Reisverslag

Shira doodt voor de buren het doen

null Beeld George Harinck
Beeld George Harinck

Voor een IKON-documentaire en een boek maakt historicus George Harinck een reis om de Middellandse Zee met als reisgids Abraham Kuypers. Hier doet hij verslag van zijn belevenissen.

14 september

We stoppen bij Bethlehem, om het graf van Rachel te bezoeken, een belangrijke plaats voor het jodendom. Of eigenlijk stoppen we in Bethlehem. Maar zo lijkt het niet. Het punt is dat Bethlehem op de Westbank ligt en bovendien een A zone is, dat wil zeggen: onder Palestijnse autoriteit valt en niet toegankelijk voor Israëliërs.

Het probleem dat joden Rachels graf niet kunnen bezoeken, kon worden opgelost omdat het maar net binnen de Westbank ligt. Ze hebben in de muur, die in stedelijke gebieden de Westbank van Israël scheidt, een inham gemaakt van een honderd meter en zo blijft Rachels graf bereikbaar voor joden. We parkeren de auto op een tot de inham behorende parkeerplaats in de schaduw van een naar schatting tien meter hoge betonmuur. Geen Palestijn te zien dus.

Rachel wordt beschouwd als de moeder van het joodse volk, ook al was ze niet Jakobs eerste vrouw en schonk haar zus Lea Jakob meer kinderen. Zwart-wit geklede mannen, maar vooral vrouwen komen hier bidden. Zij hebben een dubbele ingang, de mannen een enkele. Beiden kunnen de grafsteen aanraken, maar aan van elkaar gescheiden zijden. De steen of rots is ingepakt in zwart velours met een plastic hoes erover, zoals de regenhoes bij een buggy, opdat het niet vaal wordt of slijt door de vele aanrakingen van wie er tegenaan staat te bidden.

De jood die we spreken is een Amerikaan. Hij legt uit dat op de steen de tekst uit de profetische boeken staat over Rachel die weent om haar kinderen, omdat ze niet meer zijn. Bij Rachels graf, in hetzelfde gebouw, is ook een yeshiva, een school, waar mannen de heilige boeken en de commentaren daarop bestuderen.

Dan rijden we via een checkpoint de Westbank in, Bethlehem voorbij, naar Tekoa. Tekoa heeft een joodse settlement met 'outposts' in de woestijn van Judea, buitenposten dus, nieuwe kleine nederzettingen. Hier zijn er wel een stuk of vijf en wij rijden over bergpaadjes naar de meest recente toe. We stoppen bij een oude witgeverfde bus - de nederzettingen beginnen op wielen, alsof het niet permanent bedoeld is, maar kamperen voor één nacht, of twee. De bus is nu een atelier, waar de vrouw die er tegenover woont bruidskleding maakt. Shira heet ze en ze ziet er uit als een vrouw uit 'Het kleine huis op de prairie': cowboylaarzen, halflange zelfgemaakte jurk, opgestoken haar, grote bruine ogen, pittig en eenvoudig. Ze houdt kippen en rijdt paard.

De sfeer ademt flower power, maar zo ludiek is het niet. Shira zegt dat het bestaan in zo'n outpost hard is. Maar ze heeft dertien jaar geleden bewust voor dit leven gekozen. Ze houdt niet van de stad, maar ze zit vooral hier in de woestijn omdat dit land van Israël is. En niet van iemand anders. Ja, dat staat in de bijbel, maar het is vooral zo. De buren hoeven wat haar betreft geen Israëliër te zijn, maar ze moeten haar niet naar het leven staan. Dan doodt Shira voor de buren het doen. Ze zegt het laatste zonder klemtoon en zonder grimmigheid. Maar ze weet waar ze het over heeft.

Twee jaar geleden verloor ze haar zwager en zijn baby op de weg van de nederzetting naar de outpost. Een Palestijn gooide een stuk beton door de voorruit en doodde beiden. Ze weet dat de dood schuurt, dat de lucht hier zindert van haat, maar hier wil ze leven op deze barre, maar beloofde grond. En als dat vergt dat ze iemand die haar te na komt doden moet, dan doodt zij. Mooi en ongenaakbaar als de woestijn is ze, deze moderne Rachel, wenend om wie er niet meer zijn, maar een moeder in Israël.

15 september

Van Jeruzalem naar Bethlehem is maar een tiental kilometer, maar het is een onveilig weg. In Kuyper dagen was dat al zo. Hij kreeg zelfs een escorte mee van de gouverneur van Jeruzalem. We rijden eerst langs de velden van Effratha. Daar werd herders de geboorte van de Jezus de Heiland aangezegd door engelen die het Gloria in excelsis Deo aanhieven. Kuyper leefde het zich allemaal zo in, dat hij de engelen hoorde zingen, schreef hij aan zijn dochters. Wij rijden verder omhoog, naar de geboortekerk. Ik zie die plek waar Jezus landde, zoals een toerist zei.

Op de terugweg naar Jeruzalem geraken we in een eigentijdse kindermoord te Bethlehem. Terwijl we de graffiti op de veiligheidsmuur om de stad bekijken horen we iets verderop schieten. In het vluchtelingenkamp bij de stad gooien jongens stenen richting Rachels graf aan de andere kant van de muur. Voor de muur staan Israëlische soldaten die hen met traangas en rubber kogels uit de buurt houden, zodat de gekatapulteerde stenen niet over de muur op de religieuze joden en hun auto's bij Rachels graf belanden. Geregeld raakt een Palestijnse jongen gewond en als er een dode valt is het land te klein.

We zoeken de jongens om en als er weer met traangas geschoten wordt komen we in een gaswolk terecht. Met tranende ogen schuilen we en praten met de jongens, sommigen nog maar een jaar of zes oud. De oudsten zijn zo'n zestien jaar en treden op als medische verzorgers, compleet met hesje en een eerste hulp kit. Elke dag komen ze hier stenen gooien vanaf vier uur, als ze uit school komen, tot zeven uur, als het etenstijd is. Ze zijn er alleen om de Israëliërs te laten merken dat ze er nog zijn. Het lijkt een ritueel, maar het is net iets meer dan dat, want wanneer de soldaten niet terugschieten, rukken de jongens op en raken de stenen de religieuze joden.

16 september

De religieuze joden aan de Klaagmuur klagen over het verval van de tempel en verlangen naar het herstel ervan. En van de nationaal herstel. Maar het is sinds 1948 niet meer nodig, één bede is verhoord. bereikt. Het is wel ontnuchterend dat zo'n klager aan de muur gemakkelijk zijn gebed onderbreekt voor een telefoongesprek. De ultraorthodoxe mannen dragen op sabbat mutsen van vossenvelen en lange zwarte jassen. Het is kleding die bij Oost-Europa en zijn barre winters past, maar hier in Jeruzalem niet geheel bij het klimaat past.

Ook hun levensstijl sluit niet naadloos aan op de Israëlische samenleving, al hebben zij ook iphones. Ze werken niet, betalen geen belasting, ontvangen een uitkering van overheidswege, hun kinderen gaan niet in dienst en op zondag worden overeenkomstig hun wens hun woonwijken afgesloten voor het verkeer. Ze bestuderen dag in dag uit de thora, de talmoed. Dat is religieus leven. Als burgers zijn ze dus geen succesnummers. Hun verkozen apartheid is echter verzekerd door de politieke invloed die ze hebben: zonder de steun van de ultra orthodoxen kan Netanyahu niet regeren.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden