Simon Vinkenoog (1928-2009)

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Dichter, cultfiguur, zonnevogel en voorvechter van verdovende middelen wilde écht leven, in feestvreugde.

’Ik ben bang dat ik dit jaar mijn tuin niet zal zien.’ Die tuin met datsja ligt in een volkstuincomplex naast het Vliegenbos in Amsterdam. Voor Simon Vinkenoog en zijn zesde vrouw Edith Ringnalda was het een levenssprookje: ’het lome decor van innerlijke rust’.

De opmerking was opvallend somber voor Vinkenoog, die in moeilijkste omstandigheden meestal opvallend monter bleef. Juist was zijn rechteronderbeen afgezet, omdat de bloedvaten waren dichtgeslibt door het vele roken. Enkele dagen na de operatie begon het revalideren. ’Sjoelbakken’ hielp hem zijn evenwicht te hervinden. Op 18 juli hoopte hij met Edith zijn 81-ste verjaardag te vieren in het tuinpark van het revalidatiecentrum aan de Overtoom. Hij was zijn leven lang een pionier geweest, en zou ook het hoogbejaard zijn heel anders aanpakken.

Maar vrijdag raakte hij na een hersenbloeding in een coma. Gisterochtend overleed Vinkenoog. Hij stond bekend als moderne Sjamaan, bewustzijnsverruimer, schrijver, dichter, vertaler, organisator, magiër, goeroe, zonnevogel, levende vulkaan, cultfiguur, volkstuinier en ontdekkingsreiziger. Nooit bang om over de rand te kijken.

De laatste weken las hij het manuscript van de biografie die Derrick Bergman over hem schrijft. Het besloeg zijn geboortejaar 1928 tot aan 1956, toen Vinkenoog het bruisende Parijs verruilde voor Amsterdam, door hem ’Madmaster’ genoemd.

Naar eigen zeggen had hij een moeilijke jeugd. Woonachtig bij zijn moeder maakte hij de hongerwinter mee. In 1944 werd hij pakknecht bij uitgeverij Querido. Hij trouwde in 1946 en kreeg na een jaar een zoon, veel te vroeg, vond hij later. In 1948 vertrok hij naar Parijs, waar hij Karel Appel en Corneille ontmoette en poseerde voor beeldhouwer Zadkine. Hij maakte zijn eigen tijdschrift Blurb en leerde ’collega-pennevoerders’ kennen: Hans Andreus, Lucebert, Rudy Kousbroek, Hugo Claus en Remco Campert. Een jaar na het verschijnen van zijn debuutbundel ’Wondkoorts’ (1950) stelde Vinkenoog de bloemlezing ’Atonaal’ samen. Daarmee introduceerde hij die nog onbekende jonge dichters, later bekend als De Vijftigers. Zij zetten zich af tegen het heersende dichtklimaat en vonden eindrijm minder belangrijk dan assonantie, alliteratie en ritme. Hun werk was geschikt om voor te dragen, net zoals dat van Vinkenoog zelf. In 1954 verscheen zijn romandebuut ’Zolang te water’.

De eerste dertig jaar was hij bezig zichzelf te vinden, zei hij bij zijn 70’ste verjaardag. „Later verdween de behoefte om jezelf te verontschuldigen (’ik ben het maar’) en werd het: ik bén het.”

Hij organiseerde happenings, jazz en poëziefestijnen. Als initiator van de Sigmavereniging, die ook Poëzie in Carré in 1966 organiseerde, legde hij de basis voor het huidige Paradiso. In 1986 kreeg hij de G.H.’s-Gravesande-Prijs voor zijn ’stimulerende activiteiten op het terrein van de literatuur’. Bij zijn aanjagersrol paste ook de uitverkiezing tot interim-Dichter des Vaderlands in 2004.

Zijn eigen gedichten werden onder invloed van Jack Kerouac, William S.Burroughs, Allen Ginsberg en het gebruik van geestverruimende middelen steeds spiritueler van aard. Over de kosmos, liefde, wetenschap, religie, spiritualiteit, innerlijke bewustwording en de dood, schreef hij associatieve en bezwerende gedichten. Sommige critici vonden dat zijn geschrijf ontaardde in orakeltaal.

Als hij voordroeg wilde hij het gedicht ’klapwiekend’ van de pagina doen opstijgen. Voor Vinkenoog was poëzie nauw verbonden met muziek, vooral met jazz. Toen hij een lp mocht opnemen met gesproken poëzie, Stem uit de groef (1960), gebruikte hij, anders dan collega-dichters, zijn stem als instrument en roffelde hij ritmisch op tafel.

Vinkenoog was een ongelezen, veelgehoorde dichter, die fluisterde, gilde, zijn armen verhief, alles deed wat de tekst verlangde. Het maakte niet uit of hij in een zorgcentrum stond, op Lowlands of bij het Muiderslot voor een massa schoolkinderen.

Al die voordrachten in stad en land brachten hem in kilometers tweemaal de wereld rond, had zijn vrouw uitgerekend. In de bundel ’De Ware Adem’ (2000) gaf hij een profielschets van zichzelf, ’de dichter van de levende adem / uitje voor scholieren / gesprekspartner voor / verslaafden en gedetineerden’.

Iedereen die iets creatiefs doet staat op een barricade, zei Vinkenoog. Zijn eigen barricade was het gevecht tegen geestelijke vervuiling. Niet bang zijn, maar echt leven, in feestvreugde. Het gaat om intensiteit. Kiezen tussen modder en sterren. Vertrouw op improvisatie, spontaniteit, intuïtie, inspiratie, toeval, dromen en fantasie. Denk buiten de beperkte, vaststaande kaders. Vaak vermengde hij zo’n woordenstroom met een citaat uit de spreukenbibliotheek in zijn hoofd. ’De wereld swingt als de pest, en de rest is gemompel van bedelaars’, uitgesproken met de deining en timing die auteur Campert zou hebben bedoeld.

In zijn strijd voor geestelijke reinheid paste ook het pleidooi voor een ’verbod op het verbieden’ van geestverruimende middelen. In 1959 maakte Vinkenoog kennis met LSD tijdens een medisch experiment in een Amsterdams ziekenhuis. In 1964 werd hij opgepakt voor het bezit van 0,16 gram marihuana, maar het gevang deed een schrijver geen kwaad, meende hij. Bij de protestactie Red De Paddo, in 2007, merkte hij als ervaringsdeskundige op: ’Het is belangrijk voor mensen om te weten dat er een ander bewustzijn is dan het dagelijkse. Dat mensen zich eens kunnen verheffen boven zichzelf’. Vinkenoog was gebruiker tot de laatste puf.

De laatste jaren trad hij vaak op met muzikant Spinvis. Die zag bij de oude dichter nog steeds een creatieve honger. Voor Vinkenoogs laatste verjaardag maakten ze het album ’Ritmebox’. Spinvis omschreef Vinkenoog als iemand die niet veroordeelde: ’Hij behoort tot die mensen die alle mensen aanvaarden, met hun wijs- en malligheden, hun verleden, hun taal. Die deelnemen aan andermans verdriet en die solidair zijn in de zonde.’

Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 geboren in Amsterdam. en overleed daar op 12 juli 2009.

(FOTO JÿRGEN CARIS) Beeld
(FOTO JÿRGEN CARIS)

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden