Shota Arveladze, de laatste artiest van Ajax

Shota Arveladze heeft ontegenzeglijk bijzondere kwaliteiten. Als voetballer, maar ook als gesprekspartner tovert de 28-jarige ajacied met onnavolgbare schijnbewegingen.

Hij is geen prater. Arveladze vindt het wel makkelijk als niemand hem iets vraagt. Als hij met die haast trieste glimlach overal voorbij kan lopen. De ogen staren naar de grond, lijken uit te kijken naar valkuilen. Als voetballer gaat alles vloeiend, als verteller helemaal niets. Niet in het Engels, niet in het Nederlands.

In zijn eerste seizoen bij Ajax (oktober 1997) maakte hij eens een belangrijke treffer bij Udinese. De Georgiër stond na afloop in de catacomben te puffen, steunen en kreunen. Hij wilde zo snel mogelijk naar de bus, lekker zitten. Laat me met rust, zo straalde hij uit.

Zijn doelpunt, dat Ajax een plaats in de derde ronde opleverde, omschreef hij in moeilijk verstaanbaar Engels als: "Ik wilde de bal afgeven. Maar ik zag geen ploeggenoot. Toen schoot ik zelf maar." Het was een 18-karaatstreffer, uit onmogelijke hoek. Maar de held van de avond vond heldendom maar dom gedoe.

Van de nieuwe trainer moest hij Nederlands leren. Hoe het daarmee gaat? Arveladze heeft een showtje in huis. Put uit zijn eigen woordenschat. "Shota links, Shota rechts. Simpel spelen. Gaatje maken. Succes jongens. Tot morgen." Plus nog een paar kaart- en krachttermen. Dat is zijn arsenaal. Het is genoeg voor Shota, de zwijger.

De zwijger komt pas achter de schermen op verhaal. "Binnen de groep is Shota een sfeermaker, heeft hij het hoogste woord", verklapt de woordvoerder. Gezegend met de mimiek van een komiek steelt de Mr. Bean van Ajax in de kleedkamer de show.

De voetballende virtuoos is zo'n beetje de laatste artiest van het huidige Ajax. Er waren er zo veel. In de mooie jaren. Litmanen, Finidi en Kanu: lievelingen van de liefhebbers.

Hun opvolgers vonden de Arena nooit het juiste podium voor hun artistieke talenten. De Laudrupjes, Kinkladze en Dani konden er niet aarden. Voor Grönkjaer moest geld worden gevangen en Richard Witschge mag zijn kunststukjes alleen nog op het trainingsveld laten zien. "Wat kan ik ervan zeggen?", hakkelt Arveladze, nòg voorzichtiger zoekend naar de juiste woorden. "Richard is een prachtige speler. Als ik trainer was... Nee, dan zou-ie nooit op de bank zitten."

Arveladze mist de artiesten. "Heb je pas AC Milan gezien? Verschrikkelijk toch? Zo'n ploeg speelt met acht verdedigers. Ach, je ziet het tegenwoordig bijna overal. Als het zo doorgaat met dat afbraakvoetbal zitten er straks alleen nog maar vrienden en familie op de tribune." Hij zegt het cynisch. Maar de boodschap blijft overeind staan. De liefhebber vreest dat er straks niets meer lief te hebben is.

Pas meldde zijn zaakwaarnemer dat Inter Milaan in hem geïnteresseerd is. "Ik ben niet zo slecht dat alleen Ajax me wil hebben", zegt hij gortdroog. De Amsterdamse club reageerde gelijk en zal hem een nieuw contract voorleggen. "Dat had ik wel verwacht. Ik zag ook geen reden waarom de club niet verder met me zou willen."

De artiesten werden weggesaneerd. Arveladze handhaafde zich. Onder Morten Olsen, Jan Wouters, Hans Westerhof en Co Adriaanse. "Er waren perioden dat ik te weinig heb gespeeld, dat ik te weinig vertrouwen heb gekregen. Natuurlijk is dat zonde van de tijd. Maar er zijn hier ook mooie musea..." Hij wacht even. Schiet dan te hulp: "Dat was een grapje."

Van de elftalfoto van juli 1997 zijn alleen zijn kaartmaatjes Fred Grim en Richard Witschge nog over. Ajax was de afgelopen jaren een doorgangshuis. Spitsen als Sibon en McCarthy kwamen en gingen. Nikos Machlas volgt straks misschien hun voorbeeld, omdat er deze week alweer een opvolger werd gepresenteerd: Ibrahimovic. Arveladze oogt echter zorgeloos. "Inter Milaan? Waarom niet? Elf, twaalf miljoen per jaar en altijd lekker weer..."

De liefhebber moet gruwelen. De selectie van Inter telt zo'n 35 spelers, met heel veel renners en slechts een handvol artiesten. Arveladze zou op de bank of tribune verpieteren. Ondanks de miljoenen, ondanks de zon. "Geld is niet belangrijk. Maar heel veel geld wél", grapt hij dan. Arveladze zet niet alleen tegenstanders, maar ook toehoorders steeds weer op het verkeerde been.

De fans hebben hem de mooiste kansen zien missen, de moeilijkste doelpunten zien maken. Maar ze hebben nog niet alles gezien, zegt de 40- voudig Georgisch international aan de vooravond van Ajax-PSV. "Ik zit pas op 65 procent van mijn kunnen. Als het elftal sterker wordt, kan ik nog veel meer."

Hij verrast, telkens weer. Dat is Shota. "Simpel Shota, zegt de trainer steeds maar weer. Maar simpel spelen is voor mij heel moeilijk Als ik erover ga nadenken, ben ik de bal allang kwijt."

Hij staat op. Het heeft allemaal al veel te lang geduurd. Zijn beste grappen bewaart hij voor de kleedkamer, de mooiste acties voor het veld. Spreken is zilver, scoren is goud. Zijn laatste doelpunt tegen PSV dateert van mei 1998. "Dit zijn de mooiste wedstrijden van het seizoen. De druk, de entourage, de beleving. Als je het veld oprent in zo'n volle bak, voel je je koning. Het wordt tijd dat ik me na afloop van zo'n topper ook nog koning voel."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden