelystad heeft heel consequent de lage inkomensgroepen het volle pond gegeven. Ik weet van nabij hoe daar met de bijstandswet is gewerkt. Dat was voorbeeldig. Mensen werden erop geattendeerd dat ze rechten hadden, ook in een tijd dat dat uit de mode raakte. Zo'n gemeente verdient niet van andere gemeenten een schop na.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden