Sibiu: pronkjuweel van de Karpaten

Op het kaartje in mijn zakagenda staat Sibiu niet eens aangegeven. Toch is deze stad, weggedoken achter de bergen van de Karpaten, diep in het Roemeense Transsylvanië, dit jaar – samen met Luxembug – Culturele Hoofdstad van Europa. En daar valt wel degelijk het een en ander voor te zeggen. Sibiu is weliswaar niet groot (iets meer dan 170.000 inwoners ) maar er zijn in Europa niet veel steden met een zo internationaal karakter. Naast Roemenen wonen er al eeuwenlang mensen van Hongaarse afkomst, en het grote Duitstalige deel van de bevolking had er traditioneel een grote invloed op het maatschappelijke en culturele leven. Die Duitstaligen – die de stad in de twaalfde eeuw gesticht hebben – waren in de Middeleeuwen op bevel van de Roomse keizers aangevoerd vanuit Luxemburg en het Maas – en het Rijngebied, om het vruchtbare land te bewerken en de streek tegelijkertijd te verdedigen tegen de oprukkende Turkse legers. Nog steeds zijn de restanten van de verdedigingstorens en de brokken vestingmuur lang de Strada Cetatii indrukwekkende staaltjes vestingbouw. Het fraaie Thalia-theater, onlangs gerestaureerd op een manier die bijna herbouw genoemd mag worden, is ondergebracht in een omvangrijk voormalig stadsbastion. Na de revolutie van 1989, toen de situatie in Roemenië in bijna alle opzichten belabberd was, verruilden deze Duitstaligen in groten getale het land voor Duitsland en Oostenrijk, maar nu Roemenië aan het begin van dit jaar is toegetreden tot de Europese Unie en een economische opleving in het verschiet ligt, beginnen ze druppelsgewijs terug te komen.

De stad, die in het Duits Hermannstadt heet – en in het Hongaars Nagyszeben – kan mede daardoor zelfs bogen op een uitstekend Duitstalig weekblad, de Hermannstadter Zeitung. Aan het Piata Mare – het ruime, centrale plein – ligt de goedvoorziene Duitstalige boekhandel Schiller, waar u terechtkunt voor een keur aan toeristische kaarten en gidsen, boeken over de zeer bewogen geschiedenis van de stad en de streek, maar ook voor literatuur van Duitstalige Roemeense auteurs. De onlangs overleden, uit Sibiu afkomstige dichter Oskar Pastior, in 2006 winnaar van de prestigieuze Georg Büchner-prijs was een van hen.

Veel werk is er verzet om van het toch al fraaie Sibiu in 2007 een aantrekkelijke toeristenbestemming te maken. Het prachtige centrum – dat in 2004 door de Unesco op de lijst van het werelderfgoed is geplaatst – zag er een paar jaar geleden nog enigszins onderkomen uit, maar in de afgelopen twee jaar is er geverfd en gerestaureerd dat het een aard had, en het resultaat is weinig minder dan glorieus. Sibiu, met zijn fraai gerestaureerde en in prachtige pasteltinten geverfde gebouwen, lijkt welhaast het ideale decor voor een verfilming van de avonturen van Baron Von Münchhausen. Want ook in de architectuur is de Duits-Oostenrijkse invloed onmiskenbaar, en wie hier rondkijkt realiseert zich dat er in het hart van Europa één gigantisch cultuurgebied bestond, dat zich uitstrekte van Aken, bij de Nederlandse grens, tot hier, diep in de Balkan.

Een van de kenmerken van de gebouwen in Sibiu is de bijzondere vorm van de dakkapellen, die eruitzien als grote, halfgeloken ogen die de mensen op straat in de gaten houden. Dit effect is het sterkst bij de dakkapellen die uitzien op de drie pleinen die in het centrum van de stad naast elkaar liggen: het Piata Mare (het grote plein), het Piata Mica (het kleine plein) en het Piata Huet. De laatste twee pleinen zijn met elkaar verbonden door de Leugenbrug uit 1859, de eerste gietijzeren brug van het land. De brug begeeft het wanneer iemand die erop staat onwaarheid spreekt – zegt men, dus de inwoners van Sibiu moeten wel zeldzaam rechtschapen van inborst zijn.

Ook uniek is dat bij deze pleinen, op een heel kleine ruimte, drie verschillende kerken samen staan: de katholieke, de evangelische en de Roemeens-orthodoxe. Ze zijn alle drie een bezoekje waard.

En, last but not least: vlakbij ligt het bescheiden skioord Paltinis, waar u een heel mooie afdaling kunt doen.

Neem, liefst op zaterdagmorgen, wanneer er markt is, het smalspoortrammetje naar het dorp Rasinari. De aanleg van de lijn is naar verluidt tientallen jaren geleden door de dorpsbewoners zelf bekostigd. Twaalf kilometer lang schokt en sukkelt u in een oeroude rode Zwitserse tram (een geschenk van de stad Genève, de stadsplattegrond hangt nog achter de bestuurdersplaats) door een prachtig, bijna ongerept bos- en weidelandschap om uit te komen in het geboortedorp van de befaamde Roemeens/Franse filosoof Emil Cioran. Dankzij de Vlaamse hoogleraar Eugène Van Itterbeek staat er inmiddels een buste van deze denker naast het aandoenlijke geboortehuis. Bezoek de zaterdagmarkt. Veel te kopen valt er voor ons West-Europeanen weliswaar niet, te zien is er echter des te meer: het is een dorpsmarkt zoals die er in de negentiende eeuw moet hebben uitgezien: schoenen, kostuums, rare hoeden, pluimvee en vooral de kooplustigen en de verkopers garanderen dat u zich geen moment verveelt. Geniet daarna, ’s middags, van de immense rust en stilte in het grote, langgerekte dorp en de omgeving, en slenter wat langs het beekje dat van zuid naar noord door Rasinari stroomt, totdat aan het eind van de avond de vele honderden koeien uit zichzelf de hellingen af komen lopen en de dorpsstraat binnenstromen om hun stal op te zoeken: een onvergetelijk mooi gezicht. Neem wel wat te lezen mee, want rust en stilte in deze hoeveelheden bent u waarschijnlijk niet gewend, en Boby’s Discobar – gevestigd op de eerste verdieping boven de plaatselijke Winkel van Sinkel – is helaas het enige oord van vertier. U kunt overnachten in een van de vrij vele pensions die Rasinari rijk is. Erg prettig is het toeven bij Petre Cioran (een achterneef), wiens pension is gevestigd aan de Strada Protopop Emil Cioran (genoemd naar de vader van de filosoof), op nummer 1503. Hij zal zorgen dat er de volgende ochtend in de salon een eenvoudig maar verrukkelijk boerenontbijt voor u klaarstaat, met de heerlijkste kazen en worsten uit de omgeving van het dorp. Bezoek vervolgens op zondagochtend de Roemeens-orthodoxe dienst in de kerk, die aan de buitenzijde met grote religieuze taferelen is beschilderd. De koorzang is overweldigend. U mag in- en uitlopen tijdens de dienst. Verzuim ook niet de antieke verwarmingsinstallatie te bewonderen! Bij het uitgaan van de kerk maakt de dorpsomroeper luidkeels de laatste nieuwtjes en mededelingen uit Rasinari bekend. Stap op de terugweg vlak voor Sibiu uit bij het openluchtmuseum Astra, en slenter daar tussen de op zijn zondags-best uitgedoste Roemeense families nog wat rond langs de molens, cafés en boerderijen uit alle delen van het land die hier bijeengebracht zijn. Roemeenser dan dit uitstapje zult u het niet snel krijgen.

Een van mooiste restaurants en betere keukens van de stad, al is de kaart naar onze begrippen misschien nog een beetje aan de sobere kant. Maar voor het moment wordt de restaurant-scene in Sibiu vooral beheerst door pizzeria’s van matige kwaliteit aan de Strada Balcescu en aan de centrale pleinen.

Dit restaurant ligt even terzijde van de hoofdstraat, aan de rustige Strada Papiu Ilarian en is ondergebracht in een prachtig oud, rond keldergewelf. Kuifje-liefhebbers zullen zich in een Syldavisch specialiteitenrestaurant wanen. De bediening, vaak door studentes van de universiteit, die hiermee wat bijverdienen, is zeer vriendelijk. ’s Avonds speelt er regelmatig een zigeunerorkestje. Tweeënhalf jaar geleden heb ik hier mijn huwelijk gevierd, en ik zou het onmiddellijk opnieuw doen (mits natuurlijk met dezelfde vrouw!), want het is werkelijk een van de meest romantisch plekjes van de stad. Reserveren is, zeker op de vrijdag- en zaterdagavonden, zeer aan te raden. De keuken biedt vooral de boerenspecialiteiten van de streek, met daarbij een duidelijke Duitse invloed. De wijnkaart is goed, maar in dit land moet je met de wijn wel oppassen: veel Roemeense wijnen zijn demi-sec, en dat kan voor de smaakpapillen van de echte wijnliefhebber een wat minder prettige verrassing zijn. Er bestaan echter ook wel degelijk verrukkelijke Roemeense wijnen, en vooral onder de rode vallen er mooie ontdekkingen te doen.

In de dorpen rondom Sibiu liggen enige tientallen weerkerken, door de Duitstalige protestanten gebouwde, kasteelachtige versterkte kerken, compleet met wallen en soms zelfs grachten, die een beleg konden doorstaan. Wanneer de Turken binnenvielen of roofbendes het land onveilig maakten, trokken de dorpelingen zich erin terug. Er waren schietgaten, wapen- en munitiemagazijnen, torens en transen, voedselopslagplaatsen en enigszins spartaanse verblijfsruimten voorzien. Een erg mooi exemplaar is te vinden in het idyllische dorpje Cisnadië (Helltau in het Duits), vlakbij Sibiu. De allerberoemdste en allermooiste van allemaal ligt iets verder weg, in de richting van Sighisoara, in het plaatsje Biertan. De meeste van deze kerken zijn gebouwd in de latere Middeleeuwen.

Het zijn doorgaans eenvoudige bouwwerken, die hun charme vooral ontlenen aan het ontbreken van iedere vorm van opsmuk en aan de stilte en de rust die op de binnenplaats heersen.

Doe een stap terug in de tijd en bezoek, in het hartje van de stad, een hotel-restaurant dat nog getuigenis aflegt van de tijd van de Habsburgse dubbelmonarchie. Beroemde musici logeerden in „het” Imperatul Romanilor wanneer ze in Sibiu een concert gaven: Liszt, Brahms, Richard Strauss en Gustav Mahler liepen hier ooit door de foyer. De keuken is momenteel niet fameus, zij het ook niet slecht, de kamers zijn niet echt goedkoop, maar niets belet u binnen even een kijkje te nemen of in de bar een drankje te nuttigen in het altijd prettige besef dat u op historische grond vertoeft. De eerste herberg op dit adres werd geopend in 1555. In 1773 bracht keizer Jozef II op dit adres de nacht door, en sedertdien heet het „De Roomse Keizer”.

Een van de grootste attracties van Sibiu, en doorgaans beschouwd als het beste en interessantste museum van het land op het gebied van beeldende kunst. Het is gevestigd aan het grote centrale plein, in het paleis dat baron Samuel von Brukenthal, gouverneur van Transsylvanië en, onder veel meer, een van de minnaars van keizerin Maria Theresia, hier in 1786 heeft laten bouwen. In zijn testament bepaalde hij dat het gebouw na zijn dood een museum diende te worden, waarin de door hem verzamelde schilderijen, boeken en kostbare meubels voor het publiek toegankelijk moesten worden gemaakt. De collectie zoals die dit jaar te zien is omvat veel Oudhollandse en Vlaamse meesters. Vergeet echter vooral niet ook een blik te slaan op de werken van de Roemeense schilders.Vooral het oeuvre van de negentiende-eeuwer Nicolae Grigorescu en dat van Trude Schullerus, uit het begin van de 20ste eeuw, zijn zeer de moeite waard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden