Shorttrackers bereiken mijlpaal op WK

Vier medailles bieden perspectief, maar onvoorspelbaarheid races leidt tot relativerende woorden

Dit is de wondere wereld van shorttrack. Hier schuiven favorieten als omvergeslagen kegels over het ijs en staan nieuwe helden op. Freek van der Wart proefde zelfs van beide in dit dynamische circus. Tweemaal viel hij op de 500 meter, toch werd hij de eerste Nederlander die een individuele WK-medaille won.

Na twee decennia van teleurstellende prestaties was niet alleen voor hem een mentale barrière geslecht. In de wetenschap dat binnen het hechte team niemand voor een ander hoeft onder te doen, volgden Jorien ter Mors en Sjinkie Knegt een dag later met zilver op de 1000 meter en vijfde plaatsen in het eindklassement. Knegt zag in de laatste bocht van zijn finale in ogenschijnlijk kansloze vierde positie de twee koplopers strijdend in de boarding glijden.

Dat uiteindelijk de estafette als slotdiscipline met brons werd afgesloten, leidde ondanks de groeiende euforie tot emotionele krachttermen binnen de mannenploeg. Er was geblunderd, de winst was weggegeven. En als ergens op was gefocust, dan was dat na vier tweede plaatsen in de wereldbeker en WK-zilver vorig jaar op goud.

Als dit falen iets bevestigt, is dat de onvoorspelbaarheid van shorttrack. Garanties lopen tot het overschrijden van de startstreep. Daarom was bondscoach Jeroen Otter de eerste om deze mijlpaal te relativeren. "Het had hier ook één medaille kunnen zijn of, als Jorien in goede vorm was geweest, twee meer."

Binnen de Nederlandse ploeg wordt ervan uitgegaan dat de successen in het Hongaarse Debrecen de opstap vormen naar structureel succes. Daarbij leefde nauwelijks het historische besef dat het opstapje naar de wereldtop werd genomen in dezelfde Fönix Arena waar het Nederlandse mannenturnen voor het eerst opzien baarde. Boven de bocht waar Van der Wart onderuit werd gekegeld en voor Knegt op wonderlijke wijze de poort naar zilver werd geopend, hing in 2005 Yuri van Gelder als een Christusbeeld in de ringen, zijn Europese titel afdwingend.

Die destijds unieke turntitel leidde datzelfde jaar ook tot de wereldtitel, én de inspiratie en overtuiging die Epke Zonderland in Londen zijn memorabele goud aan de rekstok brachten. Waar turners individuen zijn, wordt het succes in het Nederlandse shorttrack vooral afgedwongen door hecht teamwerk. Wat dat betreft was het opmerkelijk dat Van der Wart zaterdag na zijn succes op de 500 meter over het winnen van brons een aantal malen over 'wij' sprak in plaats van 'ik'. "Wij moeten als team goed worden, zonder de andere jongens kan ik het niet. We hebben allemaal onze specifieke kwaliteiten waar de anderen van profiteren. Je ziet dat in de relay het niveau omhoog is gegaan, en daarmee wordt het niveau van de individuele rijders ook beter."

Als een profeet speculeerde Otter na dat eerste succes op een domino-effect. "Die jongens zijn zo arrogant als ik weet niet wat. Als Freek het kan, kan ik het ook, redeneren zij. Ik ben echt een teamman, rijders moeten van elkaar leren. We hebben met elkaar de aanval ingezet op Europa, langzaam kun je dan zo nu en dan in de wereldtop gaan meedoen. Win je op een WK medailles, dan word je een completere schaatser. Ik kijk nooit zo naar medailles, maar vier prijzen winnen op de olympische afstanden geeft met het oog op Sotsji volgend jaar wel een bepaald gevoel."

Volgens Van der Wart, de verrassende Europese kampioen van januari, heeft Otter de rijders "het besef en de kracht in onze benen gegeven waardoor wij voelen dat we meer kunnen dan we deden. Hij heeft ons sterker gemaakt".

In dat proces werd in Debrecen een enorme stap voorwaarts gezet. Ineens kon worden meegedaan in het tactische spel op het hoogste niveau en kregen zelfs echte wereldtoppers hun handenvol aan de ontketende Nederlanders. Zoals het beste werd geïllustreerd door het Koreaanse fenomeen Noh, die in de halve finale van de 1000 meter Knegt slechts met een even opzichtige als onreglementaire blokkade kon stuiten.

Het Nederlandse shorttrack kan een jaar voor de Spelen vol zelfvertrouwen het zomerkamp opslaan. Met vier medailles was sprake van het succesvolste WK sinds 1988, het geboortejaar van Van der Wart. Destijds was Nederland een topland op de 111-meter ovalen in een niet-olympische sport.

Pas volgend jaar wordt echt duidelijk in hoeverre de Canadezen en Aziaten op olympisch niveau kunnen worden bedreigd. De schijn van Nederlandse kwaliteit wil in een voor-olympisch jaar nog wel eens bedriegen. Verraderlijker is de smalle basis waarop het Nederlandse shorttrack rust.

Wisselende emoties bij Ter Mors
Jorien ter Mors doorliep de WK shorttrack als in een emotionele achtbaan. Ze had de grootste moeite om zich op haar wedstrijden te concentreren, met in gedachten haar zieke vader die thuis een kansloze strijd voert. Op de openingsdag faalde de Enschedese op de 1500 meter en zaterdag viel ze op de 500 meter volkomen onnodig over haar 'eigen ooievaarspoten' (bondscoach Otter). Daarom was het zo bewonderenswaardig dat ze gisteren met overtuiging zilver won op de 1000 meter. Door haar derde plaats in de afsluitende finalerace over drie kilometer werd ze vijfde in het eindklassement.

"Ik ben vooral blij dat ik heb laten zien wat ik waard ben. Al is het ook zuur dat ik op de drie kilometer een groot deel op een bot linkermes moest rijden. Dat komt doordat het ijs hier zo vuil is. Ik had derde kunnen worden in het eindklassement, maar was daardoor kansloos."

Otter was onder de indruk van zijn pupil. "Je vraagt je af: waar leidt dit volgend jaar heen als ze zich weer beter gaat voelen? Ze wordt nu gehinderd door privézaken. Eerder was vooral mevrouw Ter Mors zelf de grootste tegenstander van Jorien ter Mors. Dat is de afgelopen jaren sterk verbeterd."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden