Showroom verrijkt museum

De Amsterdamse gemeenteraad is hypocriet als ze veroordeelt dat de Duitse autofabrikant Audi een auto tentoon wil stellen in de nieuwe vleugel van het Stedelijk Museum. Bovendien kun je beter een auto zien in een museum dan immense close-ups van vagina's.

Het Stedelijk Museum in Amsterdam wil een presentatieruimte openen die gesponsord wordt door de Duitse autofabrikant Audi. In ruil voor de financiële medewerking wil Audi enkele auto's tentoonstellen in een glazen ruimte die van buitenaf zichtbaar zal zijn.

De commissie voor cultuur van de gemeenteraad van Amsterdam is hierover boos naar buiten gebuiteld en heeft haar perikelen op straat gestald (Trouw, 8 oktober). Terwijl de gemeenteraad eerst van het Stedelijk Museum verlangd had naar sponsors te zoeken ter financiering van een nieuwe vleugel aan het gebouw, is zij nu principieel ontstemd dat de bezochte sponsor in ruil voor geld niet zijn naam op ooghoogte in marmer gebeiteld wil zien, maar 400 vierkante meter opeist om een heuse auto onder een glazen stolp in die vleugel ten toon te stellen.

Als Strijder voor de Echte Kunst, als Puritein der Eerste Klasse, verwoordde PvdA'er Sybren Piersma het probleem: ,,Een publieke ruimte mag niet beïnvloed worden door commercie''. Erger nog, in plaats van een pluim op de hoed van het museum dat in zijn missie slaagde, ziet hij het plan als 'het verkopen van de ziel'. Als buitenstaander vraag je je af wat er is misgegaan. Zou het een verdacht merk zijn? Een Audi-vleugel klinkt al bijna muzikaal in de oren, dus aan de woorden kan het niet liggen. Als auto te burgerlijk dus, te lelijk? Beter een Bugatti Bunker, een Chevrolet Chambre, of toch liever, om het in de betaalbare sector te houden, en zo meer publiek te trekken, een Deux Chevaux Centre?

Of zou Audi dan toch de verkeerde woorden gebruiken? De Audi-dealer in Leusden brengt het ongewoon fijntjes ('onze presentatie wordt geen showroom, we hebben het over een vitrine'), maar daar ziet iedereen gelukkig doorheen: een auto achter glas is een wens-object, dus een koop-object. Blijkbaar kan Audi beter een auto verkopen dan een kunstwerk, maar daarvoor is de firma dan ook.

Nu is er altijd wel iemand die zich over hedendaagse kunst opwindt. Sommigen vinden dat een uiterst positief gegeven: kunst staat blijkbaar midden in de samenleving. Daarom bemoeit sinds mensenheugenis de politiek zich met kunst, en na de burgemeester van New York, die onlangs te kennen gaf een Maria geschilderd met olifantenpoep ongepast te vinden, voegt de linkse cultuurliefhebber in de gemeenteraad van Amsterdam zich moeiteloos in deze rij. Alleen gaat het hier niet zozeer om de prijs van de ziel of de schuld van het kapitaal, maar om het dubbeltje op de eerste rij.

Nederland, en zeker de stad Amsterdam, doet wat het verzamelen van zowel oude als moderne kunst betreft niet mee in de wereld, omdat schraalhans keukenmeester is en het geld eerder aan publiek dan aan kunst wordt uitgegeven. Als dan anderen de plaats van de plaatselijke overheid innemen en in ruil ervoor hun waar willen uitstallen, is de verontwaardiging eerder die van een hypocriete dan van een rode gemeenteraad.

Er zijn andere, misschien hele positieve, krachten in het spel te vinden. Zelf kijk ik liever naar een nieuwe auto dan naar de immense close-ups van vagina's die ik op een tentoonstelling in de Grote Kerk in Den Haag zag, toen ik er argeloos binnenwandelde. Maar dat is natuurlijk persoonlijk. Wat blijft, is dat de auto de uitvinding van de eeuw is, waar het volk van blijft dromen (ook de PvdA-voorganger Den Uyl overigens, die droomde dat voor elke arbeiderswoning een auto stond). Waarom dan niet het kunstwerk van de eeuw? Ik zie prachtige mogelijkheden wat de inrichting van de showroom betreft en de keuze van de voorwerpen. In de kunst kent de automobiel al een rijke iconografie. Misschien mag het koetsje waarin Wilhelmina schilderde als voorspel bij de ingang. Schilderijen met auto's kunnen worden getoond en de door Sonia Delaunay gedecoreerde wagens. Misschien is de Hispano Suiza, de auto van Picasso, te leen. Goede afsluiter van de eerste zaal zijn wellicht de doeken die Yves Klein op het imperiaal van zijn auto bond, er mee van Parijs naar Zuid-Frankrijk en terug reed, om ze vervolgens tentoon te stellen met de sporen van weer en wind. Andy Warhols Carcrash zal wel op wat bezwaren van Audi stuiten, hoewel een handige reclamejongen daar wel raad mee weet. Kleine exposities belichten tenslotte de futuristische verering van het nieuwste snelheidsmonster.

En zouden wij, het volk, als deel van de low culture, er niet zelf een kunstwerk van mogen maken? Kijk eens naar de grenzeloosheid onder die glazen stolp. Een televisieproject à la Big Brother, waar de bezoeker een doorsnee gezinnetje de achterbak ziet in- en uitladen. Autokrakers en graffiti-kunstenaars, de schrik van elke auto-bezitter, mogen tussendoor hun kunsten laten zien, terwijl mooie vrouwen achteloos hun benen over de motorkap slaan.

Zoals staatssecretaris van cultuur Rick van der Ploeg de Rembrandts naar Schiphol wil sturen, zo willen wij, omgekeerd, met de auto het museum in. Er bezoeken in Nederland nu eenmaal meer mensen een auto-showroom dan een museum.

Kortom, het is een ideaal voorstel dat Audi doet. Wat jammer, dat Van der Ploeg, net de drieprocent-regeling weer heeft ingetrokken, de premie op de begroting van die musea die kans zagen nieuw publiek aan te trekken. Die premie zou Audi in zijn zak mogen steken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden