Signaal aan de maatschappij

De auteur is medewerker van het FOK (fascisme onderzoek kollektief).

Het eerste argument snijdt geen hout. De CP'86 maakt zich stelselmatig schuldig aan het plegen van discriminatie en het aanzetten tot rassenhaat. Dat heeft niets met vrijheid van meningsuiting te maken. Vrijheid van meningsuiting bestaat in Nederland niet in de letterlijke zin van het woord. De Grondwet bepaalt in artikel 7 dat 'niemand voorafgaand verlof nodig heeft om door de drukpers gedachten en gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet'. Wel erkent de Grondwet het recht tot vereniging, maar ook dat recht kan beperkt worden 'in het belang van de openbare orde' (art. 8).

De CP'86 profileert zich als een politieke 'partij'. Op politiek vlak stelt de 'partij' niets voor; met serieuze politiek houdt de 'partij' zich niet bezig. Dat blijkt onder meer uit het feit dat gekozen raadsleden niet in gemeenteraden zitting nemen. In de periode 1990-1994 was dat het geval in Almere (zestien kandidaten, maar niemand wilde); op dit moment zijn raadszetels in Alkmaar en Spijkenisse onbezet omdat geen van de in aanmerking komende kandidaten serieuze politiek wil bedrijven. De raadsleden die wel zitting nemen in een vertegenwoordigend lichaam, zijn vaak afwezig. Zo kwam het Haagse raadslid Mordaunt bij de afgelopen begrotingsbehandeling niet opdagen.

De 'partij' schendt consequent artikel 1 van de Grondwet door zich te tooien met de naam Centrumpartij'86 Eigen Volk Eerst. De leus 'eigen volk eerst' is in strijd met het gelijkheidsbeginsel in de Grondwet. Het voeren van deze leus is inmiddels enkele keren veroordeeld, maar daar heeft de 'partij' geen boodschap aan. Bij het lopende proces is hetzelfde feit opnieuw ten laste gelegd.

Van Holsteyn en Mudde stellen dat de discussie over een eventueel verbod van de CP'86 gevoed zou worden door de mening dat de 'anti-democraten met alle middelen bestreden zouden mogen worden'. Dat is hier niet ter discussie. Er zijn meer partijen, zowel ter linker- als rechterzijde van het politieke spectrum, die uitgesproken anti-democratisch zijn. Met betrekking tot deze partijen is geen sprake van een eventueel verbod. Bij de CP'86 is dat nu wel het geval, omdat deze partij er van verdacht wordt op grote schaal misdrijven te plegen. Het hebben van een anti-democratische gezindheid is niemand verboden en zelfs het uiting geven aan die gezindheid, zoals overigens ook de CP'86 doet, staat een ieder vrij.

Hellend vlak

Het tweede argument dat tegen een eventueel verbod op de CP'86 gebruikt wordt, is dat we bij het verbieden van één partij op een hellend vlak terecht zouden komen en dat na de CP'86 wellicht de CD en zelfs de VVD aan de beurt zouden kunnen komen.

Daarbij gaan de auteurs geheel voorbij aan het feit dat een verbod zo'n zwaar middel is dat dat echt niet tegen elke partij van stal gehaald wordt die zich wellicht racistisch uitlaat. Dat de VVD op dit moment onder vuur ligt vanwege de uitlatingen van Bolkestein, betekent niet dat er sprake is van een dreigend verbod van de VVD. Van tijd tot tijd ligt elke politieke partij onder maatschappelijk vuur, zonder dat er sprake is van een naderend verbod.

Overigens kan zo'n verbod uiteraard alleen door een onafhankeljke rechter worden uitgesproken, waarna er nog verschillende beroepsmogelijkheden open staan. Dat blijkt bij alle andere vormen van procesrecht een afdoende bescherming te zijn van de rechtszekerheid. Waarom zou dat bij een verbod van een partij dan niet het geval zijn?

Na de Bevrijding is in Nederland twee keer sprake geweest van een verbod van een politieke 'partij'. Het eerste was in 1954 van de Nationaal Europese Sociale Beweging (NESB), de tweede in 1978 van de Nederlandse Volks Unie (NVU). Het tweede verbod liep spaak omdat maar een deel van de partij voor verbod was voorgedragen. Geen van beide procedures hebben de door Van Holsteyn en Mudde nu gevreesde glijdende schaal van veel meer verboden tot gevolg gehad.

Ondergronds

Een volgend bezwaar tegen een eventueel verbod heeft betrekking op de mogelijke effecten van zo'n verbod. Mocht de 'partij' verboden worden, dan zal deze zonder meer onder een nieuwe naam verder gaan en mogelijk zal een deel van de partijaanhang ondergronds gaan.

Dat kan en mag natuurlijk nooit een reden zijn om dan maar niet over te gaan tot een verbod. Als dit argument gevolgd zou worden zouden criminele bedrijven (denk aan sommige bouwbedrijven of afvaltransporteurs) ook niet meer aangepakt en verboden hoeven te worden, om nog maar niet te spreken van misdaadsyndicaten.

Het feit dat een deel van de partijaanhang na een verbod mogelijk ondergronds zou gaan kan ook geen argument zijn om niet te komen tot een verbod van die 'partij'. Binnen de CP'86 functioneren nu al 'ondergrondse' facties, zoals het Onafhankelijk Verbond van Nationaal-Socialisten in de regio Rotterdam. Toch blijkt het mogelijk om een redelijk zicht op deze groepen te houden. Blijkens verschillende informatie slagen ook overheidsdiensten daarin.

Van Holsteyn en Mudde beweren dat de Duitse staatsveiligheid, de Verfassungsschutz, heeft geklaagd dat zij mede door partijverboden steeds minder zicht zou hebben op de extreem-rechtse scene. Dat is onjuist. Er is op gewezen dat dat een risico zou kunnen zijn, maar de Verfassungsschutz heeft in een aantal gevallen, waaronder van de recent verboden Freiheitlicher Arbeiter Partei (FAP), uitdrukkelijk gepleit voor een verbod. Dit vanwege de maatschappelijke gevaren die er aan deze 'partij' verbonden zijn.

Impact

Het is zonder meer zo dat, mocht het tot een veroordeling en later tot een verbod komen, de verdachten hun hand daar niet voor omdraaien. Het grootste deel van de vijf verdachten heeft inmiddels een uitgebreid strafblad met veroordelingen wegens racisme op hun naam staan. Het is zo goed als uitgesloten dat deze 'heren' na deze (te verwachten) veroordeling hun leven gaan beteren. De kans is levensgroot dat ze door zullen gaan met een nieuwe politieke 'partij', die in feite al is opgericht, de 'Nationale Volks Partij'.

De enorme impact van een eventueel verbod is dan ook niet in eerste instantie bedoeld om deze lieden op het rechte pad te krijgen, maar veeleer als een signaal naar de maatschappij toe dat dergelijk gedrag niet getolereerd wordt. Voorts moet duidelijk gemaakt worden dat partijen die zich stelselmatig schuldig maken aan discriminatie en het aanzetten tot rassenhaat, er niet alleen vanaf kunnen komen met relatief lichte boetes, zoals dat onlangs met de CD is gebeurd, maar dat er in uitzonderlijke gevallen zwaardere en zelfs zulke verregaande sancties als een verbod op kunnen staan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden