Review

Sierlijke slapstick in stijl

In elk prentenboek van Philip Hopman (36) is het feest. Alles zwiert, vliegt, springt, rijdt, valt, balanceert, verschijnt en verdwijnt. Er zijn meer Nederlandse illustratoren, vooral van de jongere garde, die liever beweging dan realisme tekenen, zoals Alex de Wolf, met wie Philip Hopman jarenlang een atelier deelde, Annemarie van Haringen en Sylvia Weve.

Van hen is misschien Sylvia Weve het meest bezeten, surrealistisch, ondeugend (en soms grimmig). Maar Philip Hopman is de entertainer van het stel: hij wint qua vitaliteit, dynamiek en theatraal circusplezier. Letterlijk in 'De circustrein' (1996) met tekst van Nannie Kuiper, maar evengoed in de prentenboeken waarvoor Tjibbe Veldkamp (35) de teksten schreef: 'Een ober van niks' (1992), 'Temmer Tom' (1994) en nu in het nieuwe '22 Wezen'.

Hoewel deze boeken qua verhaal alle drie even zot en komisch zijn, vertonen ze in de prenten een duidelijke ontwikkeling: van pure slapstick - de ober is een soort jonglerende spaghettisliert - in fluorachtige zuurstokkleuren, naar meer aandacht voor de sierlijkheid in oude parkachtige natuur en rustieke interieurs.

'Een ober van niks', zowel voor Hopman als Veldkamp een debuut, kwam voort uit een verhalenwedstrijd, uitgeschreven door Trouw en uitgeverij Ploegsma. Uit ruim 400 inzendingen werd de tekst van Tjibbe Veldkamp gekozen. Het boek oogstte veel lof, maar 'Temmer Tom' was sterker: de tekst riep meer op en de beelden werden expressiever en rijker aan spannende details: visuele verrassinkjes die hun eigen subplots vertelden aan wie het wilde zien.

'22 Wezen' is weer een stap verder: net zo vriendelijk-maf qua tekst, maar doordachter van compositie. Het is het verhaal van 22 wezen die een weeshuis bewonen, vrij en blij als Pippi Langkous, maar op een dag opgezadeld worden met een directrice. Deze bergt de groep op in de slaapzaal. Saai saai saai.

Met een truc, afgekeken van het paard van Troje - goed kijkende kinderen snappen het meteen - doen de wezen daar wat aan, leren de directrice zowaar kunstjes, en zorgen ervoor dat de inspecteur van het weeshuiswezen vooral de directrice inspecteert en zij weer in alle harmonie hun eigen gang kunnen gaan. Hoewel het verhaal in vergelijking met de vorige boeken niets aan onschuldige gekkigheid heeft ingeboet, met zelfs een ondeugend knipoogje aan het slot, zijn de prenten georganiseerder, vormvaster en ritmischer, en afwisselender van perspectief.

Het weeshuis is een soort sprookjeskasteel vol bogen, balcons, koepels, torens en sierranden, meer flamboyant dan barok, alsof Hopman hier een grapje uithaalt met Anton Pieck. Het ene moment krijg je een overzichtbeeld van onderen, de slaapzaal zie je weer van bovenaf, en halsbrekende toeren op het dak in close-op.

Ook de tekentechniek is veranderd: het harde, dunne pennetje, dat eerder vrijwel alles losjes omlijnde, is nu gereserveerd gebleven voor de levende have van het weeshuis. Achtergronden zijn zachter belijnd en ingekleurd, maar krijgen door de aandacht voor hoogte en ruimte meer dieptewerking. En ditmaal bevatten de details talloze verwijzingen naar klassieke kinderliteratuur.

De boektitels in de slaapzaal spreken voor zich, maar ook Wilhelm Tell, Pippi Langkous, Batman, Tarzan, Huckleberry Finn en Assepoester zijn te vinden, en zelfs Dick Bruna is niet vergeten. Dat alles maakt '22 Wezen' niet alleen tot een hoogst vermakelijk, maar ook tot een inhoudelijk rijk boek.

Behalve met Tjibbe Veldkamp werkt Philip Hopman ook graag met Hans Hagen (de 'Jubelientje'-boeken), Wouter Klootwijk ('De brug van Adri' en volgende) en met Nannie Kuiper. Een prachtig project waarvoor zij de teksten schreef is de reeks kleuterwoordenboeken, die met 'Het Lente woordenboek' bijna klaar is

Nannie Kuiper ging daarvoor uit, vertelt ze aan de telefoon, van bestaande streeflijsten van woorden die kleuters zouden moeten kennen als ze naar groep drie gaan. Aan de hand van die woorden begon ze verhaaltjes te schrijven over het duo Maarten en Sofie, eerst in 'Het kleuterwoordenboek', en later in boeken voor elk seizoen.

Omdat het vooral ook heel aantrekkelijke boeken moesten worden, met doorlopende verhaaltjes, heeft ze nogal eens moeten afwijken van die streeflijsten, en zijn er, als de verhaallijn daarom vroeg, of een tekening, ook 'moeilijker' woorden gebruikt, zoals in 'Het Lente woordenboek' 'imiteren', 'registreren' en 'risico'. Dat maakt deze woordenboeken ook geschikt voor iets oudere kinderen dan kleuters. Makkelijke woorden als 'beginnen' en 'kwaad' houden dan voor de kleintjes de aandacht erbij.

Philip Hopman heeft per dubbele pagina een compositie gemaakt, en weer zeer afwisselend: nu eens met enkele kleinere prentjes, dan weer met één grote en een kleine. Ook hier weer liefde voor cultuurlandschappen en architectuur. In 'Het Lente woordenboek' staat dezelfde kinderboerderij als in 'Het Winterwoordenboek', maar dan met lammetjes. Soms moest door de illustratie de tekst weer veranderd worden, om optimale afstemming tussen tekst en beeld te krijgen. Door deze zorgvuldige werkwijze is in drie jaar tijd een uniek geheel ontstaan, expliciet gericht op taalontwikkeling, maar speels en levendig als een voorleesboek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden