Sigaren leren roken

Bijzonder cadeau: een cursus 'Genietend roken' bij sigarenhuis Hajenius. Hartstochtelijk sigarettenliefhebber Elma Drayer probeerde het uit.

Toeval is het, maar geestig toeval. De dag voor ik me moet melden bij de sigarenfirma P.G.C. Hajenius teneinde daar de avondcursus 'Genietend roken' te volgen, wijdt onze scheurkalender een stukje aan het thema. Intrigerende vraag op de voorzijde: waarom zijn 'belangrijke kunstenaars' zo vaak sigarenliefhebbers?

Op de achterzijde lees ik dat George Sand en Thomas Mann er verzot op waren. Dat Arthur Rubinstein op Cuba een eigen tabaksplantage bezat. Dat ook Richard Wagner belijdend lid was van de sigarenrokerskerk. En dat Mark Twain gaarne zou afzien van de hemel als hij er geen sigaar mocht opsteken.

Het is een schrale troost dat ik morgen bij wijze van spreken even tot zo'n eminent gezelschap zal behoren. Want beweren dat ik me verheug op voornoemde cursus zou een leugen zijn. Wat heet.

Al van kindsbeen af voel ik bitter weinig sympathie voor mijn sigarenrokende medemens. Zo was er geen erger straf denkbaar dan een oom met die hobby te moeten kussen. En nog steeds vind ik de geur ronduit smerig, de aanblik onfeestelijk.

Dat zal menigeen vermoedelijk onderschrijven, maar mij siert dit standpunt allerminst. Inconsequent genoeg ben ik namelijk zelf een hartstochtelijk sigarettenroker.

Maar beloofd is beloofd. Dus begeef ik me een dag later welgemoed met de tram naar het Rokin. Daar, om de hoek bij het Spui, zit Hajenius nu al bijna honderd jaar. Het Amerikaanse zakenblad Forbes noemde de nering 'waarschijnlijk de beste sigarenwinkel ter wereld', de Britse krant The Guardian tipte Hajenius als een van Amsterdams 'best verstopte kunst- en cultuurparels'. Niet alleen mag de zaak jaarlijks tienduizenden klanten verwelkomen, ook de avondcursussen zijn een hit. Volgens manager Ernst Wilmering zijn ze maanden van tevoren al volgeboekt.

Helemaal achter in het pand - veel marmer, veel notenhouten lambriseringen, kroonluchters - stelt de zogeheten Heerenkamer niet teleur. Rond de tafel verzamelen zich uitsluitend mannen, waarbij twintigers en dertigers veruit in de meerderheid zijn. Alleen de twee goedgemutste en welbespraakte docenten blijken de pensioengerechtigde leeftijd reeds ruim gepasseerd. Verademing: ze illustreren hun verhaal niet met powerpoint, maar met getekende borden.

Natuurlijk, zeggen ze, geldt roken in dit tijdsgewricht als uiterst ongezond. Maar, zo luidt hun opgewekte boodschap, sigaren zijn beduidend minder schadelijk dan sigaretten. Als wij eens wisten hoeveel chemische troep die bevatten! Sigaren daarentegen zijn 'puur natuur'. Bovendien: de ware sigarenroker zal nóóit inhaleren. En houdt aldus zijn longen schoon.

Een half uur en een historische uiteenzetting later krijgen we een senoritas gepresenteerd. Dat blijkt een Hollandse sigaar van relatief bescheiden omvang die niettemin voor een sigarettenroker hilarisch aanvoelt.

Zomaar beginnen, horen we, is uit den boze. Eerst moeten we uitgebreid tasten en kijken. Is de sigaar glad, gelijkmatig, soepel en beweegbaar? De sigaar langs de neusgaten strijken, zoals je gebruikers weleens ziet doen, geldt evenwel als aanstellerij. "Tabak ruikt altijd hetzelfde."

Dan mogen we hem aansteken - niet met lucifers of met cederhout, maar met een doodgewone aansteker. De wijsvinger dienen we daarbij op het mondstuk houden. Ook mogen we de sigaar niet rechtstreeks benaderen - zeg maar zoals Malle Pietje deed. Het vlammetje dienen we op een halve centimeter afstand te houden, net zolang tot de sigaar ontbrandt. Waarna, beloven de cursusleiders, het wonder geschiedt en de geur zich losmaakt.

Het zit deze cursist aanvankelijk niet mee. Minutenlang klungel ik met de aansteker. Vertederd biedt een van de docenten zijn hulp aan. Als mijn senoritas eindelijk gloeit, overtreed ik - macht der gewoonte - meteen het inhaleerverbod. Jakkes.

Intussen horen we dat de askegel je ervarenheid verraadt. Die dient er 'rustig' uit te zien. Heeft-ie te veel 'strepen', dan ben je te gehaast. De mijne ziet er binnen de kortste keren uit als een zuurstok, maar dan grijs.

Toch, na een kwartiertje, begin ik iets te begrijpen van de charme van een sigaar. Inderdaad, de rook kalmpjes door de mond- en neusholte laten gaan - het is niet onaangenaam.

Bij wijze van pauze volgt een rondleiding door het pand. Hoogtepunt is een bezoek aan de glazen ruimte waar Hajenius kostbare sigaren op de juiste vochtigheidsgraad houdt. Onze cursusleiders, begrijp ik, hebben het niet erg op de lange, peperdure Zuid-Amerikanen die daar liggen opgetast - handelsmerk van filmregisseurs en maffiabazen. Zulke sigaren bieden in hun ogen te weinig waar voor het geld omdat ze halverwege onherroepelijk aan smaak verliezen.

Geef hun maar, zeggen ze, een authentieke Hollandse corona, 'de kroon op het werk van elke sigarenmaker'. Die is net een slagje forser dan de senoritas, maar heeft dezelfde blend. Even later mogen we er een proberen, glaasje port erbij. Toegegeven, ook zo'n corona hééft wel wat.

Eenmaal buiten in de herfstkou blijkt mijn bekering flinterdun. Met opvallende gretigheid tast ik in mijn tas naar het vertrouwde pakje. Een belangrijk kunstenaar worden zit er toch echt niet meer in.

De cursus 'Genietend roken' kost 20 euro. Meer informatie en inschrijven: www.hajenius.com

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden