'Sieraad is een cultuurfenomeen'

Nederlandse sieradenontwerpers hebben de afgelopen eeuw een eigen 'Hollandse' stijl ontwikkeld. Kunsthistorica Marjan Unger, die nooit zonder sieraden de deur uitgaat, dook in de relatief onbekende geschiedenis van het moderne Nederlandse sieraad.

Marjan Unger (1946) draagt een schervenketting van ontwerpster Mecky van den Brink. ,,Dingen die je dierbaar zijn, kunnen kapotgaan. Maar dan kun je toch nog iets moois maken van de scherven.'' Deze filosofie van de ontwerpster sprak Unger aan. En eigenlijk geldt dat voor alle sieraden die ze draagt. ,,Natuurlijk moet ik een sieraad ook mooi vinden en moet het bij mijn persoonlijkheid passen. Maar daarnaast gaat het me ook altijd om het verhaal achter een sieraad. Wat heeft de ontwerper ermee willen uitdrukken? En bij oude sieraden probeer ik altijd te achterhalen wie ze heeft gedragen en bij welke gelegenheid.''

Het idee van 'recycling' dat ten grondslag ligt aan de schervenketting, komt ook terug in de broche en de ring die ze deze dag draagt. De modern vormgegeven ring is gemaakt van Delfts blauw keramiek. De broche, eveneens Delfts blauw in een eigentijdse toepassing, heeft als basis een oude reversspeld. Verder draagt ze het gouden horloge van haar (overleden) moeder.

Unger, kunsthistorica en hoofd van de afdeling vrije vormgeving van het Sandberg-instituut in Amsterdam (een post-academische opleiding voor edelsmeden, sieraden- en productontwerpers) is haar hele leven al dol op sieraden. Mogelijk heeft het iets te maken met haar 'keurig nette' opvoeding, vertelt ze. ,,Ik mocht van mijn moeder absoluut geen plastic broches dragen. In plaats daarvan kreeg ik een zilveren slavenarmband en een parelketting. Toen ik ging studeren en over eigen geld kon beschikken, ben ik meteen op het Waterlooplein plastic broches gaan kopen. Al snel daarna ontdekte ik de moderne-sieradengalerie van Hans Appenzeller, waar ze ook hele mooie plastic dingen verkochten.'' In 1982 raakte ze voorgoed verslingerd aan het sieraad, toen ze ging lesgeven aan de Rietveld Academie.

Unger zal nooit zonder sieraden de deur uitgaan. Haar accessoires trekken vaak de aandacht. ,,Mijn kleding houd ik altijd heel rustig, omdat dat beter bij mijn fysiek past. Aan mijn grote lijf geen bewerkte kleding, ruches of floddertjes, want dan lijk ik net Zeeuws meisje. Ik moet het van een paar accenten hebben en die leg ik met sieraden.''

Toen Unger zich ook beroepshalve moest verdiepen in de geschiedenis van het moderne sieraad, viel het haar op dat Nederland amper voorkwam in de boeken. ,,Dat leek me niet terecht en daarom ben ik in dat gat gesprongen.'' Sinds 1995 werkt ze aan een promotie-onderzoek naar Nederlandse sieraadontwerpen in de 20ste eeuw. Haar boek 'Zonder wrijving geen glans' verschijnt dit najaar. Vooruitlopend daarop heeft ze in het Centraal Museum in Utrecht een tentoonstelling ingericht.

De expositie maakt duidelijk dat Nederlandse sieraadontwerpers zich nooit veel hebben aangetrokken van bepaalde stromingen of van wat hun buitenlandse collega's deden. ,,De ontwikkeling in Nederland is altijd heel tegendraads geweest. In de art-decoperiode (1915-1925) zag je overal hele strakke vormen, maar de Nederlandse ontwerpers gingen zich toeleggen op sieraden van gehamerd zilver, die met hun bobbelige oppervlak absoluut niet strak waren.'' Frans Zwollo sr. kan als de vader van het gehamerd zilver worden beschouwd. Andere bekende namen waren die van Cris Agterberg, Jan Kriege en Cornelia Vos. Hun unieke, handbewerkte stukken werden al snel gegoten en in oplage vervaardigd om vervolgens met de hand nog wat te worden nabewerkt.

Opvallend is ook de vroege toepassing van onedele metalen. Ver voor de zogenaamde revolutie in het Nederlandse avant-gardesieraad van de late jaren zestig, werkten Nederlandse kunstenaars en ontwerpers al met kunststof, hout, aardewerk en keramiek. Dat heeft, veronderstelt Unger, ongetwijfeld te maken met de oer-Hollandse weerstand tegen ijdelheid en het nadrukkelijk tonen van welstand op het eigen lichaam.

In de Nederlandse musea zijn nauwelijks sieraden te vinden uit de eerste helft van de vorige eeuw. Alleen het Rijksmuseum heeft een paar mooie oude stukken uit de periode 1910-1965. De sieraden die in Utrecht zijn te zien, komen dan ook voor het merendeel uit particuliere collecties. ,,Pas vanaf eind jaren zestig is er sprake van het systematisch verzamelen van moderne sieraden. Daardoor is ten onrechte het beeld ontstaan dat er voor die periode niets gebeurde in Nederland.'' De pioniers van het Nederlandse sieradenvak zijn in de visie van Unger Frans Zwollo, Jan Eissenloeffel en Bert Nienhuis, die begin 1900 de toon zetten voor het moderne sieraad.

Unger corrigeert met haar onderzoek ook de veronderstelling dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog 'helemaal niets' gebeurde in Nederland op dit gebied. ,,Juist in de oorlog was er een elementaire behoefte onder de mensen om zich toch goed te verzorgen.'' Op de tentoonstelling is er speciale aandacht voor de 'oorlogs- en bevrijdingssieraden'. Na de annexatie van de voorraden goud en diamant probeerden de Duitsers in 1941 ook het Nederlandse muntgeld in beslag te nemen, maar de Nederlanders hielden vooral hun zilveren munten achter om deze te laten verwerken tot sieraden of lepels. Muntensieraden met de beeldenaar van Wilhelmina werden gedragen als blijk van stil verzet. ,,Veel mensen hebben nog zo'n dubbeltjesarmband van hun moeder of oma.'' Na de geboorte van prinses Margriet in Canada in 1943 werden in Tegelen zelfs speciale keramische sieraden gemaakt in de vorm van margrietjes. De bevrijding werd ook gevierd met allerlei accessoires en opsmuk. Zo werden in Tegelen broches gemaakt met de Nederlandse leeuw en vlaggetjes.

Unger heeft de expositie als een 'ketting' door het museum geweven. ,,Ik vind dat je sieraden niet geïsoleerd in vitrines moet presenteren, maar combinaties moet maken met beeldende kunst en mode, en moet relateren aan andere kunstuitingen.'' Zo worden de cocktailsieraden uit de periode 1945-1970 gepresenteerd met jurken uit de modecollectie van het museum, sieraden van keramiek met beeldjes van dat materiaal en oorlogssieraden met een schilderij van Pyke Koch. ,,Een sieraad staat nooit op zichzelf. Ik zie het als een cultuurfenomeen, een kleinood waarin een stukje ingedikte cultuurgeschiedenis schuilgaat.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden