Siegfried: Tarzan en Christus ineen

In de jaren twintig prees de Duitse chocoladefabrikant Reichardt zijn waren aan met een afbeelding van de blonde Germaanse held Siegfried, het gebroken zwaard Notung in de hand, het ene been stevig geplant op een grondgebied met de huidige Duitse contouren waarin de woorden 'Reichardt-Schokolade', het andere, net zo stevig op een gebied ten oosten daarvan met de woorden 'Kakao Pralinen'. Boodschap: het in 1918 gebroken Duitsland zou in Germaanse geest en met behulp van Reichardt-chocolade weer tot nieuwe grootheid geraken.

ROB SCHOUTEN

Voor de ontvangers van het bericht geen moeilijk te ontcijferen beeld. Ludwig Uhlands gedicht 'Siegfrieds Schwert' uit 1812 behoorde al sinds mensenheugenis tot het ijzeren repertoire van Duitse schoolboekjes. Wagners opera-vierluik 'Der Ring des Nibelungen' met Siegfried in de hoofdrol, had de Nibelungensage, inclusief Siegfried, tot nationaal epos omgesmeed.

En dan te bedenken dat de afkomst van Siegfried geenszins vlekkeloos Duits is. Enerzijds stamt hij weliswaar uit het Germaanse mythenrijk, anderzijds is het alleszins waarschijnlijk (gezien diverse namen en voorvallen uit de Nibelungensage) dat hij teruggaat op de historische figuur van Sigibert van Austrasië, een Bourgondische koning die met de Duitse geschiedenis nauwelijks iets te maken had.

Ook op politiek vlak heeft de Nibelungensage, anders dan vele andere volksmythen, de Duitsers eigenlijk weinig te bieden. Natuurlijk, de Rijn en de Donau stromen er prominent doorheen als Duitse 'Schicksalsstromen', maar grote veldslagen tegen volksvijanden staan niet op het programma en de Duitsers zouden zich volgens een kritische Hegel eigenlijk nog makkelijker thuis kunnen voelen in de Homerische gedichten dan in het verhaal van Siegfried.

Hoe kon Siegfried dan tot hèt symbool van 'Deutschtum' worden? Zijn verhaal heeft, ook bij Wagner nog, vaak meer weg van een benauwende familiegeschiedenis, zorgelijk gadegeslagen door enkele goden met een opmerkelijke belangstelling voor de mensheid. Siegfried, nota bene het product van een incestueuze verhouding tussen broer en zus, wordt, na de draak en zijn pleegvader Mime gedood te hebben, verliefd op zijn tante Brünnhilde en geeft haar de buitgemaakte ring.

Vervolgens arriveert hij aan het hof van de Gibichungen aan de Rijn, waar hij Gunther, Hagen en Gutrune ontmoet. Gunther begeert Brünnhilde en in ruil voor Gunthers zuster Gutrune overmeestert Siegfried bedrieglijk Brünnhilde en pakt haar de ring weer af. Voor dit bedrog moet Siegfried sterven en tijdens de verbranding van zijn lichaam gaat het hele paleis in vlammen op.

Het heeft er veel van weg dat juist zulke familie-aspecten de Duitsers in de eerste helft van de negentiende eeuw, de periode van het Biedermeier, toen het oude verhaal onder invloed van de Romantiek weer opgerakeld werd, hebben aangetrokken. De trouwhartige Kriemhilde (bij Wagner Gutrune) was aanvankelijk dan ook de heldin van het verhaal. Het was, opmerkelijk genoeg voor de latere receptiegeschiedenis van de held, Friedrich Engels die in 1840 Siegfried als sociale emancipator ontdekte. Vooral sinds de totstandkoming van het Duitse keizerrijk in 1871 na de Frans-Duitse oorlog, treedt de gestalte van Siegfried als een soort nationale lichtgod op de voorgrond.

Aan dat beeld heeft met name Richard Wagner in zijn versie van de Nibelungensage bijgedragen. Hij beschouwde Siegfried als 'de Nieuwe Mens', de mens van de toekomst. Deze verlost de wereld van de heerschappij van het kapitalisme en het egoïsme; hij leert de wereld om in plaats van op verstarde wetten en regels te vertrouwen op het gezonde instinct en de eigen kracht. Daarin proef je al de verheerlijking van de primitieve, niet door achterhaalde beschavingsregels beteugelde macht, van de kracht van het 'Blonde Bestie', zoals Nietzsche hem noemde. En zo ontwikkelde Siegfried zich langzamerhand tot het ideaal van de nazi-ideologie, in een tijd waarin iedere nationaal-socialist van enig belang bij zijn begrafenis getracteerd werd op de treurmars bij Siegfrieds dood uit 'Götterdümmerung', het laatste deel uit de 'Ring'.

Natuurlijk, deze Siegfried, de onversaagde held die moet leren wat angst is, is een kitsch-held; hij lijkt zorgvuldig samengesteld uit elementen van Herakles, Prometheus en Christus. Critici van Wagner hebben dan ook vastgesteld dat zijn onbehouwen argeloosheid eigenlijk nogal bedacht en geconstrueerd overkomt. Van de Nazi's mocht je er in elk geval geen kritiek op hebben en hem ook niet 'verkeerd' interpreteren. Thomas Mann noemde Siegfried in 1933 'Hansworst, lichtgod en anarchistische sociaal-revolutionair ineen' en kon vervolgens zijn staatsburgerschap inleveren.

Ongetwijfeld is Siegfried een erge domoor en primitieveling, die eigenlijk tamelijk willekeurig de 'hüssliche Untermensch' Mime pest en doodt, en het ook verder in de eerste plaats van lichamelijke krachtpatserij moet hebben. Maar dat alleen verklaart zijn populariteit nog niet. In de figuur van Siegfried gaan ook oergevoelens van de mens, of misschien kan men beter zeggen: de man, schuil. Misschien is de befaamde woudscène daarvan een karakteristiek voorbeeld. Om de draak op te sporen betreedt Siegfried het woud, gaat onder een lindenboom zitten, luistert naar het gesuizel van het bos en mijmert over zijn moeder.

Men hoeft niet zover te gaan als sommigen om het bos als een symbool voor het vrouwelijk geslachtsdeel te zien, al levert die gedachte wel een pregnante lezing op van de volgende waarschuwende regels van Mime:

'Siehst du dort den dunklen Hohlenschlund? Darin wohnt ein greulich wilder Wurm: unmassen grimmig ist er und gross; ein schrecklicher Rachen reisst sich ihm auf; mit Haut und Haar auf einen Happ verschlingt der Schlimme dich wohl. Giftig giesst sich ein Geifer ihm aus; wen mit des Speichels Schweiss er bespeit, dem schwinden wohl Fleisch und Gebein.'

'Zie je daar die donkere holenschacht? Daarin woont een gruwelijk wilde worm: mateloos grimmig is hij, en groot; een vreselijke muil, die spert hij dan open; met huid en haar, in één hap, verscheurt die schrokker je wel. Giftig giet het venijn hij uit; wie hij met zijn speeksel- kwijl bespuit, hem ontzinken vlees en gebeent'.'

Maar dat Siegfried in het bos in een regressieve staat raakt en als het ware terugkeert in de moederschoot, is onmiskenbaar. Tegelijkertijd kun je de woudscène echter zien als een ontwaken van het militaire gevoel bij de teenager. Elias Canetti beschrijft in 'Masse und Macht' het leger als het symbool bij uitstek voor de massa, en het bos als het symbool voor het leger:

“De jongeling die uit het beschermende huis het bos in vlucht omdat hij denkt dat hij daar alleen kan zijn en dromen, bereidt eigenlijk zijn toetreding tot het leger voor. In het bos vindt hij de anderen die op hem wachten, waarachtig, trouw en oprecht zoals hij zelf wil zijn, iedereen op elkaar gelijkend want allen staan ze rechtop, en toch verschillend in lengte en kracht. Het effect van de vroege woud-romantiek op de Duitsers moet niet worden onderschat. Hij heeft die uit alle talloze gedichten en liederen tot zich genomen, en het bos dat erin verschijnt wordt vaak 'Germaans' genoemd.”

Over het 'heilige woudgevoel van de Duitse ziel' schreef de Wagneriaan Hans von Wolzogen: “Aus dem Walde trat der Deutsche, ein jugendlicher stürmischer Eroberer, in die Welt hinaus.”

Het succes van Siegfried als volksheld en proto-fascist lijkt op het eerste gezicht vooral toe te schrijven aan zijn verdienste als spierenbundel, een blonde Tarzan. Maar onbewust (even onbewust als de held zelf lijkt te zijn) sluimert er in hem iets van ambiguïteit. In zijn gebrek aan respect voor bestaande machten gaat ook iets schuil van een onbaatzuchtige Verlosser. Vooral in 'Götterdümmerung' krijgt hij allengs meer Christus-achtige kenmerken en verandert de volkse mythe waaraan hij is ontsproten in een soort mysteriespel.

Als Siegfried de ring van de Nibelungen bemachtigt, is hij in principe mateloos machtig, maar hij is een drager van macht die die macht versmaadt. Het is zelfs maar de vraag of het ooit helemaal tot hem doordringt dat hij nu over de Nibelungen heerst. De geweldige schat die hij bij hen aantreft, noemt hij 'muss'ges Gut', nutteloos spul. Het is die combinatie van hersenloze hulk en wereldverzaker die hem tot zo'n geschikt symbool voor Duitse nationale trots maakte.

Wagner heeft Siegfried wat dat betreft geheel gemodelleerd naar wat hij zelf voor de Duitse geest hield. In 'Wat is Duits', een nogal antisemitisch geschrift uit 1865, legt hij het uit. De eigenlijke betekenis van 'Duits' is erin gelegen dat het schone en edele niet uit winzucht en zelfs niet om roem of waardering te oogsten in de wereld optreedt. Deze Duitse geest wordt echter belaagd door het jodendom en de democratie. Hij vreest dat er spoedig een situatie optreedt waarin het Duitse volk nog wel bestaat maar de Duitse geest verdwenen is.

Als zinnebeeld van de ideale Duitser is Wagners Siegfried dus een bijzonder slimme constructie. Hij legitimeert weliswaar het machtsstreven maar wie zich met hem identificeerde kon een beroep doen op de nobele, onbaatzuchtige kanten van zijn persoonlijkheid. Wagner exploiteerde daarmee een kant van Siegfried die al in het oude gedicht van Uhland uit 1812 naar voren komt, maar pas veel later z'n krachtige werking krijgt. De Duitser is een dromer, iemand die zijn schepping niet voltooit, een eeuwige wandelaar.

Daardoor is hij zich niet bewust van zijn eigen waarde en wordt hij door de anderen geringschat, maar tenslotte verwerft hij zich op eigen houtje en op eigen kracht de hem toekomende positie. Koren op de molen van het Duitse nationalisme en vervolgens de nazi-ideologie die Siegfried makkelijk konden omtoveren tot hun 'Herrenmensch'.

Voor de meeste Duitsers zal de gestalte van Siegfried overigens wel een onbereikbaar ideaal zijn gebleven. Ook zijn belangrijkste herschepper, Wagner zelf, kon er lichamelijk niet aan tippen. Die was zo klein dat op de befaamde foto met zijn vrouw Cosima Liszt, zij moest zitten naast de staande Wagner om het contrast niet te groot te maken. Ook hun zoon, hoopvol Siegfried genaamd, kon het ideaalbeeld niet waarmaken; hij ontwikkelde zich tot een ietwat pafferige verschijning. Wat dat aangaat, lijkt Siegfried heel modaal het gebruikelijke lot van Supermannen te delen: zijn aantrekkingskracht was vooral gelegen in zijn onmogelijkheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden