Sherpa's staan voor een lastige keuze

Een gids die na ramp op de Mount Everest niet werkt, heeft minstens een half jaar geen inkomen voor zijn familie

Vlakbij Everest Basiskamp is de moeder aller bergen al verraderlijk. Daar doemt de zogeheten Khumbu Icefall (ijsval) op, door klimmers omschreven als een chaotische wirwar van gigantische blokken en muren van ijs. Stalen ladders overbruggen diepe spleten in dat ijs.

"In de bergen weet je dat warm weer een lawine kan veroorzaken. Maar bij een ijsval is dat amper te voorspellen. Waar een gletsjer steiler wordt, ontstaan ijstorens en spleten die kunnen instorten", vertelt Myra de Rooy, die deelnam aan de eerste Nederlandse vrouwenexpeditie naar de 7290 meter hoge Chamlang in 1988, niet ver van de Everest.

Zo'n onvoorspelbare lawine bij de Khumbu Icefall betekende vrijdag het einde voor zestien Nepalese sherpa's, onder wie een vakbondsleider. Het is de grootste ramp ooit op de Mount Everest. Juist de sherpa's zijn zwaar getroffen omdat zij het meeste werk doen voordat de commerciële klimmers, die omgerekend zo'n 36.000 euro ieder betalen, ook maar een stap zetten.

Van de klimmers gebruikt 97 procent zuurstofflessen. De geharde sherpa's (Tibetaans voor 'mensen uit het oosten') kunnen zelf zonder, maar moeten wel de zware flessen voor de westerlingen en Aziaten bergop naar de andere kampen dragen. Plus alle tenten, kookspullen, voedsel en bagage van onervaren klimmers. Ze bereiden de route voor, leggen een touw tot aan de top, hakken tredes in het ijs.

Tientallen malen lopen zij daartoe op en neer door de levensgevaarlijke Khumbu Icefall. "Het is als Russische roulette. Hoe langer je er bent, hoe meer risico je loopt", zegt De Rooy. Dat ging dus verleden week verschrikkelijk mis.

Edmund Hillary stond in 1953 als eerste op de top, samen met sherpa Tenzing Norgay. Tegenwoordig is er een klimindustrie ontstaan die het straatarme Nepal 2,5 miljoen euro per jaar oplevert. De Rooy: "Iedereen met geld kan zich naar boven laten slepen." Alles en iedereen staat op scherp in de twee ultrakorte seizoenen, april/mei en rond oktober. Per dag kunnen zich wel driehonderd klimmers aan de tocht wagen. Dan ontstaan er files met wachttijden van twee uur bij de kluun-locaties. "De omvang maakt het extra gevaarlijk, de commercie dwingt tot het verleggen van grenzen", aldus de klimster.

Dinsdag was er een puja, een ceremonie voor de omgekomen mannen. Die mondde uit in een emotionele aanklacht tegen de regering. Het onderwerp staking lag op de tong. "Hoe kunnen we doorgaan met klimmen als drie van onze vrienden nog in de sneeuw begraven liggen?", zei de ervaren gids Dorje Sherpa. Slechts dertien lichamen zijn geborgen.

Staken of niet is een lastige keuze, want een sherpa die nu niet werkt, heeft minstens een half jaar geen inkomen voor zijn familie. "Valt allemaal mee", zalfde een regeringswoordvoerder. Toch verlieten gisteren tientallen van de vierhonderd sherpa's het basiskamp, terwijl anderen hun spullen in helikopters laadden.

Sommige van de driehonderd klimmers in het basiskamp hadden toen al 'hun' sherpa's naar beneden gestuurd, opdat ze niet met het stakingsvirus besmet zouden raken. Uit piëteit hebben diverse bedrijven hun expedities afgezegd, 'zodat iedereen om deze tragedie kan rouwen'. Veel klimmers en kleinere bedrijven hopen juist op doorgaan omdat hun investering zo groot is. Tv-zender Discovery zou een documentaire draaien over waaghals Joby Ogwyn die in een vleugelpak van de top van de wereld af wilde springen. Dat is van de baan, maar Discovery probeert alsnog te verdienen aan de trip door nu over de lawine te berichten, 'uit verantwoordelijkheidsgevoel'.

Waar de gemiddelde Nepalees 700 dollar per jaar verdient, is dat voor sherpa's 5000 dollar. Dat Kathmandu slechts vierhonderd dollar compensatiegeld bood per omgekomen sherpa vinden zij een belediging. Inmiddels verhoogde het ministerie van toerisme het verzekeringsgeld van 10.000 naar 15.000 per dode. Vandaag vliegen regeringsvertegenwoordigers naar het basiskamp om te onderhandelen met de opstandige sherpa's.

Een mogelijke uitkomst is dat er geen enkele klim plaatsvindt in mei. Dat zou pas een unicum zijn - maar wellicht wat saai voor Discovery.

Al drie keer op de top

De Nederlandse Arnold Coster, professioneel berg- en expeditieklimmer, organiseert met een eigen bureau expedities naar de top van de Mount Everest. Hij woont in Nepal met zijn vrouw, die sherpa is. Coster is de enige Nederlander die al drie keer op de top van de Mount Everest heeft gestaan. Op zijn website meldt hij dat er veel geluiden zijn van mensen die het klimseizoen willen stilleggen. Hijzelf, zijn teamleden en zijn sherpa's willen absoluut niet stoppen. Anne Brants is een Nederlandse arts die momenteel voor internationale expedities in het gebied is. Volgens haar stoppen de meeste expedities ermee, vanwege het dreigende gevaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden