Shoe veegt de regels van tafel

In de serie 'De Schepping' vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Niels 'Shoe' Meulman was de Koning van de Graffiti. Hij behoort tot de legendes van de spuitbus en de stift. Inmiddels is hij grondlegger van het fenomeen Calligraffiti en abstract schilder. Daarover is nu een boek verschenen.

Wie er oog voor heeft, ziet er nog weleens eentje opduiken op de muren van Amsterdam: een originele 'piece' van Shoe. Of een uit de hand gelopen 'tag', eigenlijk. Pieces en tags, een muur 'bomben'; het is doodgewoon taalgebruik in de subcultuur van de graffiti-wereld. Heel kort door de bocht betekent het allemaal niet veel anders dan je naam achterlaten in de openbare ruimte. Met stift of spuitbus. Wie het meest in de stad op bushokken, tramhaltes, muren, lantaarnpalen en rolluiken voorkomt, die telt mee, maar wie het beste kan schrijven (wie aan graffiti doet 'die schrijft'), is de koning. Vandaag zijn we op koninklijk bezoek. Niels 'Shoe' Meulman was in de jaren '80 de beste graffiti-artiest van Nederland en later ook ver daarbuiten. Hij was de pionier van de United Street Artists (USA), een graffiti-collectief waarin ook straatkunstenaars als Delta, Jaz en Joker zaten. Samen met Bando (Parijs) en Mode2 (Londen) behoorde Shoe (Amsterdam) tot de Grote Drie van Europa en als je in die tijd aan spraycan art-jongens uit The Bronx, New York vroeg: Wie is Shoe, dan wisten ze het.

Zo koninklijk dus ongeveer. En nóg kan Meulman (49) het spuiten op straat niet laten. "Als ik zo'n lege muur zie, dan denk ik: Die vraagt erom, ongelooflijk dat niemand die nog gepakt heeft. Ik voel me dan bijna verplicht om het te doen. In een baldadige bui dan." Want het mag natuurlijk niet. Bovendien werkt er vast nog iemand bij de politie die weet dat Shoe Niels Meulman is. Daar houdt hij ook wel rekening mee: "Als ik midden op de Dam 'Shoe' neerzet, dan staan ze hier zo voor de deur. Dus dan zet ik wat anders."

Met de politie op de hielen

Graffiti afdoen als viezigheid op muren van tunnels waar je 's avonds niet durft te komen, mag natuurlijk, en vaak klopt dat ook. Maar voorbijgaan aan de wereld die erachter zit, de spannende subcultuur met zijn eigen regels en wetten, de artistieke waarde ook van al die strakke, dansende letters, daarmee doe je het fenomeen toch tekort. Wie schrijft die blijft daarom. Dat zit er nu eenmaal in, de verf kruipt waar die niet gaan kan.

Maar de nachtelijke tochten door de stad, met spuitbussen en Edding 850 stiften in de rugzakjes, en de politie op de hielen, dat is voor Meulman al heel lang voorbij. Shoe wil niet stil blijven staan, wordt onrustig van rust. Meulman: "Veel van mijn generatiegenoten doen nog precies hetzelfde als wat ze in 1984 deden. Prima, er is ook vraag naar hun werk omdat mensen die zijn opgegroeid met graffiti uit die tijd, nu wat geld hebben om kunst te kopen. Die halen die doeken vanuit een soort nostalgie in huis." In het net verschenen luxe boek 'Shoe is my middle name' staan nog enkele foto's van die 'Old School' pieces. Voor de leek: een piece is een met spuitbussen gespoten muurschildering, meestal bestaande uit ingekleurde letters. En die letters vormen vaak de naam van de artiest.

In het boek van Shoe is goed te zien hoe hij zichzelf geleidelijk aan opnieuw heeft uitgevonden. Zijn graffiti-achtergrond laat hij nergens helemáál los - letters blijven het fundament vormen - maar zijn werk vertoont wel een duidelijke verschuiving richting calligrafie. Het is een combinatie van het Europese Middeleeuwse schrift en de van oorsprong Amerikaanse spraycan art, aangevuld met elementen uit de avantgarde schilderkunst uit de jaren '40 en '50. Meulman noemt het zelf calligraffiti.

"Het is eigenlijk heel gek gegaan", vertelt Shoe. "Ik was al vrij jong kunstenaar maar na mijn graffiti-tijd ben ik een periode grafisch ontwerper geweest bij Anthon Beeke. Later werkte ik als art director. Toch voelde ik altijd al dat voor mij de kunst belangrijker was dan het toegepaste werk. In feite heb ik tot mijn veertigste mijn mond dicht en mijn ogen open gehouden."

Dus bleef Meulman kijken. Naar alles, vooral in de grafische hoek. Als Europeaan voelde hij zich ook schatplichtig aan de calligrafen uit de Middeleeuwen. Meesterlijk vindt hij het, dat monnikenwerk in die oude boeken. "Ik ben daar helemaal ingedoken en heb er vervolgens weer afstand van genomen." Een andere bron van artistieke opwellingen biedt de natuur. Bladeren, bomen, het organische. "Als je naar een boom kijkt waar tegenlicht doorheen schijnt, onstaan er in de schaduw van dat licht ook een soort letters."

Dat hij niet eerder zijn eigen pad koos, had volgens hem te maken met het feit dat hij nog iets bij zichzelf miste. Iets extra's. "Een kunstenaar moet iets brengen wat een ander niet brengt. Ik vond dat ik dat nog niet had."

Bovendien wilde hij zich niet langer laten beperken door de rigide regels en wetten die de graffiti-wereld zichzelf oplegt. "Kijk", zegt hij, wijzend op een door de verslaggever meegenomen graffitiboek. "De verhoudingen van deze letters, die kloppen niet. Deze 'G' hoort hier veel dikker te zijn en deze 'R' hier juist veel dunner. Tenminste, volgens de wetten van de streetart. Nu haal ik die regeltjes uit de natuur."

Plantenspuit

De wand in zijn atelier in Amsterdam-Noord hangt dan ook, naast talloze kwasten, vol met allerlei wissers en bezems van riet, stro en bladeren. Daar veegt hij letterlijk zijn doeken mee. De spuitbus is nooit ver weg - toch zijn derde arm - maar spuiten is voor een groot deel vegen geworden. Meulman is net bezig met een doek. Hij haalt daarbij van alles tevoorschijn. Een plantenspuit bijvoorbeeld ("Ik gebruik net zo makkelijk een plantenspuit als een spuitbus.").

Maar ook een zaadjesverdeler, een bak met gaatjes aan een stok die eigenlijk is ontworpen om de tuin te bezaaien. Gewoon van de Praxis. Meulman: "In een bouwmarkt of tuincentrum voel ik me als een kind in de snoepwinkel. Je kunt overal mee schilderen."

Wel heeft Meulman de vegers van echte bladeren vervangen door plastic bladenvegers en plastic planten. 'Een compleet absurd product van de mensheid' noemt Shoe plastic planten. "Maar die echte bladeren vlogen alle kanten uit, daar was niet mee te werken."

Vanaf het eerste moment dat Shoe met zijn calligraffiti begon had hij er al veel succes mee. Kopers uit de hele wereld meldden zich massaal en zijn facebookpagina heeft inmiddels tegen de miljoen volgers. De basis van die belangstelling ligt toch weer in zijn verleden als graffiti-koning. In die jaren bouwde hij een indrukwekkend internationaal netwerk op. Shoe exposeerde overal, van Helsinki tot Miami. Het hoort erbij, vindt hij, de sociale media. Wat dat betreft heeft Meulman veel van Andy Warhol geleerd: als kunstenaars gezien willen worden, zullen ze hun werk moeten verkopen. Al is het niet zijn hobby om daarmee bezig te zijn.

De grondlegger van de calligraffiti heeft niet het idee dat nu de grenzen van zijn artistieke mogelijkheden wel zijn bereikt. "Ik had makkelijk in mijn comfortzone kunnen blijven, er was vraag genoeg naar mijn werk. Maar toen mensen mij gingen vragen of ik de naam van hun baby in van die mooie letters wilde maken, wist ik dat ik verder moest met het oprekken van grenzen."

De vraag dient zich wel aan in hoeverre dat nog mogelijk is. Shoe speelde immers al eindeloos met de variaties op alle letters van het alfabet, zit niet ook daar een grens aan?

Meulman: "Natuurlijk, je hebt met wetten te maken. Het hele idee van hoe alles in elkaar zit, dat is begrensd. Zo is de natuur. Maar lang niet alle wetten zijn al ontdekt, kijk maar naar de kwantummechanica, die moet ook nog ontdekt worden. Maar het blijven wetten, het moet wel kloppen."

Het veranderen van inzicht, het ouder worden, het voortdurend ontdekken, het durven erkennen dat dingen misschien niet zo zijn als hij dacht dat ze waren; het maakt het kunstenaarsschap juist interessant, merkt hij. "Vroeger dacht ik: je moet gewoon werken voor je geld. Dat arbeidersgevoel. Nu kijk ik daar anders tegenaan. Een gewone baan is net zo onbelangrijk als wat ik doe."

Zijn laatste ontdekking is dat hij schilderen soms ervaart als een 'gevecht tegen de twijfel'. Dat heeft gevaarlijke kanten, vindt hij, omdat twijfel tijdens het schilderen ook een ongewenste indringer kan zijn. Op die momenten is juist zekerheid een prettige houvast. Toch is twijfel precies was Shoe wil: "Het gáát juist over twijfel. Ik wil het, ik vind het lekker. Ik ben nu in het stadium dat ik die twijfel juist omarm."

'Shoe is my middle name. Written paintings and painted words.' Uitgeverij Lebowski. 304 bladzijden. De solotentoonstelling van Shoe, 'Uncontrolled Substances' is nog tot 19 november te zien in de Amsterdamse Galerie Gabriel Rolt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden