Review

Sharon Bezaly vangt leven en dood in magische klanken

Radio Filharmonisch Orkest met Sharon Bezaly (fluit), olv Martyn Brabbins: za 12/1 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: vanavond 20.02 uur.

De dood waarde vorige week opvallend rond in de Amsterdamse concertzalen. Eerst in het Muziekgebouw, waar het Asko/Schönberg Ensemble een herdenkingsconcert bracht voor de onlangs overleden componist Karlheinz Stockhausen. En de ZaterdagMatinee was gewijd aan Magere Hein, met werken die zweefden tussen wanhoop, elegie en hoop.

De Nederlandse première van het fluitconcert ’The Deceitful Face of Hope and of Despair’ (2005) van Sofia Goebajdoelina ontvouwde zich als een Schubert-lied, met het verfijnd en kleurrijk donker spelende orkest als de Dood en met fluitiste Sharon Bezaly (het concert werd voor haar geschreven en door haar opgenomen: BIS SACD 1449).

Verwacht geen worstelpartijen bij Goebajdoelina: het orkest lokte de fluitiste met zijn donkerste klanken zachtjes naar de onderwereld. De zware, voelbare roffels op drie grote troms die de reis aankondigden, kwamen steeds in andere gedaantes terug: als lage pedaaltonen in de blazers bijvoorbeeld, die Goebajdoelina had aangevuld met een aantal bas- en contrabasfamilileden.

Ook Bezaly bespeelde naast haar ’gewone’ fluit een alt- en een basfluit – instrumenten waarmee de componiste haar werk in kleur kon laten verglijden. Ongelooflijk hoe Bezaly een verfijnd web van trillers en trillingen spon.

En prachtig hoe dirigent Martyn Brabbins en het Radio Filharmonisch Orkest een uitgebalanceerde dialoog voerden met de fluitiste. Een tweespraak die steeds lichaamslozer werd en eindigde in een triangel-tremolo, als hemelse tegenhanger voor het aardse begin op de grote troms.

Goebajdoelina componeerde ’The Deceitful Face of Hope and of Despair’ (de titel komt uit een gedicht van T. S. Eliot) als een soort ’Kindertotenlieder’ ter nagedachtenis aan haar gestorven dochter. Bezaly vertelde na het applaus dat ze hierna niets anders als toegift kon spelen dan Bach. Net zoals in het ’Prière Funéraire’, een deel uit de bijna honderd delen tellende cyclus voor fluit solo van Charles Koechlin, hoorde je daar Bezaly’s beheersing over haar instrument in volle glorie.

In beide solowerken nam ze extreem korte adempauzes, waardoor ze de staart van de ene zin uit de lucht kon opvangen om hem onder het begin van de volgende frase te draperen. Bezaly’s ingetogen, vloeibaar lyrische spel maakte Koechlins ’Pière’ tot een bijna bedwelmende ervaring – dat de magische fluitiste de laatste noot tijdens het uitklinken kon blijven bijsturen heb ik zelden eerder gehoord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden