Shorttrack is als een huis in aanbouw: soms piept en kraakt het, maar het fundament wordt steviger

De nationale kampioenen Lara van Ruijven en Daan Breeuwsma op het erepodium in Thialf. Beeld ANP

Het is deze dagen ‘dé week van het seizoen’ voor het shorttrack in Nederland. Dit weekend werden Daan Breeuwsma en Lara van Ruijven Nederlands kampioen in Heerenveen, vanaf vrijdag zijn de Europese kampioenschappen in een uitverkocht sportcentrum Dordrecht.

Een mooi moment om de sport weer in Nederland onder de aandacht te brengen. De Nederlandse ploeg manifesteerde zich februari vorig jaar op de Winterspelen in Pyeongchang met een gouden, twee zilveren en een bronzen medaille als een van de beste shorttracklanden ter wereld. Suzanne Schulting werd in Nederland sportvrouw van het jaar. Zij is inmiddels een rolmodel, zeker op sociale media met inmiddels bijna honderdduizend volgers op Instagram.

Wat doet succes met een sport? Veel, en toch ook weer niet alles. Wilf O’Reilly, disciplinemanager shorttrack bij de KNSB, vergelijkt de groei van de sport graag met de bouw van een huis. Af en toe ‘piept en kraakt’ het, maar er staat wel een steviger fundament.

Twee keer in het sportcentrum Dordrecht schaatsen voor zowel NK als EK, dat was gezien de kosten niet mogelijk. Daarom werd de NK gis­teren geschaatst op het midden­terrein van Thialf, daar waar de nationale shorttrackselectie normaal gesproken ook traint. Op de langebaan schaatsten amateurs hun rondjes, langs de shorttrackboarding verzamelden zich een paar honderd fans. Niet per se de ambiance die bij topsport hoort.

O’Reilly waarschuwt voor het ‘te snel willen’-effect. “Ik ben niet de geduldigste persoon. Maar als je iets te snel bouwt, valt het ook sneller in elkaar.” Liever wil hij praten over de groei ‘van onderop’. Hij wijst naar de baan, waar dan de finale van de 1500 meter net is verreden. Zeven mannen tegelijk in de baan, niemand viel. “Je ziet dat de komende generatie zowel technisch als tactisch beter is dan de top was op die leeftijd.”

Dat beaamt Sjinkie Knegt, die ­geblesseerd langs de kant stond, het gevolg van een ongeluk met een heftruck. Zijn beginjaren en die van de junioren van nu zijn niet te vergelijken. Was hij vroeger altijd de beste, nieuwe talenten als bijvoorbeeld een Sven Roes (die gisteren brons won) worden door de gevestigde orde nu op slimheid afgetroefd.

Regionale trainingscentra

De jeugd die nu gaat shorttracken, kan via de club door naar de regionale trainingscentra (RTC’s), die sinds 2012 bestaan. Benny Bruggemans was destijds de eerste die een ‘RTC-pilot’ startte. Acht schaatsers had hij toen onder zijn hoede bij het RTC Dordt, in Dordrecht, vertelt hij. Inmiddels is het zes jaar verder, zijn er twee RTC’s bij en heeft Bruggemans zelf zestien schaatsers waarmee hij werkt.

Bruggemans merkte het succes van Schulting, Knegt en onder meer Yara van Kerkhof na de Spelen vooral op technisch gebied. Zo krijgt het RTC nu ook de beschikking over het systeem waarmee op het ijs data als rondetijden kan worden vastgelegd. Te duur voor een RTC om zelf aan te schaffen, maar nu mogelijk dankzij hulp vanaf de KNSB.

Financieel is het ‘op orde’ in het shorttrack, zegt O’Reilly, die afgelopen zomer vooral daarover veel gesprekken voerde. In ieder geval goed genoeg om een plan te kunnen maken voor de Olympische Spelen van 2026 en 2030. Winnen is leuk, maar dat volhouden is nog belangrijker. De schaatsers die bij Bruggemans rijden, zij moeten in een gespreid bedje komen. O’Reilly: “Het zijn grote woorden, maar wij willen nu naar een ‘duurzaam’ systeem. Daar kun je niet morgen meteen mee beginnen. Ook niet na de beste Spelen ooit.”

Breeuwsma en Van Ruijven kampioen

Daan Breeuwsma en ­Lara van Ruijven werden gisteren in Heerenveen voor de tweede keer in hun carrière Nederlands kampioen. Breeuwsma, die deze zomer nog een knieoperatie onderging, veroverde de titel door onder meer de 1500 en 1000 meter te winnen. Op de 500 meter vergiste hij zich en reed hij een ronde te weinig. Het had geen gevolgen, omdat hij op de andere afstanden voldoende punten haalde.

Favoriete Suzanne Schulting was er naar eigen zeggen niet helemaal bij met haar hoofd. Ze won de eerste afstand (1500 meter) nog met overmacht, daarna viel ze twee keer. Het opende de weg voor Van Ruijven, die zowel de 1000 als 500 meter won. Schulting zat al met haar gedachten bij de EK, waar ze als favoriete start.

Lees ook:

‘We hopen dat we jonge kinderen laten zien hoe leuk shorttrack is’

Iets meer dan twaalf jaar geleden werd het Nederlandse shorttrackprogramma opgezet.  Niels Kerstholt en Freek van der Wart waren ‘pioniers’, zei bondscoach Jeroen Otter op de Olympische Spelen. De medaillewinnaars van Pyeongchang konden hun route volgen. “Suus rijdt op asfalt, terwijl de anderen op klinkers begonnen”, zei Otter toen.

Schulting wint tegenwoordig met speels gemak

Olympisch kampioene Suzanne Schulting wint dit wereldbekerseizoen bijna alles wat er te winnen valt. Ze wil laten zien dat ze geen eendagsvlieg is. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden