Siergrassen redden zichzelf en dat is lekker makkelijk

Siergrassen hebben veel voordelen. Ze zijn er in alle soorten en maten, blijven ’s winters vaak decoratief en hebben weinig onderhoud nodig.

Gras, dat is een weiland waar koeien grazen, een gazon waar kinderen spelen, een mat waar voetballers tegen een bal trappen. Sommige mensen tennissen er zelfs op, maar dat is gelukkig beperkt gebleven tot één enkel land waar ze er wel meer eigenaardige gewoontes op na houden.

Ik wil maar zeggen: bij gras denken we eerder aan functionele groene halmen dan aan iets dat in een border zou passen, tussen struiken en vaste planten. En toch zijn bepaalde grassen daar heel geschikt voor. ’Siergrassen’ heten ze, en die naam hebben ze niet voor niets. Want de meeste zijn echt heel mooi.

Behalve dat ze mooi zijn, valt er over siergrassen nog meer goeds te vertellen. Bijvoorbeeld dat er honderden soorten zijn, zodat er keus genoeg is. Er zijn hoge en lage grassen, variërend van vele meters tot enkele centimeters. Er zijn er die geen krimp geven in verzengende hitte en er zijn er die zich prima thuis voelen op een schaduwplek, aan de waterkant of in een pot op het balkon. Als het waait deinen de halmen gezellig op de wind en als het nog harder waait maken ze een ruisend geluid, zodat je meteen geen watervalletje met aansluitend beekje meer nodig hebt. Een ander pluspunt is dat veel siergrassen in de herfst, wanneer de meeste planten het af laten weten, op hun mooist zijn. Zelfs ’s winters, als er op tuingebied bijna niks meer te beleven valt, staan de afgestorven grasstengels er decoratief bij.

Mochten al deze redenen om de tuin vol te zetten met grassen nog niet overtuigend genoeg zijn, dan komt hier de grootste troef: grassen hebben weinig onderhoud nodig. Sterker nog, doordat ze graag tegen andere planten aanschurken, krijgt onkruid geen of weinig kans. En dat scheelt weer wieden.

Na deze waslijst van pluspunten gaan we over naar de minpunten, want die zijn er ook. Een daarvan is dat veel grassen enige tijd nodig hebben om er florissant uit te gaan zien. In tuintijdschriften staan altijd foto’s van wuivende halmen in herfstkleuren die heel suggestief ’bronskleurig’ en ’strogeel’ worden genoemd. Maar wanneer je je vervolgens begerig naar kweker of tuincentrum spoedt en daar die potjes met rommelige steeltjes ziet, dan krab je je toch wel even achter de oren: wil ik dit zootje ongeregeld wel in mijn tuin?

Het is als met een koophuis dat is volgestouwd met donkere meubels, versleten tapijten en krullerige tierelantijnen: je moet er doorheen kijken. Want eenmaal in de volle grond groeien grassen zo snel, dat ze in no time hun armetierigheid kwijt zijn. Dan pas gaan ze lijken op de verleidelijke foto’s, en kun je zien hoe goed ze passen bij de meer robuuste planten.

Heb je eenmaal besloten dat je tuin of balkon best wat siergrassen kunnen gebruiken, dan dient een ander probleem zich aan: er zijn er zoveel, dat het moeilijk kiezen is. Want hoe weet je welke grassen zon willen en welke de voorkeur geven aan schaduw? Welke ruimte om zich heen willen en welke niet? En welke het niet erg vinden om in een pot te staan?

Gelukkig hoeven we dat niet zelf uit te pluizen, want er zijn mensen die de moeite hebben genomen om de verschillende eigenschappen van siergrassen in tabellen onder te brengen. Zo is er een uitgebreide beschrijving te vinden op de website van siergrassenkweekster Lianne Pot. Op www.siergras.nl geeft zij aan welke grassen geschikt zijn om langs paden te planten en met welke grassen je een haag kunt maken. Ze beschrijft welke grassen een mooie herfstkleur hebben en welke ’s winters groen blijven. Wat geschikt is voor een zonnige open plek, wat graag bij water staat en nog veel meer. Kortom, alles wat een mens wil weten over siergrassen is hier te vinden.

Waar je bij de aanschaf van grassen wel aan moet denken, is dat sommige flink kunnen woekeren. Soorten als kweekgras, witbol, veldbies (Luzula sylvatica), liesgras (Glyceria maxima), rietgras (Phalaris), helmgras (Ammophylla arenaria), zwarte zegge (Carex nigra) of zandhaver (Leymus arenarius) zijn heel geschikt als je een kudde geiten hebt, maar in alle andere gevallen niet. Wie desondanks gebrand is op zo’n woekergras, kan hem bij het planten natuurlijk omringen met een wortelbegrenzer.

Naast woekerende grassen zijn er ook die zich enthousiast uitzaaien. Heb je de ruimte en voel je er wel voor om een Noord-Amerikaanse prairie of Argentijnse pampa aan te leggen, dan zit je met soorten als trilgras (Briza media), smele (Deschampsia), hangende zegge (Carex pendula) en liefdegras (Eragrostis curvula) altijd goed. Heb je die ruimte niet, dan zal je af en toe wat ongewenste grasjes uit de grond moeten trekken.

Het onderhoud is, ik zei het al, een fluitje van een cent. De niet-wintergroene grassen worden in het vroege voorjaar tot vlak boven de grond teruggeknipt. Bij grassen die ’s winters groen blijven gebruik je geen schaar, maar trek je de afgestorven halmen er met de hand uit. Is het gras een te grote pol geworden en dreigt die te verhouten, dan kun je hem, eveneens in het voorjaar, splitsen en heb je ineens twee of drie graspollen.

Iets heel anders, nu de eerste nachtvorsten zich hebben aangediend: is de buitenkraan al afgesloten?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden