Simpson maakte van de Mont Ventoux heilige grond

De Mont Ventoux. Beeld anp

"What the hell am I doing here?" Phil Anderson heeft het zich vaak afgevraagd op de Mont Ventoux. In het bos aan de voet van de Kale Berg. Op het desolate, schrale tweede stuk, vaak vergeleken met een maanlandschap. "Er zijn onderweg naar boven momenten geweest dat ik dacht 'ik zoek een andere baan'", lacht de Australische ex-coureur.

Morgen is het zover. De renners finishen bovenop 'Gods troon'. Het is de naam die de Franse schrijver-dichter René Char aan de 95 miljoen jaar oude steenklomp gaf. De honderdste Tour de France kon de Mont Ventoux met goed fatsoen niet passeren, meende de jubilerende organisatie. De Tour dankt zijn statuur mede aan deze 1912 meter hoge berg in de Vaucluse. Omgekeerd natuurlijk ook.

Waar komt toch die aantrekkingskracht vandaan bij wielrenners voor de Mont Ventoux? Trouw vroeg het een aantal kenners, renners die de berg zelf meer dan eens beklommen.

Records
Tourcommentator Maarten Ducrot bewaart levendige herinneringen aan de markante puist toen hij coureur was. Maar niet allemaal in de Ronde, zegt hij. "Ik heb hem slechts een keer in de Tour gereden. Dat was in 1987. Jean-François Bernard won toen de tijdrit met finish op de top. Hij pakte het geel maar verloor die de dag daarop weer. Volgens mij heeft hij nog steeds de snelste tijd op zijn naam staan."

Met de aantekening dat dat record van Bernard in de Tour is neergezet. De snelste tijd is in handen van Spanjaard Iban Mayo, gevestigd tijdens de Dauphiné in 2004. Mayo reed hem op in 55 minuten en 51 seconden. "Ik heb 'm ooit in een uur en drie minuten opgereden", vergelijkt Ducrot zijn beste tijd.

Het zijn records waar menig wielertoerist alleen maar van kan dromen. Zij zijn al lang blij als ze boven geraken en zich onder het hoogtemeterbordje laten vereeuwigen op de foto. Precieze cijfers zijn niet voorhanden over het aantal fietsers dat de Ventoux jaarlijks beklimt. Tienduizenden, honderdduizenden? "Wij waren er twee weken voor de Tourstart. Ik denk dat ik wel 1000 tot 2000 renners die dag geteld heb", schets Anderson de drang bij wielrenners om de Ventoux te overwinnen.

Heilige grond
"Het is een berg die je niet kunt missen. Hij piekt boven de omgeving uit. Je weet dat er een weg loopt. Het is het gevoel van 'daar moet ik op'." Rodrick de Munnik is hoofdredacteur van Fiets, het lijfblad van de wielertoerist. Hij heeft de Kale Berg meermaals bedwongen. Waar komt volgens hem de adoratie vandaan? "Ik mag het eigenlijk niet zeggen maar Tommy Simpson heeft de berg op de kaart gezet. Daar is de legende geboren. Het feit dat er op de plek waar de Brit stierf een monument staat waar iedereen een petje en bidon achterlaat, draagt daaraan bij."

"Daar waar Simpson heeft gereden, rijd ik nu ook. Dat gevoel bekroop mij", legt Ducrot de verbondenheid uit met wat hij 'heilige grond' noemt. "Het mooie van wielrennen is dat je hetzelfde materiaal kunt aanschaffen als dat van een prof. Het is geen Formule 1. Noemt mij eens een sport waar je door hetzelfde decor mag gaan? Dit is wat mensen graag doen."

Anderson weet er alles van. Hij organiseert tegenwoordig fietsreizen voor Australiërs met een Ventoux-wens. Met de racefiets wel te verstaan. "Ik heb 'm onlangs nog verkend. Er is één ding nog verschrikkelijker dan hem als prof oprijden en dat is dat kloteding verkennen", buldert hij van het lachen. "Just joking. Wij hebben nu iemand die op haar benen staat te schudden als ik het onderwerp aansnijdt. Het is een mooie klim, een van de lastigste ook. Daar zit voor veel liefhebbers de uitdaging."

De Munnik: "Het gaat bij dit soort bergen om de legendes. Je ziet het aan de Alpe d'Huez, een van de lelijkste bergen maar toch wil half fietsend Nederland er naar de top. Waarom? Omdat er verhalen liggen."

Minder emotioneel
Je zou veronderstellen dat ook professionele coureurs kippevel krijgen van de Mont Ventoux. Niets is minder waar. Bauke Mollema bekende deze week aan NUsport.nl dat hij de solitaire berg nog nooit beklom. "Daar heb ik de tijd niet voor. Ik weet dat de Ventoux een historische klim is. Voor mij is het een berg."

De Munnik glimlacht. "Profs bekijken het veel minder emotioneel. Hun wereld bestaat uit opgaven als 'waar moet ik koersen, waar kan ik het beste trainen?'. De toerist heeft een lijstje met beklimmingen die hij minstens één keer in zijn leven moet doen."

Toch gaat het hart van Ducrot harder kloppen als hij herinneringen opdiept uit de tijd dat hij nog onderdeel van het beroepspeloton was. "Wat mij bijstaat is dat ik in de Dauphiné met Charley Mottet een keer de afdaling inging waar je normaal naar boven gaat, naar Bedoin. We reden een gat van vier minuten dicht. Ik ben nog nooit zo hard een berg afgereden, geweldig."

"Je weet dat je in het bos kapot gaat. Het is er broeierig warm en de vliegen vallen je continu lastig", schets De Munnik de klim. "En dan kom je halverwege bij Chalet Reynard, het restaurant op 1440 meter. Je slaat linksaf en dan opent zich de wereld. Mooie vergezichten. Het wordt minder stijl. Je voelt de druk op je pedalen afnemen. Je weet ook: hier is het gebeurd."

Voor Ducrot is de berg verleden tijd. Hij is er na zijn carrière nooit meer teruggekomen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Anderson." Ik zou niet meer tegen de oude Ducrot willen rijden. Die ging twee keer zo hard. Die confrontatie ga ik niet meer aan. Ik durf niet oud te worden, ik wil onsterfelijk zijn."

 
Je weet dat je in het bos kapot gaat. Het is er broeierig warm en de vliegen vallen je continu lastig.
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden