Interview

Sigrid Kaag was VN-gezant in Libanon, maar koos voor de Nederlandse politiek: 'Het is bijna als een amputatie'

Sigrid Kaag. Beeld Ringel Goslinga

Midden-Oostenkenner en diplomaat Sigrid Kaag had een topfunctie bij de Verenigde Naties, maar liet die van de ene op de andere dag uit haar handen vallen. Ze koos voor de Nederlandse politiek. ‘Het is bijna als een amputatie misschien.’

Sigrid Kaag reed in haar vorige baan vaak uit noodzaak in colonne als ze onderweg was. Bewakers in auto’s voor en achter haar zorgden voor haar veiligheid. Het werk voor de Verenigde Naties in Libanon bracht haar geregeld op gevaarlijke plekken, onder moeilijke omstandigheden.

Tot oktober was ze de VN-gezant in Libanon. Kaag, diplomaat, werkte er als een soort ‘superbemiddelaar’: ze moest de vrede in het sektarisch verdeelde Libanon zien te bewaken en onder andere voorkomen dat Israël en Hezbollah weer tegen elkaar ten strijde zouden trekken. Vaak was ze de enige persoon die met alle partijen contact had, het dunne draadje dat alles bij elkaar hield.

Na vele jaren werk bij internationale missies kreeg Sigrid Kaag (56) dit jaar een compleet andere opdracht. Ze is terug in Nederland. In oktober stond ze op het bordes van paleis Noordeinde, als de nieuwe minister voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, namens D66. Het was een abrupte overgang, vertelt ze.

“Veel mensen vragen me: was het niet moeilijk om Libanon achter te laten? Als VN-gezant was ik bijvoorbeeld ook verantwoordelijk voor een miljoen vluchtelingen die dat land heeft opgenomen. De afgelopen drie jaren waren zeer intensief; ik heb in Libanon gewerkt op kritische momenten, waarbij het allemaal maar net goed afliep. De oorlog in Syrië was zo dichtbij, met al die doden.

“Het is voor mezelf ook raar om opeens weg te zijn uit Libanon. Het ging zo snel, ik kan niet eens zeggen of ik het moeilijk vond. Het is bijna als een amputatie misschien. Maar mijn werk bij de Verenigde Naties is door heel goede mensen overgenomen. Wel was het jammer dat ik niet eens keurig gedag heb kunnen zeggen.”

Er staan nog koffers in Libanon, Kaag heeft nog niet alle bagage kunnen overbrengen. D66-leider Alexander Pechtold belde haar eind oktober; hij had de VN-diplomaat al langer op het oog als ministerskandidaat, mocht D66 weer gaan regeren. Kaags ervaring bij de Verenigde Naties, in New York, Genève en het Midden-Oosten, maakt haar tot een doorgewinterde onderhandelaar die de weg kent in de wereld.

“Ik vind het heel leuk om nu voor Nederland te werken. Wat grappig was: net toen Alexander Pechtold mij belde, waren al mijn telefoons leeg. Later zeiden ze in de fractie: ‘Jij was kennelijk een van de weinige mensen die niet naast de telefoon zat’. En dat was ook zo. Ik dacht: een politieke benoeming is altijd onzeker. Als het gebeurt, weten ze me wel te vinden, desnoods per mail. Zo is het ook gegaan.

“Zelfs aan de kinderen had ik nog niets verteld over mijn mogelijke overstap naar Nederland. Niet tot het zeker was. Eén van mijn kinderen is net in Nederland gaan wonen om te studeren. Pas toen vrienden hem feliciteerden, hoorde hij het nieuws. Hij vindt het wel jammer dat zijn moeder hem achterna komt. Zijn eerste reactie: ‘Je komt toch niet in mijn stad wonen, hè?’.”

Cairo

Sigrid Kaag groeide op in Zeist en vertrok op haar twintigste naar Cairo. Belangstelling voor politiek zorgde er voor dat ze in het Midden-Oosten belandde om Arabisch en politicologie te studeren. “Niet met een speciaal plan, het was allemaal niet zo diep. Ik had gewoon zin om een beetje de wereld te ontdekken en mijn ouders steunden dat. Zo belandde ik in Cairo, niet lang na de oliecrisis en het begin van de Libanese burgeroorlog. De combinatie van politiek, zakendoen, de Arabische wereld en Golfstaten met olie leek me interessant. Het is achteraf een passie geworden, maar je begint een studie omdat het leuk lijkt.

“Na twee periodes in Cairo, en tussendoor Nederland, heb ik in Engeland verder gestudeerd. Ik belandde bij Shell in Londen. Daar leerde ik veel over planning en op een zakelijke manier kijken, maar kwam ik er ook achter dat ik niet warm of koud word van alleen de winstmarge van een bedrijf. Wat ik wél interessant vond was het strategische denken. Hoe kun je als land, organisatie of persoon een bijdrage leveren? Ik wilde iets zinnigs doen.

“Ik geloof in opties: stel je open voor wat er op je pad komt. Je weet toch niet welke dingen niet door zullen gaan of anders lopen dan je verwacht. In werk, of privé. Ik heb altijd ervaren: als er één deur dichtgaat, gaat uiteindelijk een andere weer open. De mens wikt, God beschikt. Daar is ook een mooie Arabische uitdrukking voor. ‘Heb geen wroeging over iets dat niet gebeurde en uiteindelijk beter voor je heeft uitgepakt’.”

Kaag’s gezin leeft verspreid over de wereld; de voertaal thuis is een mix van Frans, Engels, Arabisch en een beetje Nederlands. De familie met vier kinderen is door vele verhuizingen al in Jeruzalem, Beiroet, Genève en New York geweest. De oudere kinderen wonen tegenwoordig voor studie in het Verenigd Koninkrijk, de jongste zit nog in Zwitserland op school, terwijl Kaags Palestijnse echtgenoot in Oost-Jeruzalem bleef wonen toen zij in Libanon werkte. “Dat is nog steeds zo. We zijn eraan gewend geraakt dat het zo gaat.”

Ze kent haar man uit de tijd dat hij werkte voor de Palestijnse PLO, waarvoor hij als voormalig tandarts de gezondheidszorg opzette; hij is inmiddels met pensioen. Van hun kinderen is één zoon geboren in Bethlehem, Kaag en haar man adopteerden hem als baby. “Vroeger grapten we altijd dat mijn zoon dacht dat alleen hij en Jezus uit Bethlehem komen.”

De terugkeer naar Nederland, moet volgens haar niet te groot worden gemaakt. “Het is niet meer zoals vroeger, de wereld is kleiner geworden. Dankzij internet en uitzendinggemist bleef ik de afgelopen jaren aardig op de hoogte wat er speelt, ook politiek. Eigenlijk zijn Nederlanders meer bezig met de vraag of ik ‘moet wennen’ dan ikzelf.”

Inschattingsfoutje

Sigrid Kaag dankt haar faam vooral aan haar missie in Syrië, waar ze drie jaar geleden plots aan het hoofd kwam te staan van de VN-missie om chemische wapens uit het land weg te halen. President Assad had beloofd mee te werken. Hij stond onder grote internationale druk na de beelden van de bombardementen op burgers. De effectieve, nuchtere manier waarop Kaag de missie leidde, maakte indruk.

“Toen ik eraan begon, dacht ik, mijn God, is dit geen inschattingsfoutje? Hoe kan ik deze opdracht tot een goed einde brengen? Toen de secretaris-generaal van de VN mij vroeg, had ik nog de pseudo-illusie dat er wel ergens een plan was, dat er iets was voorbereid. Maar er was geen plan. Er was niks. ‘Hier is de opdracht, dat is de einddatum en verder hebben we er alle vertrouwen dat je het afhandelt’, was zo ongeveer wat ik te horen kreeg.

“Maar goed, niemand wist het beter, dat scheelde. Zo ben ik aan de slag gegaan. Het was een missie met een strakke einddatum. Binnen die tijd hebben we het kunnen afronden. Zodat de VN-Veiligheidsraad daarna kon beslissen over sancties of militair ingrijpen. Elk woord dat ik zei, werd gewogen. Je voelt je zo verantwoordelijk, voor je eigen mensen, de voortgang van de missie, en het bij elkaar houden van de Russen en Amerikanen.” Dat later bleek dat Assad niet álle chemische wapens had opgegeven, zegt volgens Kaag niet dat de eerste missie faalde. “We hebben afgerond wat destijds kon en moest, met goedkeuring van de VN-Veiligheidsraad.”

Aan die tijd hield ze diverse bijnamen over. ‘Tough cookie met veel charme’ was er een, ‘Iron Lady’ een andere. Ze moet lachen als ze ernaar gevraagd wordt. “Ik heb wel een vermoeden waar dat vandaan komt. Voor de Syrië-missie was ik heel veel onderweg. De chauffeurs zeiden in het Arabisch dat ik een ijzeren vrouw was, die wel van staal gemaakt moest zijn - ze begrepen niet waar ik het uithoudingsvermogen vandaan haalde.”

“Wat me wel opvalt: vrouwen worden ‘tough’ genoemd als ze iets goed doen. Tegenwoordig krijgen ze er dan gelukkig ook nog het compliment ‘charmant’ bij. Ik weet niet wat ik daarvan moet vinden. Ik heb best lol in het leven en neem mezelf helemaal niet zo serieus. Wat mensen vooral van mij moeten weten is dat de zaken waarvoor ik me inzet, mij echt aan het hart gaan. Ze mogen me ook schrijven. Ik kreeg de afgelopen jaren vaak interessante brieven, met suggesties en voorstellen. Dat ze die moeite nemen me te schrijven, waardeer ik enorm.”

Migratie

Als minister in het kabinet-Rutte III zal Sigrid Kaag van perspectief moeten wisselen. Van de internationale blik, naar het Nederlandse belang. Ze moet namens het kabinet het ontwikkelingsbeleid meer richten op het controleren van migratiestromen, zoals in het regeerakkoord is afgesproken. Die kwestie is minstens zo politiek gevoelig als haar vorige posten.

“Ik zie niet per se een tegenstelling. Vluchtelingen opvangen in de regio, dat gebeurt al decennia. De discussie over migratiestromen is ook al jaren bezig. Over beide onderwerpen komen er dit jaar twee belangrijke onderhandelingen aan: de hele wereld gaat praten hoe dit gezamenlijk aan te pakken. Dat gaat hopelijk ook de nuance aanbrengen dat íeder land iets moet doen. Hoe zorg je dat mensen in eigen land werk krijgen, onderwijs, goed bestuur. Als je kijkt naar de bevolkingsgroei in Afrika, dan mag er eigenlijk niets misgaan om voor al die mensen banen te creëren. Dit is van een orde van grootte dat je denkt: hoe gaan we dit met zijn allen tijdig aanpakken?”

Boom uit Bethlehem

De familie viert het Kerstfeest dit jaar in Zwitserland, nadat Sigrid Kaag terug is van een conferentie van de Wereldhandelsorganisatie in Argentinië. Daar zal het weinig gaan over haar nieuwe baan in Nederland, want de minister houdt werk en privé het liefst gescheiden. Dat is een erfenis van haar werk als diplomaat. “Wat je met meer dan één persoon bespreekt, blijft vaak niet vertrouwelijk. Politiek gevoelige zaken kun je zelfs niet met je partner bespreken. Dat scheid ik altijd heel strak. Mijn man vraagt er ook nooit naar.”

Waar ze ook woonden, ze vierden altijd Kerst. “Ik kocht jarenlang mijn kerstboom in Bethlehem. We woonden er maar tien minuten vandaan, de sfeer was er in december heel bijzonder. Kerst is net als Pasen een belangrijk feest in het Midden-Oosten. Onder de Palestijnen waren altijd veel christenen. Sowieso vierden de Palestijnen, zeker de generatie van mijn man, vroeger allemaal elkaars feesten, of ze nu moslim, christen of agnost waren. De Syriërs deden dat ook, en de Irakezen. Het is nu een beetje verloren gegaan, door conflict en radicalisering. Zo jammer. Ik hield van dat mozaïek. De wereld is niet zo zwart-wit. Er zijn zoveel kleurschakeringen.”

Sigrid Kaag

Sigrid Kaag (2 november 1961) is namens D66 minister voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. Ze studeerde Midden-Oostenstudies. Na een korte loopbaan bij Shell, volgde ze in Nederland het ‘diplomatenklasje’ van het ministerie van buitenlandse zaken.

Sinds 1994 werkte ze voor de Verenigde Naties, onder andere bij de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen, de Internationale organisatie voor Migratie, Unicef en het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP. De laatste jaren was Sigrid Kaag VN-gezant in Libanon, van waaruit ze in 2014 de VN-missie leidde om de chemische wapens uit Syrië te verwijderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden