levenslessen

Simon Tahamata: Over de Molukken moeten we blijven vertellen

Beeld Merlijn Doomernik

Simon Tahamata (60) is net opa geworden. Het stemt de voormalig voetbalinternational mild. Maar over de Molukse kapingen, komende week veertig jaar geleden, is zijn standpunt onveranderd.

Les 1: Houd het verleden tastbaar

"Ik ben geboren in het oude kamp van Vught. De houten barakken van toen zijn nu verdwenen en veranderd in huizen. Vught is het enige woonoord van toen dat nog bestaat. 'Barak 2' is een museum geworden. Belangrijk dat het er nog is, want ik vind dat je het verleden tastbaar moet proberen te houden. 'Vught' laat zien hoe wij Molukkers naar Nederland zijn gekomen.

Al die mannen, zoals mijn vader, hadden een groen koffertje bij zich toen ze op de boot naar Holland stapten. Op die koffer stond de naam en de rang van de soldaat die in de koloniale strijd had gediend voor de Nederlandse driekleur. Mijn vaders koffer stond thuis ingepakt klaar - klaar om terug te keren naar de Molukken. Dat was ons beloofd: een eigen, onafhankelijke staat. Toen we van Vught verhuisden naar Tiel, ik was vier, ging die koffer mee. Nu heeft één van mijn zussen hem. Ik denk dat elk Moluks gezin zo'n koffer heeft. Die staat voor onze geschiedenis. Die geschiedenis moeten wij vasthouden en doorvertellen aan de derde en vierde generatie.

Er wordt nog weinig gesproken over de Molukkers die streden voor de Nederlandse vlag. Ook niet op school. Ik heb hier collega's lopen bij Ajax - waar ik techniektrainer ben van de jeugd - die misschien niet eens weten dat er ooit een probleem was met de Molukken. Het is een zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis. Ik vind dat we het moet blijven vertellen."

Les 2: Pas je in alle rust aan

"Ik was vijftien toen ik uit huis ging. In 1972 verliet ik onze buurt, 'de wijk', in Tiel en ging voetballen bij Ajax. Ik verhuisde naar de schoonzus van mijn broer in Amsterdam-Oud-West. Daar heb ik een half jaartje gezeten. Na school - ik deed lts en later mts - ging ik met de tram naar Oost, om bij Ajax te trainen. Na zes maanden verhuisde ik naar Diemen, om bij een tante te gaan inwonen.

Op school vertelde ik niet dat ik bij Ajax voetbalde. Niemand wist het. Ik vond het niet zo bijzonder, jeugdspeler van Ajax. Ik moest daar vooral laten zien dat ik goed kon voetballen. Ik paste mij langzaam aan, want bij Ajax was ik het boertje van buiten. Toen ik met Ajax mee mocht op trainingskamp meldde ik mij ziek op school. Die dag stond in de krant dat ik bij de selectie zat. Toen wist iedereen het. Ik was zeker trots, maar ik bleef er ook rustig onder."

Les 3: Het is zoals het is

"Ik zei ten tijde van die kapingen in 1977: ik had ook één van die jongens kunnen zijn. En nog steeds sta ik achter die acties. Die jongens hebben hun leven gegeven voor ons, om te laten weten wat er aan de hand was met ons, de Molukkers.

Ik wil er niet te veel over uitweiden, want ik voel niet de behoefte me te verdedigen, maar als een volk ergens voor strijdt, vallen er altijd slachtoffers. Het klinkt cru, dat besef ik. Je bent op de verkeerde plek op de verkeerde tijd. Accepteer dat, ook als de werkelijkheid keihard is. Dat geldt voor de Molukkers die vielen en ook bijvoorbeeld voor die treinmachinist die het leven liet. Het is heel erg, maar we moeten accepteren dat het is gebeurd.

De kapers wisten zelf ook dat ze niet meer zouden terugkeren uit die trein bij De Punt. Ik vind het erg, de manier waarop de Nederlandse regering die kaping heeft laten beëindigen. Triest voelde ik mij. Boos ook. De heftigheid. De straaljagers, de met kogels doorzeefde trein.

Met die gijzelingen lieten wij zien: wij zijn geen buitenlanders. Wij, Molukse Nederlanders die in Indonesië hebben gestreden voor de Nederlandse driekleur, kwamen op dienstbevel naar Nederland.

Ik ga elk jaar op 11 juni naar de begraafplaats waar die zes jongens liggen. We moeten het belang blijven inzien van die zes graven in Assen. Als ik daar ben, voel ik nog steeds dat we één volk zijn. Als ik over die periode praat, emotioneert het mij weer. Voor mij zijn die jongens helden. Zij hebben met die acties bereikt dat Molukkers en Nederlanders meer samenwerken. We kregen daarna degelijke huizen in wijken van steen. We kregen kerken van steen.

Ik kreeg een gave mee van God: voetballen. Ik kan op die manier iets uitrichten voor voor de Molukkers. Ik ben bekend en kan erover praten. Ik vertel telkens maar weer - nu hier en in de uitzending van 'Andere Tijden Sport' op 11 juni - waarom wij dat toen hebben gedaan. Ik vind dat het al op de basisschool verteld moet worden. Het is belangrijk dat de waarheid aan het licht komt over de manier waarop de kaping is beëindigd. We krijgen ze er niet meer mee terug, dat weten we, maar het is tijd voor rust. Daar zijn we aan toe. Als de Nederlandse regering haar excuses maakt, dan is het klaar."

Les 4: Luister goed

"Toen ik bij Ajax kwam, luisterde ik goed, keek ik om me heen en werkte ik hard. Toen ik bij het C-elftal mocht spelen, besloot ik voor mezelf: en nu wil ik ook in het stadion voetballen. Bobby Haarms, de assistent-trainer, hield mij voor: Luister naar de trainer en luister naar oudere spelers. Dat is wat je moet doen als jong gozertje. Als je de kwaliteiten hebt, komt het vanzelf wel.

Ik train nu de spelers in de teams van onder-13 tot onder-19. Ik vind dat zij moeten beseffen dat ze hard moeten werken als ze bij ons willen spelen. Besef dat er nog honderden andere kinderen dat zouden willen. Ze moeten bewijzen dat ze bij ons horen. Elke dag, op een speelse manier. Ze moeten oefenen, trainen en herhalen en studeren. Studeren is zeker ook belangrijk, omdat je nooit de garantie hebt dat je als voetballer zult slagen."

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Merlijn Doomernik

Les 5: Heb geduld met kinderen

"Gelukkig hoef ik geen harde beslissingen meer te nemen. Ik heb tranen gelaten hoor, toen ik jongetjes van twaalf jaar moest zeggen dat hun tijd bij Ajax voorbij was. Ik had van 2004 tot en met 2006 een team onder mijn hoede. Het was echt mijn redding dat John van den Brom mij na 2006 bombardeerde tot techniektrainer van Ajax. Van den Brom zag dat ik het techniek oefenen goed kon voordoen aan anderen. En dat kinderen alles tegen mij kunnen zeggen. Ik ben gelukkig niet meer de man die ze wel of niet opstelt in een wedstrijd.

Ik koester wat ik heb. Dat ik hier mag werken en dat ik het de jongens nog kan voordoen hoe je een voorzet moet geven en hoe je een bal moet aannemen. Dat ik mee kan doen met een partijtje. Als ik het niet meer kan voordoen, is de tijd aangebroken om te stoppen.

Ik voel het als mijn verantwoordelijkheid om geduldig met kinderen om te gaan. Mijn eigen kinderen zijn 34 en 32, en ik ben sinds kort opa. Onze kleindochter Juliette is drie maanden. Ik hoop dat ze zich in alle rust naar haar mogelijkheden kan ontwikkelen."

Les 6: Word opa

"Ik moet zeggen: het krijgen van een kleinkind heeft een enorme boost aan mijn leven gegeven. Het geeft energie en het maakt me nog zachter dan ik al was."

Les 7: Biljarten maakt kalm

"Biljarten doe ik graag. Ik ben ooit tweede geworden bij het clubkampioenschap van de vereniging in Tiel. Biljarten maakt mij rustig. Het tikken van die ballen. Ik heb een biljarttafel in ons huis in België. Ik vond het vroeger heerlijk om in de avonduren in de kelder in mijn eentje caramboles te maken. Drankje erbij. Rustig muziekje aan.

Vroeger hadden we hier op De Toekomst nog drie biljarttafels staan, maar zoals je ziet zijn ze verdwenen. Stom hè? Piet Wijnberg en ik mochten graag nog lang spelen. Gelukkig komen we met Lucky Ajax, het team met oud-spelers, nog weleens in een kantine waar een biljart staat. Ga ik toch graag nog even een half uurtje spelen, hoor. Drie ballen en een paar patronen. De bal proberen zo te raken dat ze alle drie bij elkaar komen. Biljarten is een manier om het leven eenvoudig te maken."

Les 8: Wees zuinig op je gave

"Ik ben geen Hollander. Als ik geen bekende voetballer was geworden, was ik niemand. Ik was een van velen. De gave om goed te voetballen heb ik meegekregen van Hem. Mijn ouders hielden mij voor dat je zuinig moest zijn op zo'n gave. En dat ik er hard voor moest blijven werken. Want het kan je zo weer ontnomen worden."

Les 9: Pluk de dag

"Het was de bedoeling dat ik ook in het SLM-vliegtuig naar Paramaribo zou zitten met het Kleurrijk Elftal dat op vliegveld Zanderij verongelukte. Twee weken ervoor brak ik mijn sleutelbeen tijdens een wedstrijd. Dus ik ging niet, en mijn gezin ook niet. Ik zeg dus: Hij had misschien andere plannen met mij. Ik ben bij die rouwdienst geweest. Eén vader zei me daar: 'Oké: jouw tijd is het nog niet, Simon.' Wat Zijn plannen met mij zijn weet ik niet. In Zijn boek staat dat het die en die dag zal zijn, waarop ik naar huis word geroepen. Ik neem het zoals het is, zo lukt het om goed te leven."

Simon Tahamata

Simon Tahamata, zoon van militair Lambert Tahamata, werd in 1956 geboren in kamp Lunetten in Vught. Zijn ouders waren kort daarvoor naar Nederland gekomen, samen met 12.500 andere Molukkers die in de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië de Nederlandse kant kozen. Jarenlang streden de Molukkers hier voor betere leefomstandigheden en een humaan bestaan. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd profvoetballer Tahamata een gezichts-bepalende figuur die zich achter de Molukkers stelde die via gewelddadige acties aandacht vroegen voor hun zaak.

Tahamata speelde tussen 1976 en 1996 voor Ajax, Standard Luik, Feyenoord, Beerschot en Germinal Ekeren. Hij debuteerde op 22 mei 1979 voor Oranje en speelde in totaal 22 interlands voor het Nederlands elftal. Op dit moment is hij techniektrainer bij de jeugdopleding van Ajax.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden