Review

Shane Alexander is niet kieskeurig Klein & Fijn

Op tournee verbleef de Amerikaanse singer-songwriter Shane Alexander eens in het honderd jaar oude Moore Hotel in Seattle, ’een spookachtige plek’, die hem zo fascineerde dat hij een foto maakte van de kamersleutel en in het nummer ’The Moore Hotel’ over de mensen schreef die er kwamen. Afgematte types, naar de bodem gezonken en beland op zo’n plek ’die je zou achterlaten als je maar iets beters had om naar toe te gaan’.

Op het moment dat hij die regels zingt in een uiterst rumoerig Winston in Amsterdam, droomt hij zelf ook ongetwijfeld van elders. In het geklets en gelach is het zo hard werken dat hij eerder dan gepland het podium afgaat en het optreden samenvat in een vloek. Zijn shirt is nat. Van een toegift is geen sprake.

Thuis in Los Angeles heeft hij een dochtertje, een vrouw en een kamer vol gitaren, maar meestal is Alexander onderweg om zichzelf en zijn album ’Stargazer’ (2006) te promoten. Zonder steun van een platenmaatschappij, hij is eigen baas, en dat biedt veel vrijheid maar heeft ook nadelen. „Het kost je als onafhankelijke artiest veel tijd en moeite om je muziek in alle uithoeken van de wereld te krijgen.” Aan nieuwe opnames begint hij nog niet, omdat ’Stargazer’ nog groter kan worden. Hij merkt het elke dag, vooral in de VS. „Ik werk me een ongeluk om nieuw publiek te bereiken.”

Op zwarte kistjes, met opgetrokken jas en pet om een verkoudheid te voorkomen, stak hij voor zijn diner het Damrak over naar een fastfoodtent. Soms eet hij ’dit vergif’ uit ’nostalgie’, omdat hij in Amerika nooit meer bij zulke ketens komt. Happend van zijn hamburger vertelt hij over diepere zaken die hem bezighouden, zoals het boek ’Catching the Big Fish’ van regisseur David Lynch dat in zijn koffer zit. „Hij beschrijft hoe je door meditatie je diepere creativiteit kunt cultiveren. Ik lees het omdat ik niet steeds hetzelfde album wil maken.”

Aan lezen komt hij amper toe, het reizen en optreden is te uitputtend. Gelukkig ontstaan er ook liedjes zonder hulp van Lynch. „Soms word ik onderweg opeens geraakt door iets dat een song oplevert.”

Zo ligt het nieuwe nummer ’Amsterdam’ klaar voor een volgende cd. Het ontstond tijdens zijn eerste bezoek aan de stad. „In de herfst was dat, elk meisje op de fiets was even mooi. In Amsterdam I fell into your eyes, zo begint het. En aan het eind zing ik Oh Amsterdam, Oh Amsterdam.” Met muziek erbij is het net een U2-song, zegt hij.

Niet dat je bij Alexander aan U2 denkt, zijn debuut-cd ’The Middle Way’ klonk rootsy, zijn tweede was intiem en atmosferisch, een sfeer die versterkt werd door zijn wat ijle stem. Hij houdt van ruimte in de arrangementen. „Bij de opnames vroeg ik erg goede muzikanten om heel eenvoudig te spelen. Jedi-muzikanten kiezen dan de juiste twee noten”, zegt hij alsof dat album ’Star Wars’ heet en geen ’Stargazer’.

In de VS is zijn muziek te horen in tv-series bij grote zenders als MTV, CBS en ABC, zoals in ’What About Brian’. En ook verzorgde hij voorprogramma’s in grote zalen voor Jewel en Lisa Marie Presley. Maar nu, opnieuw op tournee in Nederland, vallen de podia tegen. Vandaag staat hij in De Schuit in Katwijk en zondag in de Roepan in Ottersum. „Ik ben niet kieskeurig. Ik wil het publiek emotioneel raken, hoe klein een zaal ook is. Optreden maakt al het ongemak goed.” Maar in Winston helpt zelfs het spelen niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden